Sommige scholen lukt het maar net de eindjes aan elkaar te knopen, terwijl anderen ruimte zien om een flink deel van het budget in één onderdeel te stoppen, zoals cultuurlessen of sport. Twee bevlogen directeuren leggen uit hoe ze dat voor elkaar krijgen.

`Het mes snijdt aan twee kanten´
Drie keer per week les in dans, drama of muziek
Ton Roonder, directeur van ´t Palet uit Gouda, wil twee vliegen in één klap slaan. Zowel cognitieve vaardigheden verbeteren, als podiumkunsten integreren in de school. ´t Palet besteedt sinds een jaar of zes meer aandacht aan cultuur en noemt zichzelf daarom `profielschool met podiumkunsten´.

“We hebben de lessen dans, muziek en drama zo georganiseerd dat ze onderdeel van ons onderwijs zijn,” legt Roonder uit. De vakdocent – ´t Palet noemt hem `podiumassistent´ – gaat met de helft van de groep kinderen naar het podiumlokaal waar zij een half uur een drama- muziek- of dansles volgen. Tegelijkertijd gaat de groepsleerkracht met de andere kinderen intensief aan de slag. In een klein klasje werken zij aan hun (cognitieve) taal- of rekenachterstand. Na een half uur wordt gewisseld. Deze `gespleten´ lessen vinden in elke groep drie keer per week plaats. De kerstmusical die de school zelf heeft gemaakt en opgevoerd, is een voorbeeld van een podiumproject. Ook in andere (onderwijs)projecten komt altijd een stukje podiumkunsten terug. Roonder: “Het mes snijdt aan twee kanten. Ons profiel zorgt ervoor dat kinderen hun creativiteit ontwikkelen. Ze leren zich kwetsbaar op te stellen; letterlijk in de spotlights te staan. Naast de sociaal emotionele ontwikkeling wordt de cognitieve ontwikkeling gestimuleerd.´´ De ontwikkeling van de kinderen wordt in de zorggesprekken tussen de IB´er en de leerkracht gevolgd. Zo verantwoordt `t Palet in het schoolplan en naar de ouders en de maatschappij, hun doel om onderwijsachterstanden in te lopen.

Financiering
´t Palet betaalt de drie podiumassistenten en twee IB´ers uit overheidsgeld voor de extra gewogen leerlingen. De school beschikt – al zeventien jaar – over een goed gefaciliteerd in-huis amfitheater. De extra kosten voor het theater worden gedekt vanuit verschillende bronnen: het Gemeentelijk Onderwijs Achterstanden beleid (GOA), eigen reserves en sponsorgelden. Roonder: “Ook als de wegingsregeling wegvalt, gaan we door met de profielschool. Lumpsum biedt meer ruimte daarvoor. Voorheen moest je voor drama- of muzieklessen een extra bevoegde leerkracht aantrekken. Dat hoeft nu niet meer. Onze podiumassistenten worden op een ander salarisniveau ingeschaald dan een leerkracht en zijn daardoor betaalbaar.´´ Roonder: “Veel ouders kiezen bewust voor onze school, omdat we iets extra´s doen aan taalontwikkeling en creativiteit. De school groeit en kinderen vinden het geweldig. Ik zie ze aan het begin van de week met hun maandaghumeur binnenkomen en even later stralend werken, spelen en leren in het amfitheater of in het podiumlokaal. Ons profiel wordt gesteund door de bestuurscommissie en de gemeente. Andere scholen uit Gouda tonen interesse en de Inspectie is positief.”

Auteur: Jos Kooij

`Gewonnen of verloren, niemand ermee storen´
Tijdens én na schooltijd meer beweeguren
Sinds juli 2006 heeft de Amsterdamse basisschool de Springplank een sportief profiel. Een van de pijlers van dit profiel is sportief gedrág. Directeur Marie-José Karskens ziet al veranderingen: dikke kinderen en kinderen met een beweegachterstand worden niet meer gepest.

Drie jaar geleden is het team van de Springplank de weg ingeslagen naar een sportief profiel. “Wij wilden het probleem van pesten op school aanpakken en hebben ingezet op sportief gedrag,” vertelt Karskens. Voorafgaand aan de vormgeving van het profiel werd het nieuwe vak `Leefstijl´ geïntroduceerd. Hier wordt kinderen geleerd hoe ze aan kunnen geven dat ze iets niet leuk vinden en leren ze hoe de ander iets beleeft. “Er worden regels en afspraken gemaakt waar de kinderen zich aan moeten houden, net als in de sport,” aldus Karskens. Een belangrijke regel die geldt op de brede, sportieve school uit stadsdeel Bos en Lommer is `gewonnen of verloren, niemand ermee storen´. Opvallend is dat kinderen met overgewicht nu minder gepest worden. “Sinds dit jaar krijgen dikke kinderen een uur extra gym per week. Het taboe op dik zijn is weg. De andere kinderen zijn eerder jaloers op ze, omdat zij nóg een uur mogen sporten,” licht oud-vakleerkracht gymnastiek Karskens toe. Dit geldt ook voor kinderen met een bewegingsachterstand. Zij krijgen onder de noemer Motorial Remedial Teaching ook een extra beweeguur per week. Alle kinderen hebben per week twee keer een uur gymnastiek. Bijna alle uren gym worden gegeven door een vakleerkracht. Zij geeft ook de extra uren. Na schooltijd coördineert de vakleerkracht samen met afgevaardigden van de gemeente en met sportbuurtwerkers vanuit het stadsdeel de diverse sportactiviteiten. Sportbuurtwerkers leiden vaak de activiteiten, maar zijn niet bij alles betrokken. De samenwerking met de gemeente en met sportverenigingen wordt ook wel `beweegmanagement´ genoemd.

Subsidiepotjes
Voor het tweede uur gymnastiek en de extra uren die de vakleerkracht draait tijdens schooltijd, is binnen het totale pakket aan lesuren meer ruimte gecreëerd. Dit wordt voor tachtig procent bekostigd uit de reguliere middelen en voor twintig procent uit onderwijsachterstandsgelden. Voor de naschoolse activiteiten heeft de vakleerkracht vijftig uur beschikbaar. Dit wordt voor honderd procent gefinancierd door bijdragen uit de brede school-regeling en het Amsterdamse Jump- Inn project. De Amsterdamse Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) is hier verantwoordelijk voor. Bovendien wordt nog geld getapt uit enkele andere subsidiepotjes. Veel directeuren zijn vaak huiverig voor het kiezen van een bepaald profiel vanwege het wegvallen van subsidies en regelingen. Het zou dan niet meer te financieren zijn. Door het verminderen van de onderwijsachterstandsgelden en het werken met lumpsumfinanciering voorziet directeur Karskens dat het op termijn moeilijker wordt. “Maar de keerzijde is dat scholen en besturen wel bewuster met het geld om zullen gaan. Dit kunnen wij met geld voor sport doen. Bovendien kunnen we middelen die eerder in potjes bleven zitten en bestemd waren voor andere gebieden nu, makkelijker gebruiken voor ons profiel.”

Auteur: Clement Roos

Thema Geld en visie
Kader Primair 5 – Januari 2007

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws