Niet de heilige graal, wel positieve effecten

Zittend werken, gesloten clubjes en sportscholen, vaste tafelgroepjes in de klas. Door de pandemie bewoog jong en oud minder: niet goed voor het welbevinden van leerling en onderwijs­kracht. Voor sommige scholen was dat hét zetje dat ze nodig hadden om bewegings­ambities nieuw leven in te blazen. “Sporten is niet iets ‘voor erbij’, dat besef is bij velen doorgedrongen.”

Om maar te beginnen met een kleine domper: dat beweging zou leiden tot betere leerprestaties, is helaas een (wijdverbreide) mythe. Renate de Groot, hoogleraar biopsychologie van het leren van de Open Universiteit, zou wíllen dat het zo was: al die sportende en rennende kinderen die als bonus merken dat leren hen gemakkelijker af gaat en dat hun leerprestaties verbeteren. Maar de wetenschap geeft een andere uitkomst. “Het is niet onomstotelijk bewezen dat beweging leidt tot betere cognitieve prestaties of leerprestaties. Uit studies die alle interventies op het gebied van bewegen en leren op een rijtje zetten, blijkt dat er slechts 11 zijn waar je dit verband enigszins kunt leggen. Het positieve effect is dan te zien op de executieve functies of op de rekenprestaties. Maar eenduidig bewijs is nog niet gevonden.”

Scholen moeten evenmin denken dat ze er al zijn met één extra gymles. “De interventies die effect sorteerden, behelsden minimaal drie sessies per week en moesten minimaal twee schooljaren worden volgehouden. Dat vraagt veel van scholen”, concludeert De Groot. “De cognitieve effecten kunnen we dus niet aantonen. Maar dat staat los van de positieve fysieke effecten die er zeker wel zijn. Wie meer beweegt, zit beter in zijn vel en dat kan resulteren in betere schoolprestaties. Dus via een omweg kan bewegen wél daartoe leiden.”

Prikkelverwerking

Leert de klas dus al springend en klappend de rekentafels niet sneller aan? “Het ligt eraan. Kinderen die dat leuk vinden en dus vaak doen, creëren zo meer oefenmomenten. Dan leer je het beter. Anderzijds gaan leerlingen verschillend om met prikkelverwerking. De een kan de beweegprikkel goed gebruiken om de tafels tot zich te nemen, bij de ander werkt juist een rustigere manier van leren.” Maar geen enkele studie laat een negatief effect zien van bewegen op de leerprestaties. “En bewegen is sowieso goed voor de algehele gezondheid, dus ik zou scholen zeker stimuleren om veel aan beweging te doen. Ook al is het niet de heilige graal.”

Kroeg

De pandemie-maatregelen zette scholen ertoe aan creatief te zijn om leerlingen toch te zien en aan het bewegen te krijgen. Bijvoorbeeld basisschool De Sprong in Oirsbeek, waar de leerlingen zowaar fitter uit de pandemie komen. Toen Ward Wijnands een paar jaar geleden begon als schoolleider, lag er al een ontwikkelplan waarin de school meer zou gaan samenwerken met alle verenigingen die het dorp rijk is en waarin nabijgelegen sportpark De Oirsprong ook een grote rol zou spelen. Het plan was op de plank blijven liggen, “maar ik zag er brood in”, zegt Wijnands. Toen de lockdown begon, bekroop hem een onrustig gevoel: kunnen we niet iets organiseren waardoor de kinderen niet de hele dag thuis hoeven te zitten en wij ze binnen de coronakaders toch sport kunnen aanbieden? Het virus gaf het zetje tot vergaande samenwerking met partners als de Rabobank en de gemeente om een groot sportprogramma uit de grond te stampen voor alle leerlingen van 4 tot 12 jaar. “Wij verkeren in een luxepositie, want we hebben ruimte genoeg en zijn de enige school in het dorp. Iedereen wil dus met ons samenwerken.” De school heeft voor- en buitenschoolse opvang samengevoegd in een kindcentrum, maar herbergt ook ruimtes waar 36 verschillende verenigingen gebruik van maken. In het gebouw van De Sprong zit bovendien een zalencentrum. “Ons gebouw wordt bijna continu gebruikt, om 7 uur ’s ochtends arriveren de eerste leerkrachten en om 2 uur ‘s nachts sluit de kroeg.”

Stormbaan

Met steun van vrijwilligers van de sportverenigingen en de opvangorganisaties startte de school een samenwerking met het sportpark en de stichting voor educatie, cultuur en sport Ecsplore. De school zelf fungeerde als communicatiekanaal. Zo maakten 90 à 100 kinderen dagelijks gebruik van de voetbal- en tennisvelden van het sportpark. Op de dagen dat de kinderen niet fysiek naar school gingen, deden ze de hele ochtend aan sport met gehalveerde klassen; ’s middags konden ze dan nog thuis met hun schoolwerk verder. “Er was een stormbaan en een springkussen, maar ook het ouderwetse zeskamp-idee met onderdelen als met een ei op een lepel lopen. Leerlingen en ouders waren enorm enthousiast over ons model van thuisonderwijs, fysiek onderwijs en sporten. Het is voor kinderen goed om te bewegen en het was ook goed dat ze elke dag uit de huiselijke situatie kwamen. Er waren ook wel kritische vragen en 100 procent garantie dat ze elkaar niet besmetten kun je niet geven, maar het is goed gegaan.”

Ook toen de school zijn deuren weer opende, bleef de nauwe samenwerking bestaan. “Sporten is niet iets ‘voor erbij’, dat besef is bij velen doorgedrongen. We hadden al een rijk aanbod door al die verenigingen. Nu zien we helemaal het nut van bewegingsonderwijs in en hebben we gemerkt hoe belangrijk het is dat kinderen even hun hoofd kunnen leegmaken. Vandaar dat we de verlengde schooldag facultatief op dezelfde wijze voortzetten onder de noemer ‘Wilde waaghalzen’.

