Scholen krijgen geen of te weinig medewerking van de gemeente bij het realiseren van passende ruimte voor buitenschoolse opvang. Dit blijkt uit onderzoek van de AVS (Algemene Vereniging Schoolleiders) onder haar leden. 60% van de respondenten die hier ervaring mee hebben geeft aan dat zij geen geld van de gemeente krijgen om het binnenklimaat te verbeteren en heeft 26% ervaring met tegenstrijdige wet- en regelgeving.

Ton Duif, voorzitter AVS: “De politiek laat zich, zowel op landelijk als op gemeentelijk niveau, regelmatig uit over in hun ogen noodzakelijke veranderingen in het onderwijs. Maar opnieuw blijkt deze betrokkenheid zich te beperken tot wapengekletter op de bühne, want op het moment dat het onderwijs er mee aan de slag wil blijkt er geen geld beschikbaar. Blijkbaar is dit met name bedoeld om goede sier te maken bij kiezers. Niet om echt iets te willen veranderen.”

Aan het AVS onderzoek naar huisvestingszaken deden 939 schoolleiders en bovenschools directeuren uit het primair onderwijs mee. Ondanks de wetswijziging waardoor per 1 augustus scholen verantwoordelijk worden voor de buitenschoolse opvang -en waardoor het vinden van extra ruimte noodzakelijk is- gaf 39 procent van hen aan matige of geen medewerking van de gemeente te krijgen op dit gebied. Slechts 23 procent had positieve(re) ervaringen. 38 procent had hier sowieso geen ervaring mee. Veel gemeenten gaven aan te weinig geld hiervoor te ontvangen vanuit het rijk, zo meldden de respondenten. Ton Duif, AVS: “Toch is dit raar. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het huisvestingsbudget van de scholen. De scholen krijgen een extra opdracht van het rijk. Dus kloppen de scholen aan bij de verantwoordelijke in deze, de gemeente. Maar die heeft hiervoor geen extra geld gekregen. Hoe denken ze in Den Haag dan dat de scholen dit kunnen realiseren?”

Uit het onderzoek blijkt ook dat veel schoolleiders tegen tegenstrijdige wet- en regelgeving aanlopen. Zo zijn de huisvestingsregels in de kinderopvang veel strenger dan voor de scholen. Dus terwijl het om dezelfde kinderen gaat, mogen zij na schooltijd niet automatisch in het schoolgebouw opgevangen worden. Ook eisen van monumentenzorg veroorzaken vaak problemen. Zo moet een lokaal geventileerd kunnen worden, maar mag soms de raamconstructie niet veranderd worden om dit mogelijk te maken. Voor een geavanceerd ventilatiesysteem is vervolgens geen geld.

Tot slot breekt het veel scholen op dat investeringen in gebouwen doorgaans over 40 tot 60 jaar afgeschreven worden. Voor het adequaat inspelen op maatschappelijke veranderingen en daaruit voortvloeiende eisen zou deze termijn ingekort moeten worden tot maximaal 20 tot 30 jaar.

Ton Duif, AVS: “Opnieuw blijkt dat we in Nederland keuzes moeten maken. Of we moeten de consequenties van ons veranderende eisenpakket willen dragen, dus met geld over de brug komen, of we moeten accepteren dat niet alles optimaal georganiseerd en gehuisvest kan worden. En dan ook ophouden met zeuren.”

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws