Gesloten maar niet dicht

Het Nederlandse onderwijs maakt de meest bizarre periode in zijn bestaan mee. Vier school­leiders vertellen over hun leiderschap op afstand in de periode van gesloten schooldeuren. 

“Sorry, ik moet even een rustige plek opzoeken om te bellen”, zegt Tseard Fabriek, directeur van School Lyndensteyn, een mytyl- en tyltylschool voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in Beetsterzwaag. “Er zijn hier wat bouwvakkers bezig om een aantal toiletgroepen te renoveren. Dat stond gepland voor de zomervakantie, maar dat hebben we nu naar voren gehaald.”

School Lyndensteyn was net als duizenden andere scholen in Nederland gesloten, vanwege de coronacrisis. Toch gebeurt er veel meer achter de gesloten schooldeuren dan menigeen denkt. Zo verzorgen scholen afstandsonderwijs, houden ze contact met ouders en leerlingen, overleggen ze met gemeentes over gezinnen met een problematische thuissituatie en vangen ze kinderen op van ouders met vitale beroepen. Werk aan de winkel dus voor schoolleiders. 

Continu schakelen
“Ja, het is hectisch”, zegt Jurgen Huls, directeur-bestuurder van basisschool De Plakkenberg, een eenpitter in Silvolde. “Ik ben continu aan het schakelen, want naast het crisismanagement heb je ook nog de voorbereidende werkzaamheden voor het nieuwe schooljaar. Nu ben ik bijvoorbeeld druk met de formatie.”

Komt er bij zo’n crisis voor een eenpitter niet veel meer kijken dan bij een school die deel uitmaakt van een scholengroep? “Ja, maar we staan er niet alleen voor. We maken deel uit van de Onderwijs Coöperatie Gelderland, die bestaat uit veertien zelfstandige scholen. Daarbinnen delen we good practices en kennis met elkaar, zeker in deze tijden. Daarnaast hebben we ook onze netwerken met collega-schoolbesturen in de regio, waarmee we informatie uitwisselen. En verder kijk ik veel naar nieuws- en actualiteitenprogramma’s die aandacht besteden aan hoe scholen omgaan met deze crisis. Zodoende weet ik precies wat de landelijke trends zijn.”

Koudwatervrees
Het afstandsonderwijs op zijn school is goed ingericht, vindt Huls. Waar de eerste twee weken het accent lag op het herhalen van leerstof, verschoof dat in de derde week naar nieuwe leerstof. “Omdat het voor ons nieuw was, hebben we veel kennis en vaardigheden van buiten gehaald, onder andere via de website Lesopafstand.nl.” Toch merkte Huls dat sommige leerkrachten moeite hadden om hun digitale competenties te ontwikkelen. “In het begin zag je ook de onzekerheid in hun ogen bij het idee dat ze instructiefilmpjes moesten maken of online les moesten geven. Maar het mooie was wel dat leerkrachten elkaar daarbij hielpen.”

Ook Joost Heemskerk, directeur van RK-PC Samen­werkings­school Emmaüs in Leidschendam, zag koudwatervrees bij collega’s op dat gebied. “Maar waar je normaal als schoolleider bij dit soort zaken moet omgaan met weerstand en waar je urgentiebesef bij je team moet kweken, was iedereen er nu van doordrongen dat het móest gebeuren. Ze hadden zoiets van: de plas is ijskoud, maar ik ga wel een bommetje maken.”

Rust bewaren
Heemskerk was zich, zeker in de beginperiode, bewust van zijn eigen opstelling om de rust in zijn team te bewaren. “In crisistijden kijken mensen toch naar de leidinggevende. Hoe stelt hij zich op? Blijft hij rustig? Straalt hij vertrouwen uit? Ik geloof dat dat systemisch werkt. Als je als directie samen positief en rustig blijft, werkt dat door naar het team en uiteindelijk ook naar de ouders en leerlingen.”

Heel prettig vond hij het dat sommige leerkrachten meteen wilden meedenken en in de actiemodus schoten. “Zo was er een collega die veel wist over het gebruik van videobelsoftware en daar met verve een presentatie over gaf aan zijn collega’s. Weer twee anderen wilden het portfoliogedeelte beheren. Zo nam iedereen elkaar bij de hand. Dat past ook helemaal in het principe van gezamenlijke verantwoordelijkheid, eigenaarschap en gespreid leiderschap dat we hier op school hanteren.”

Heemskerk heeft de afgelopen periode veel aandacht besteed aan het welzijn van zijn teamleden, al was dat door de omstandigheden niet eenvoudig. “Als je met sommige collega’s enkel contact hebt via videobellen mis je toch bepaalde signalen. Daarom hebben we met de directie afgesproken dat we alle teamleden wekelijks spreken, en dat we dan goed doorvragen naar hoe het gaat. Sommige collega’s zijn alleen en krijgen te maken met eenzaamheid, terwijl anderen onder grote druk gebukt gaan omdat ze naast hun dagelijkse werk ook nog hun kinderen thuis moeten begeleiden bij het afstandsonderwijs.”

Bij Academie Tien, een scholengemeenschap voor mavo, havo en vwo in Utrecht, is de thuissituatie van docenten zelfs doorslaggevend bij het verdelen van het werk. Rector Albert Wijnsma: “We hebben in de eerste week na de sluiting alle docenten naar hun thuissituatie gevraagd, omdat we aan de voorkant eerlijk naar elkaar wilden zijn. Anders heb je verwachtingen die steeds weer bijgesteld moeten worden. Zo had de inventarisatie tot gevolg dat een van onze docenten die in Tilburg woont en vier jonge kinderen thuis heeft, helemaal uit het rooster is gehaald.”

Vrijwilligers
De docenten van Academie Tien hebben de eerste week vooral contact gelegd met leerlingen om zodoende een goed beeld te krijgen van de (thuis)situatie van leerlingen. “Op basis van die informatie hebben we onze leerlingen ondergebracht in drie categorieën: groen, oranje en rood. Leerlingen uit de groene groep hebben veelal zelfdiscipline en een veilige thuissituatie waarin ze goed kunnen leren. In de rode categorie zitten leerlingen die een zorgelijke thuissituatie hebben en die ondersteund en begeleid worden door onze docenten.” Voor de oranje categorie, zo’n 120 leerlingen, werkt de school met vrijwilligers die drie keer per week via videobellen contact hebben met deze leerlingen. Deze vrijwilligers, veelal professionals die door de crisis thuiszitten zoals KLM-personeel, geven deze leerlingen aandacht en stimuleren en helpen met plannen en organiseren. Wijnsma: “Dit project, dat de naam Thuisschoolmaatje.nl draagt, is zo succesvol dat de VO-Raad het heeft omarmd en ook landelijk uitrolt. Intussen zijn er al meer dan 2.500 vrijwilligers.”

Ook basisscholen hebben steeds meer aandacht gekregen voor de kwetsbare thuissituatie van sommige leerlingen. Zo worden vrijwel overal kinderen opgevangen die thuis maar moeilijk aan het leren komen. Voor School Lyndenberg (so en vso), met veel leerlingen met fysieke beperkingen en chronische ziektes, geldt dat eens te meer. Directeur Fabriek: “Samen met Stichting Wille (biedt vrijetijdsbesteding aan kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking of speciale ondersteuningsbehoefte, red.) hebben we op vier plekken in Friesland opvang weten te creëren voor leerlingen die thuis bijvoorbeeld gedragsproblemen vertonen of in een sociaal isolement terecht zijn gekomen. Je moet je realiseren dat onze leerlingen vaak niet zo mobiel zijn dat ze met andere kinderen kunnen afspreken, dan ligt eenzaamheid op de loer. Bovendien komen de meesten van ver en wonen klasgenoten niet dicht in de buurt.”

Inzichten en kansen
Fabriek heeft verlangd naar het moment dat School Lyndensteyn weer opengaat. “Het was zo akelig stil hier op school, ik mis de kinderen en de dagelijkse dynamiek. Ook vind ik het lastig om mijn team op afstand aan te sturen, alhoewel mijn twee teamleiders veel opvangen. Normaalgesproken staat mijn deur altijd open, maar door veel minder dagelijkse en informele contacten heb ik ook minder voeling met het onderwijs.”

Rector Wijnsma, die dagelijks van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bij scholen­gemeenschap Academie Tien te vinden is, kenschetst de sfeer op school als doods en leeg. “Deze crisis heeft mij wel laten inzien dat het dagelijkse directe contact met leerlingen het allerbelangrijkste is in het onderwijs.” 

Huls van basisschool De Plakkenberg (eenpitter) neemt vanuit deze crisis ook dingen mee naar de toekomst. “Voor mij is het afgelasten van de eindtoets iets waardoor het schooladvies nog meer aan importantie kan winnen. Misschien dat we hierdoor een einde kunnen maken aan de toetsafrekencultuur en dat we leerlingen meer kunnen laten werken op een portfolio-achtige manier, op basis van ‘groei’.” Ook denkt Huls dat de ervaringen die zijn opgedaan met digitaal leren een prominentere rol kunnen gaan spelen bij nijpende lerarentekorten. “Klassen die in de toekomst naar huis moeten worden gestuurd omdat er geen vervanging is, kun je dan misschien toch thuis aan het werk zetten. Daarnaast kun je je digitale onderwijs misschien ook meer gaan inzetten in de dagelijkse organisatiestructuur. Waarbij je als leerkracht verschillende instructieniveaus maakt, waarvan je er een op school digitaal aanbiedt aan een groep leerlingen die je in een eigen ruimte zet.”

Band aanhalen
Maar eerst de scholen weer eens openen. Ga je dan je leerkrachten aansporen om de eventuele achterstanden in te halen? “Nee zeker niet”, zegt directeur Heemskerk van RK-PC Samenwerkingsschool Emmaüs, “we willen eerst graag verkennen wat deze periode met de kinderen gedaan heeft. Dat gaan we doen in coöperatieve werkvormen, waarin we de leerlingen lucht en vrijheid geven. Taal en rekenen zullen daar in het begin niet het belangrijkste in zijn. Bovendien moet je je realiseren dat kinderen in deze crisisperiode echt niet stilstaan. Ze hebben bijvoorbeeld geleerd om in bomen te klimmen en om taarten te bakken, ze zijn creatief geweest en hebben hun probleemoplossend vermogen verder ontwikkeld. Maar ze hebben wel het contact gemist, daarom gaan we eerst de band met hen weer aanhalen.”

Thuisschoolmaatje.nl
In het voortgezet onderwijs heeft de VO-raad een initiatief opgeschaald waar vrijwilligers bijspringen om leerlingen te ondersteunen. Op www.thuisschoolmaatje.nl kunnen scholen zich melden om leerlingen in contact te brengen met deze vrijwilligers.