Gebruik schoolplein

Ook het sociale aspect van sporten is van belang, zegt hoogleraar De Groot: “De middelbare school van mijn dochter benutte de eerste dag dat de school weer open kon om een sportdag te organiseren in de buitenlucht. Slim bedacht, want al sportend is veel meer interactie mogelijk tussen leerlingen. Bovendien versterkt zo’n dag het groepsgevoel en na al die weken thuis zitten, konden de leerlingen zo weer wennen aan elkaar.” Haar oproep aan schoolleiders: “Als we onverhoopt weer in een lockdown terechtkomen, richt je dan niet alleen op de invulling van de inhoudelijke vakken, maar zet alsjeblieft ook in op beweging. Gebruik dat schoolplein om te sporten met de leerlingen. Een uitdagend schoolplein bevat zowel lichte fysieke activiteiten als zwaardere. Het kan bijvoorbeeld verschillende gekleurde lijnen hebben, zodat er allerlei spelen gedaan kunnen worden. Maak verscheidene sportveldjes zodat er meerdere sporten beoefend kunnen worden. Zet een leuke estafette uit of laat leraren in het klaslokaal een Kahoot-quiz organiseren waarbij leerlingen moeten staan en zitten bij het geven van de antwoorden en waarin beweegopdrachten verwerkt zitten.”

‘Als hij een toets had gemaakt, wilde hij meteen het cijfer weten’

Met de hele school naar Frenkie kijken

Een jaar later dan oorspronkelijk gepland is dan toch het EK voetbal in volle gang. Tot vreugde van basisschool De Linge­waard in Arkel, waar Oranje-ster Frenkie de Jong als kind naar school ging. Teamleden herinneren zich hem nog goed. “Frenkie was zelfs met knikkeren bloedfanatiek.”

Bijna wekelijks wordt schoolleider Ruud Blaas wel aangesproken op die ene oud-leerling die zo tot de verbeelding spreekt: topvoetballer Frenkie de Jong, middenvelder bij FC Barcelona. Deze zomer komt hij op het EK uit voor het Nederlands Elftal. Blaas is van oorsprong gymleerkracht (“Ik heb zelf ook veel met voetbal, kon in mijn jeugd aardig voetballen”) en schoolleider van Frenkies basisschool, De Lingewaard in Arkel. Natuurlijk volgen ze zijn verrichtingen op de voet. “Als het EK begint, gaat het kriebelen bij de kinderen. En ook bij ons team hoor. In ieder lokaal is een groot scherm aanwezig. Als Frenkie overdag speelt, gaan we kijken met de hele school.”

Feyenoord-gebied

Frenkie werd op school al snel gescout voor de jeugdopleiding van Willem II en kwam daarna bij Ajax terecht. Blaas: “We zijn hier eigenlijk Feyenoord-gebied, maar voor Frenkie maakten we een uitzondering. Toen waren we natuurlijk voor Ajax.” Hij heeft De Jong niet als leerling meegemaakt, maar kent de verhalen van teamleden die het supertalent wel in de klas hadden. Een nuchtere jongen met een topsportmentaliteit en discipline, “een perfect voorbeeld voor onze leerlingen. Ik houd ze voor: met de juiste houding en attitude kun je het ver schoppen, op ieder gebied. Frenkie was zelfs met knikkeren bloedfanatiek. Hij kon ook goed leren. Als hij een toets had gemaakt, wilde hij binnen een half uur zijn cijfer weten, haha. Je zou hem een streber kunnen noemen in de goede zin van het woord”.

Jeugdtraining

Vorig jaar was De Jong in Arkel, hij bracht een verrassingsbezoek aan zijn oude voetbalvereniging, waar veel leerlingen van De Lingewaard voetballen. Zijn broer traint daar de jeugd, Frenkie zelf gaf spontaan een training aan de jongens onder 12. “Dat vonden die jochies natuurlijk fantastisch, het doet iets met de kinderen uit het dorp dat zijn roots hier liggen en hij gewoon rondloopt op hun voetbalveld. Sommige kinderen nemen krantenartikelen over Frenkie mee naar school als we het over het nieuws hebben.” Blaas vertelt over een leerling die net op school is gekomen, een 11-jarig manneke dat bijzonder goed kan voetballen en in de jeugdselectie van RKC Waalwijk zit. “Ik zei tegen hem: ‘Je zit hier goed, dit is de school waar je voorganger op zat.’”

Hall of Fame

Van de Johan Cruyff Foundation mag De Jong een plek aanwijzen waar een Cruyff Court komt: dat wordt een veldje in Arkel natuurlijk. Volgend jaar gaat De Jong het openen, de school kijkt er nu al naar uit. In de planning voor volgend jaar staat een ‘Hall of Fame’ in de school, met een paar mooie actiefoto’s van Frenkie aan de muur en hopelijk ook met een paar gesigneerde voetbalshirts. “Als hij toch dat Cruyff Court opent, komt hij vast ook wel even bij ons langs.” Maar nu eerst dat EK.

Kader
Dit artikel heeft in Kader (Primair) gestaan. AVS-leden ontvangen Kader maandelijks op de mat. Nog geen lid? Bekijk hier eerder verschenen nummers, word lid en ontvang voortaan ook iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus!

Gerelateerd nieuws

  • Tekorten tegengaan met een aantrekkelijke werkomgeving

  • Van politiek assistent van de minister naar schoolleider in Twente

  • Ontspanning, loslaten lesmethodes en ouderbetrokkenheid

  • ‘Het zorgen voor en omkijken naar een ander zit bij ons allebei in het DNA’