Het is het moment van de waarheid, actie is nú nodig. Om de loonkloof po/vo te overbruggen, leraren perspectief te bieden, om de werkdruk te verlichten. Dat betoogt Kirsten van den Hul, woordvoerder onderwijs namens de PvdA, in de politieke column van deze maand.

“Juf, wat vindt u het meest frustrerend als Kamerlid?” Daar moest ik even over nadenken. Ik stond voor een 5-vwo-klas in het voortgezet speciaal onderwijs, waar ik was uitgenodigd om een gastles te geven over de Tweede Kamer. Over het antwoord op de vraag wat ik het leukste vind aan mijn werk, had ik geen seconde hoeven nadenken: dat was namelijk precies wat ik daar aan het doen was. Gastles geven, met leerlingen, leraren en schoolleiders spreken, of, zoals ik meestal op vrijdag doe, een groep rondleiden in de Tweede Kamer. Persoonlijk contact met de mensen voor wie ik mij inzet: dat vind ik het allermooist. Maar het meest frustrerend? Die vraag vond ik een stuk lastiger te beantwoorden.

Dat er nog steeds geen Kamermeerderheid is voor onze voorstellen om het lerarentekort aan te pakken. Om nu eindelijk de loonkloof tussen po en vo te overbruggen. Om te zorgen dat het vso in zijn geheel onder de cao vo valt, in plaats van de cao po. Dat we bijna dagelijks berichten krijgen dat er klassen naar huis worden gestuurd, omdat er geen leraren te vinden zijn. Dat schoolleiders mij vertellen dat ze op de hele school maar twee bevoegde leraren hebben rondlopen en het verder met stagiaires en onderwijsondersteunend personeel moeten bolwerken. Dat er schoolbesturen zijn die genoodzaakt zijn over te gaan op een vierdaagse schoolweek, zelfs in het (voortgezet) speciaal onderwijs, waar kinderen juist baat hebben bij zoveel mogelijk structuur en voorspelbaarheid. Dat het de meest kwetsbare kinderen zijn die het hardst door het lerarentekort worden getroffen en er ondertussen peperdure particuliere scholen zijn die adverteren met ‘hier heeft uw kind geen last van het lerarentekort’. Dat de VO-raad waarschuwt dat steeds meer brugklassers met achterstanden op school komen, dat lezen en rekenen voor steeds meer kinderen een probleem is en er zelfs kinderen laaggeletterd van school komen. Dat het aantal thuiszitters maar niet afneemt en lang niet alle kinderen met een extra zorgbehoefte daadwerkelijk passend onderwijs krijgen. Dat de werkdruk zo hoog is dat het water veel leraren aan de lippen staat en het aantal burn-outs bijna nergens zo hoog is als in het onderwijs. Dat er nog nooit zoveel gestaakt is als in de laatste twee jaar, maar het lerarentekort nog altijd groeit. Dat Nederland de beste economie heeft in heel Europa, met een begrotingsoverschot waar je duizelig van wordt, maar er nog steeds geen extra geld beschikbaar is voor het onderwijs.

“Dat er zulke grote problemen zijn en we er niet in slagen die op te lossen. Dat vind ik het meest frustrerend aan mijn werk”, antwoordde ik uiteindelijk. En terwijl ik het zei, bedacht ik ineens dat dat precies is waarom ik Kamerlid ben geworden. Om te luisteren naar de problemen waar mensen tegenaan lopen en daar wat aan proberen te doen. “Werkdruk, lerarentekort, kansenongelijkheid: het is uur U in het onderwijs. Dat vraagt om actie. De loonkloof po/vo overbruggen, leraren perspectief bieden, de werkdruk aanpakken. Dus frustrerend of niet, we zijn pas klaar als de problemen zijn opgelost. Verder nog iemand een vraag?” _

Reageren?
Mail naar k.vdhul@tweedekamer.nl

Gerelateerd nieuws