Er zijn meer leerlingen op school, de voortgang is over het algemeen constant en scholen zijn over het algemeen tevreden over de eerste week van de volledige heropening. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder 726 schooldirecteuren. Wel zien schoolleiders nog problemen rondom het personeelstekort. Volgens vrijwel alle schoolleiders zijn meer investeringen nodig om het personeelstekort aan te kunnen pakken.

Bijna 92 procent van de schoolleiders zegt dat de eerste dagen zeer goed of uitstekend zijn verlopen, bij 8 procent van de scholen ging het matig. Ondanks dat er tevredenheid heerst, liep twee derde deze week tegen de nodige problemen aan. Zo hadden scholen te maken met angst voor besmetting bij personeel of ouders, uitdagingen rondom schoonmaak en hygiëne, leerlingenvervoer, schooltijden en het organiseren van een routing in de school om voldoende afstand te kunnen houden. Toch is een van de grootste uitdagingen voor het onderwijs het extra personeelstekort. “Het tekort aan leraren en schoolleiders was al schrijnend, maar met deze crisis zorgt dat voor problemen. Zeker omdat je de klassen niet nog groter kunt maken”, aldus AVS-voorzitter Petra van Haren. “De schoolleider is een cruciale spil bij het goed organiseren van onderwijs in deze crisistijd en bewaakt dat er goed zicht is op welzijn en ontwikkeling van leerlingen en van het personeel.”

Extra uitdagingen rond personeelstekorten
Een op de zes scholen had deze week een personeelstekort. Naast het reguliere personeelstekort en reguliere ziekmeldingen zijn er namelijk ook corona gerelateerde afwezigen. In de meeste van die gevallen valt een leerkracht zelf in de risicogroep of iemand uit hun gezin of zijn er klachten als verkoudheid, niezen of koorts. In enkele gevallen is de reden een besmetting zelf. Gemiddeld liet per school 1 leraar zich testen, in slechts 5 procent bleek die persoon ook daadwerkelijk besmet.

Meer leerlingen naar school en weer in beeld
Op 20 procent van de scholen zijn alle leerlingen weer aanwezig op de scholen. De overige scholen missen gemiddeld 5 leerlingen, zo’n 2,6 procent van het totaal aantal leerlingen. Ze zijn veelal thuis met een goede reden, vaak vanwege verkoudheidsverschijnselen (33 procent). Andere redenen zijn zorgen bij ouders (19 procent), normale ziekte (18 procent), mensen uit een risicogroep in het gezin (17 procent), geoorloofd verzuim of andere redenen (16 procent) en slechts een klein aantal vanwege besmetting in het gezin (6 procent). “Het is fijn om te zien dat er steeds meer leerlingen naar school komen. Veel leraren en directeuren zien er naar uit om de kinderen weer te zien en kinderen zien graag hun klasgenoten en leraren. In sommige gevallen blijft het, conform de RIVM-richtlijnen, goed als ze nog even thuis blijven”, zo zegt Van Haren.
 
“We zijn overigens heel erg content dat er steeds meer leerlingen weer op de radar komen. Zo’n 99 procent van de scholen heeft alle leerlingen weer in beeld.” Nog slechts 1,4 procent van de scholen mist één of meerdere leerlingen, in totaal gaat het om circa 100 leerlingen. Tijdens de sluiting van de scholen medio maart waren dit nog 5200 leerlingen en bij de gedeeltelijke opening 500 leerlingen.

Voortgang leerlingen vrij constant
De meeste scholen (77 procent) van de scholen zegt zicht te hebben op de voortgang van de leerlingen na de periode van thuisonderwijs. Volgens de schoolleiders blijkt dat de voortgang bij de meeste leerlingen (60 procent) constant is gebleven, bij 18 procent is er een kleine achterstand, 9 procent van de leerlingen heeft een grote achterstand en 13 procent is juist sneller gegaan. Van Haren: “Voor een compleet beeld is verder onderzoek nodig, er was soms ook voor de coronacrisis sprake van achterstanden, maar de meeste schoolleiders en leraren krijgen er al aardig zicht op. Zij konden leerlingen ook volgen tijdens het thuisonderwijs. De meeste leerlingen lijken zich prima te hebben gered, een deel is zelfs sneller gegaan, maar het is echt belangrijk dat scholen de ruimte krijgen om daar waar wel sprake is van achterstanden dit aan te pakken en goed in beeld te hebben wat nog nodig is.”

Zomerscholen voor kwetsbare leerlingen, door andere partijen
Over de zomerscholen bestaat er wat verdeeldheid. Een kleine meerderheid (50,4 procent) van de schoolleiders is geen voorstander. 49,6 procent is wel een voorstander van de zomerscholen, waarvan 23 procent alleen als het voor kwetsbare kinderen is en 22 procent als het door andere partijen wordt verzorgd. “Er is de afgelopen maanden keihard gewerkt door de mensen in het onderwijs. Zij hebben echt vakantie nodig om te zorgen dat ze na de zomervakantie weer fris aan de bak kunnen. Tegelijkertijd zien we dat er voor een aantal kinderen iets extra’s moet gebeuren. De zomerscholen kunnen daarvoor een mogelijkheid zijn, maar er is meer nodig ook straks in het nieuwe schooljaar.”

Er is een subsidie in het leven geroepen om corona gerelateerde achterstanden op te vangen, maar het werkelijke vraagstuk gaat dieper volgens de AVS. “Er zijn nog te veel situaties waarin kinderen geen gelijke kansen hebben, dan gaat het vaak om meer dan alleen leerachterstanden. Dit moeten we naast alle crisismaatregelen hoog op de agenda houden.”

Investeringen nodig, vooral in voldoende personeel
Naast het advies van de Onderwijsraad vinden ook schoolleiders dat er de komende tijd meer geïnvesteerd moet worden in het onderwijs. Dat zou volgens hen moeten gaan naar het lerarentekort (90 procent), kansengelijkheid (44 procent), leesvaardigheid (25 procent), toetsen en examens corona-proof maken (4 procent) en een betere toegang tot de arbeidsmarkt (3 procent). “Het onderwijs stond de afgelopen maanden samen met de zorg in de frontlinie. We mogen trots zijn met zoveel gepassioneerden vakmensen.”
 
De maatschappelijke waardering voor onderwijs was al hoog en is verder gestegen nu ouders hebben ervaren wat de betekenis van school voor de kinderen en voor henzelf is.  “We hopen dat de politiek in de komende kabinetsperiode serieus gaat investeren in onderwijs, mede vanuit de inzichten opgedaan rond deze crisis, dat betekent minder werkdruk en een passend salaris. Het gelijkschakelen van de salarissen in het basisonderwijs aan het voortgezet onderwijs is echt broodnodig, zeker ook voor schoolleiders”, zo zegt Van Haren. “Werken in het onderwijs is fantastisch, maar we weten dat we nóg meer kunnen betekenen voor leerlingen en de kwaliteit van onderwijs als er voldoende aandacht kan zijn voor elke leerling. Dat is erg belangrijk om de tekorten aan te pakken en de kwaliteit van ons onderwijs te verbeteren”, besluit Van Haren.

Links

Gerelateerd nieuws

  • Sectorale routekaart voor verduurzaming schoolgebouwen

  • Voortzetting prestatieboxgelden

  • vo-school

    Meeste leerlingen op school, thuisonderwijs vraagt aandacht

  • Schoolleiders tevreden, wel zorgen over bezetting en testbeleid