Ondanks de groei van het aantal toekenningen van de Lerarenbeurs is in 2015 in het po het extra geld voor de masterambitie onvoldoende benut. Dat schrijft minister Jet Bussemaker van Onderwijs in een brief aan de Tweede Kamer waarin zij antwoorden geeft over de tweede suppletoire begroting 2015 van het ministerie van OCW.

In 2015 hebben in totaal 5.700 leraren een Lerarenbeurs ontvangen, circa 700 meer dan in 2014. In het po is er een toename van 177, in het vo van 436 (mbo: 111).  Ondanks deze groei is in het po het extra geld dat in 2015 aan de beurs is toegevoegd voor de masterambitie onvoldoende benut. Voor het vo geldt dit in geringe mate. De belangrijkste door leraren genoemde belemmeringen zijn: tijdgebrek, te weinig doorgroeiperspectief, benutting kennis op de werkvloer, te weinig aansluiting tussen vraag en aanbod, aldus de minister in de brief. Dit speelt vooral in de sector po, waar de onderuitputting het grootst is, wat blijkt uit evaluatieonderzoek van ReasearchNed.

De minister kondigt aan samen met de bestuurlijke partners hiervoor de nodige acties te ondernemen. 

Gerelateerd nieuws

  • Sectorale routekaart voor verduurzaming schoolgebouwen

  • Voortzetting prestatieboxgelden

  • In 2019 geen stijging van ziekteverzuim onder onderwijzend personeel vo

  • Minder geld voor Lerarenbeurs vanwege verschuiving budgetten