Hoeveel leerkrachten hebben we de komende jaren nodig, en met welke competenties? Die vraag is urgent in krimpregio’s, maar relevant voor elk schoolbestuur. Strategische personeelsplanning helpt scholen om toekomstbestendig te worden en jong talent te behouden.

Je moet er niet aan denken om straks te veel leerkrachten in dienst te hebben voor jouw leerlingenaantal. Maar je wilt ook niet gedwongen zijn om juist al je jonge, enthousiaste mensen te laten gaan. Met strategische  personeelsplanning kunnen scholen op dat soort ongewenste ontwikkelingen anticiperen. Krimpende scholen zijn geneigd om simpelweg het personeelsbestand te laten meeslinken met het leerlingenaantal. Dat is echter lastig nu de uitstroom van oudere leerkrachten stokt; een gevolg van de verhoging van de pensioenleeftijd van 62 naar 66 jaar. John G. de Leeuw, senior adviseur bij Leeuwendaal: “De komende zeven tot tien jaar komen er daardoor bijna geen nieuwe personeelsleden binnen. Dat leidt ertoe dat je bepaalde leeftijdsgroepen niet meer in dienst hebt. Dat effect werkt wel veertig jaar door.” Als je het goed aanpakt, zegt hij, kun je jonge, veelbelovende leerkrachten behouden voor het onderwijs. “Lukt dat niet, dan vertrekken zij naar Antwerpen, of zoeken een ander beroep.” Dat gaat alle scholen aan, ook die buiten de krimpgebieden. Bovendien: “Het is voor alle schoolbesturen goed om te kijken naar de personeelsopbouw op de lange termijn, inclusief de aanwezige functies en competenties, en mensen ook in dat opzicht beter over de scholen te verdelen.”

Subsidie
Het Arbeidsmarktplatform PO ondersteunt schoolbesturen bij het maken van een toekomstbestendig personeelsbeleid (zie kader). Scholen kunnen een presentatie aanvragen gericht op de eigen regio. Ook is het mogelijk bestuurders of personeelsfunctionarissen te laten trainen of ondersteuning en advies op maat te krijgen. Schoolbesturen die kiezen voor die laatste optie, kunnen hiervoor een eenmalige subsidie van maximaal € 10.000 aanvragen.

Scholen kunnen zelf een bureau inhuren voor ondersteuning op maat. Leeuwendaal is een van deze dienstverleners. Sinds afgelopen zomer meldden zich daar zes grote en kleine schoolbesturen voor deze trajecten. Elk bestuur kan kiezen welk(e) accent(en) het wil leggen. Dat kan bijvoorbeeld het behoud van jonge leerkrachten zijn, het updaten van het verouderde integraal personeelsbeleid, en/of het creëren van draagvlak voor meer flexibiliteit en mobiliteit.  Neem de Stichting Sint Albertus in Liempde, die het leerlingenaantal van 545 naar 509 leerlingen zag afnemen. Directeur-bestuurder Edwin Vugts. “Tot 2017 gaan we nog met 78 leerlingen dalen. Onze vragen zijn: wat kan je daarmee? Hoe houden we financieel ons hoofd boven water? En wat doen we met het personeel? Als eenpitter voeren wij ontslagbeleid: last in first out. Maar misschien is er daarnaast meer mogelijk. We zouden het jonge talent graag binnenhouden.” Samen met De Leeuw verkent de stichting verschillende opties. Zoals het inbouwen van meer flexibiliteit in het integraal personeelsbeleid. Vugts: “Mensen die minder willen werken worden vaak  tegengehouden door regeltjes of onzekerheid. Oudere personeelsleden geven niet zomaar uren op; dat moet je aantrekkelijker maken. Wij kijken of we een terugkeergarantie kunnen geven. En ook of we flexibeler kunnen omgaan met zwangerschaps- en ouderschapsverlof. Als mensen daarna toch minder willen werken, krijgen ze een boete omdat hun verlof was gebaseerd op meer uren. Daar willen we iets aan doen.”

Alternatieve geldbronnen
Onderwijsbestuurders moeten anders gaan denken, zegt De Leeuw. “Doorgaans redeneert men: het leerlingaantal krimpt, dus krijgen we minder geld binnen, dus moet het personeelsbestand inkrimpen. Ik stimuleer mensen om te zoeken naar alternatieve geldbronnen. Je kunt bijvoorbeeld een integraal kindcentrum vormen, of personeel uitwisselen met het voortgezet- of speciaal onderwijs. Elke oplossing waarbij een leerkracht deels op een andere school werkt, levert een kostenbesparing op.” Bestuurders moeten vooruitkijken. De Leeuw: “Je moet pakweg vier jaar voordat mensen met pensioen gaan al met hen gaan praten: hoe kunnen we jou zo inzetten dat je gemotiveerd blijft en echt nog wat voor ons kan betekenen? Iemand die het moeilijk meer kan opbrengen om voor de klas te staan, zou bijvoorbeeld jonge leerkrachten kunnen begeleiden.” SKPO Novum in Nistelrode (zes basisscholen) ziet het  leerlingbestand sinds drie jaar krimpen. Hier zijn de meest dringende vragen: welke personele inzet is goed, hoe zetten we onze middelen effectief in en hoe bereiden we ons goed voor op Passend onderwijs? Algemeen directeur Gerard van Bergen: “We willen een meerjarenperspectief creëren op onze kwaliteit en mobiliteit, maar nadrukkelijk vanuit onze eigen visie.”  Een vrijgekomen directeursfunctie is voorlopig niet ingevuld. Op twee thema-avonden spraken de MR’en, GMR en directeuren over de gewenste koers en nodigde De Leeuw hen uit na te denken over alternatieve modellen voor de aansturing van de scholen. Van Bergen: “Na afloop was er het besef dat wij efficiënter kunnen omgaan met de beschikbare middelen, en we de rol van de leerkracht aantrekkelijker kunnen maken. Ook ontstond er draagvlak voor een eventueel andere aansturing.” De besluitvorming hierover is gepland voor volgend schooljaar.

Functiemix
De meeste vragen van schoolbesturen gaan over de flexibilisering van hun personeelsbestand. Ze hebben vaak behoefte aan extra leerkrachten, maar willen hen geen vaste aanstelling geven. Daarvoor moeten ze zich in allerlei juridische bochten wringen, terwijl ze die mensen wél willen behouden. De Leeuw: “Als een paar mensen bereid zijn om een dag minder te werken, kun je een jongere een vaste aanstelling geven.” Een terugkeergarantie houdt een financieel risico in. Directeur-bestuurder Vugts: “Maar ook als deze mensen terugkeren, hebben zij een of twee jaar niet op de formatie gedrukt. En hebben wij een jongere aan het werk gehouden.” Schoolbestuurders betrekken bij deze vraagstukken nog te weinig de functiemix, vindt De Leeuw. “Men zou moeten bedenken hoeveel LA- en LB-leerkrachten er straks nodig zijn, en welke specialiteit zij moeten hebben. Dat is belangrijk om te weten.”  De twee geraadpleegde bestuurders zijn blij met de subsidie van € 10.000. Stichting Sint Albertus heeft daar zelf € 4.000 bijgelegd. Vugts: “Ik vind het niet meer dan normaal dat je daar zelf ook in investeert.” Ook Van Bergen vermoedt dat er eigen stichtingsgeld bij moet. “Maar dat is geen probleem.”

Weerstand
Vugts heeft rond de strategische personeelsplanning geen weerstand ervaren. “Vorig jaar heb ik op een teambijeenkomst uitgelegd waarop onze financiering is gebaseerd, welke krimp we voorzien en wat daar de consequentie van is. Je moet mensen steeds goed blijven informeren.” De directeuren van SKPO Novum konden zich aanvankelijk niet vinden in het door de werkgroep voorgestelde aansturingsmodel. Algemeen directeur Van Bergen: “Zij meenden dat dit alleen maar was ingegeven door bezuiniging en misten de verbinding met onze onderwijsvisie.” Hij belegde een directeurendag ‘op de hei’, waar zij bespraken hoe het onderwijs zich, vanuit de SKPO Novum-visie, zou moeten ontwikkelen. “Wat heeft de leerkracht nodig om het onderwijs zo in te richten dat het maximaal aansluit op de ontwikkelbehoeften van de kinderen en het leren in de 21e eeuw?” De directeuren bedachten de ‘Novumleraar’ die, omdat hij zoveel mogelijk wordt vrijgehouden van andere taken, z’n expertise volledig kan richten op de kinderen, het onderwijs en zijn professionele ontwikkeling. De stichting wil graag dat alle leerkrachten uiteindelijk Novumleraar worden. In Nistelrode ziet men steeds meer de noodzaak van een gezamenlijke aanpak. SKPO Novum wil de inzet van expertise en kennisdeling meer op stichtingsniveau gaan regelen. Verder moet de samenwerking met andere instanties helpen om de stichting nog toekomstbestendiger te maken. Ook Vugts van Sint Albertus kijkt graag vooruit. “Wij halen als academische opleidingsschool veel jonge talenten in huis. Zij houden ons actief en brengen een onderzoekende houding mee. Die mensen zetten we graag aan het werk, bij ons óf elders in het onderwijs.”

 

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws