Tienerscholen experimenteren met teambevoegdheid

Op zogenoemde tienerscholen (10-14 jaar) heb je zowel pabogediplomeerde leerkrachten als tweedegraads bevoegde leraren nodig. Dat kan ingewikkeld worden als je met geïntegreerde groepen werkt. “Dankzij het experiment teambevoegdheid hebben we veel meer ruimte.”

Er komt voorlopig geen nieuw bevoegdhedenstelsel voor leraren, bleek in januari toen de onderwijscommissie Onderwijsbevoegdheden het rapport Hoge lat, lagere drempels presenteerde. De commissie, onder leiding van Paul Zevenbergen, had als taak een advies van de Onderwijsraad uit te werken waarin werd voorgesteld om één brede basisbevoegdheid voor alle leraren in te stellen. Die brede bevoegdheid moest zorgen voor ontschotting in de opleidingen en het leraarsvak, maar bleek juist een struikelblok en leidde binnen de commissie tot interne verdeeldheid. Vier van de acht leden vreesden een verschraling van de vakkennis en -didactiek als gevolg van die ontschotting.

Aardrijkskundeles

“Jammer dat het niet gelukt is”, zegt Lenie van Lieverloo, projectleider van 10-14 Onderwijs, een lerend netwerk waarin zo’n twintig tienerscholen in Nederland hun ervaringen met dit type onderwijs met elkaar delen. “De initiatieven die bij ons aangesloten zijn, werken veelal met geïntegreerde groepen. Leraren met een gekwalificeerde inzetbaarheid, die bijvoorbeeld zowel 10-jarigen als 14-jarigen les mogen geven, passen daar natuurlijk uitstekend bij.”

Ook Annelies Robben, netwerkregisseur bij Onderwijs­route 10-14 in Zwolle, betreurt dat die brede bevoegdheid voorlopig van de baan is. “Het blijft gek dat er nog zo sectoraal gedacht wordt in Nederland. Ik zou het liefst zien dat er één bevoegdheid komt in het funderend onderwijs en je je met korte scholingstrajecten kunt specialiseren. Ik heb hier bijvoorbeeld een paboleerkracht rondlopen die veel gereisd heeft en die affiniteit heeft met het vak aardrijkskunde. Maar als zij zelfstandig aan leerlingen van 13, 14 jaar aardrijkskundeles zou willen kunnen geven, moet ze de lerarenopleiding doen en is ze weer vier jaar aan het studeren. Dat doet niemand, ook omdat je je er dan eigenlijk niets op vooruit gaat, want of je nou lesgeeft in het po of vo, het is een baan op hbo-niveau.”

Teambevoegdheid

Dat tienerscholen al jaren worstelen met bevoegdheden van leraren blijkt uit de Monitor 10-14 onderwijs, de tweede tussenrapportage die onderzoeksbureau Oberon in opdracht van het ministerie van OCW uitvoert. De onderzoekers schetsen dat bij een aantal initiatieven een dubbele bezetting van leraren nodig is omdat po- en vo-leerlingen in gemengde samenstelling les krijgen. “In de praktijk is dat lastig te realiseren, dus moet je creatief zijn,” zegt Van Lieverloo. De projectleider van het lerend netwerk 10-14 Onderwijs bedoelt dat tienerscholen de afgelopen jaren hebben gewerkt met teambevoegdheid, een werkwijze waarbij leraren zelf niet meer bevoegd hoeven zijn voor het onderwijs dat ze verzorgen, maar zich kunnen beroepen op de expertise van andere leerkrachten binnen het team die wel bevoegd zijn. Wettelijk is teambevoegdheid niet toegestaan, maar het ministerie van OCW ziet in dat dit voor veel tienerscholen een knelpunt is en riep een regeling in het leven. Sinds augustus 2020 draait het experiment teambevoegdheid, waarvoor scholen zich konden aanmelden en waarmee ze drie jaar lang ervaring op kunnen doen. Binnen het experiment wordt onderzocht of het werken met teambevoegdheid de onderwijskwaliteit niet negatief beïnvloedt. Van Lieverloo: “Als na drie jaar blijkt dat deze werkwijze goed werkt, kan de werkruimte mogelijk vergroot worden. Ook kan het effecten hebben voor andere onderwijsovergangen.”

Verrijkend

Bij de 10-14 Onderwijsroute in Zwolle zijn de ervaringen met teambevoegdheid positief, vertelt Robben. “Voorheen lieten we leraren van vo-scholen binnen onze stichting Openbaar Onderwijs Zwolle & Regio invliegen, omdat we niet wilden dat onze leerlingen achterstanden zouden oplopen doordat een paboleerkracht een bepaalde les niet kon geven. Sinds we deelnemen aan het experiment hebben we veel meer ruimte.” Robben legt uit dat de meeste delen van een les niet zo vakspecifiek zijn, maar dat dat voor de instructie wel geldt. “Die instructie moet gebeuren onder de directe verantwoordelijkheid van iemand die er veel kennis van heeft. De verwerking en begeleiding daarna kan gedaan worden door leraren die geen specifieke vakkennis hebben maar goed zijn in bijvoorbeeld in plannen en organiseren. Daarom werken bij ons pabo-leerkrachten onder supervisie van leraren met een eerste- of tweedegraads bevoegdheid, en omgekeerd. Het mooie is dat onze leraren dit ook heel verrijkend vinden: de vakdocent kan doen wat hij het liefste doet, en de pabo-leerkracht kan doen waar hij goed in is.”

Vloeiend verloop

Daniël Kolpa, coach en regisseur van een van de drie units van Onderwijsroute 10-14, onderschrijft dat. “Als pabo-leerkracht geef ik rekenen, spelling, mens en cultuur, mens en natuur en Spaans. Een deel van de lessen wordt ontworpen door vo-leraren die ze vervolgens uitleggen aan de andere leraren. Soms doen wij de instructie dan zelf, soms doet de vo-leraar die. Hoe dan ook: uitval van lessen kennen we niet omdat er altijd iemand is die de les kan geven. En voor mij als leerkracht is het heel boeiend om met collega’s te werken die precies weten hoe het werkt met de doorstroom en uitstroom van vo-leerlingen. Samen zorgen we ervoor dat het onderwijs op elkaar aansluit en dat de overgang van po naar vo vloeiend verloopt.”

De werkwijze gaat niet ten koste van de onderwijskwaliteit, stelt Kolpa. “Daar waken we voor door veel te overleggen. We hebben werkgroepen waarin leraren die verantwoordelijk zijn voor een bepaald vakgebied zaken met elkaar afstemmen, studiedagen waar we onze thema’s vormgeven en professionaliseringsbijeenkomsten waar werkgroepen ontwikkelingen aan elkaar presenteren.”

Tussenbevoegdheid

Bij SOOOOL 10-14 in Horst is het wat kleinschaliger dan in Zwolle. Want waar Onderwijsroute 10-14 zo’n tweehonderd leerlingen herbergt, zitten op de Limburgse tienerschool 34 vmbo-leerlingen. “Qua formatie hebben wij een pabo-leerkracht van 0,6 fte, een vo-leraar van 0,6 fte en een onderwijsassistent met een aanstelling van 0,4 fte”, vertelt teamleider Dorien Stals. “En verder schakelen we voor de beroepsgerichte vakken regelmatig vo-vakleraren in van het Citaverde College en het Dendron College, de scholengemeenschap waarmee we samenwerken en waarmee we in hetzelfde onderwijsgebouw zitten.” Daarvoor maakt SOOOOL 10-14 dan gebruik van het experiment teambevoegdheid. Toch hoeft de tienerschool niet heel vaak vakleraren in te vliegen. Stals: “Dat komt omdat onze vaste leraren een dubbele bevoegdheid hebben. Onze vmbo-leerkracht mag met een soort van tussenbevoegdheid ook wiskunde, Nederlands, mens & maatschappij en mens & natuur geven en de pabo-leerkracht studeert dit jaar ook af voor de bevoegdheid groepsleerkracht vmbo onderbouw.” Desondanks zou Stals graag zien dat er een lerarenopleiding komt die breed inzetbare leraren opleidt. “De vakspecialist heb je natuurlijk ook nog steeds nodig, zeker als het gaat om de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Maar wij hebben hier veel meer behoefte aan een ‘bredere’ groepsleerkracht die ook aan 13- en 14-jarigen les mag geven.”

Brede opleiding

Op korte termijn zal die brede lerarenopleiding er niet komen, denkt Marco Snoek, lector leren & innoveren bij de Hogeschool van Amsterdam. “Het knelpunt van 10-14 onderwijs is dat je over de grenzen van bestaande systemen heengaat. Een voorwaarde voor een nieuwe, brede lerarenopleiding is de hervorming van het bevoegdhedenstelsel. Maar aangezien de commissie Onderwijsbevoegdheden daar niet uit is gekomen, lijkt deze nieuwe opleiding ver weg. Erg jammer, want de roep vanuit de praktijk naar een bredere bevoegdheid wordt steeds groter. Dat speelt trouwens niet alleen bij tienerscholen, maar ook bij vmbo-scholen die behoefte hebben aan clusterleraren die meerdere vakken kunnen geven zodat leerlingen niet steeds een andere leraar voor hun neus krijgen.”

Pabo én Frans

De lerarenopleiding die nog het dichtst in de buurt komt van een brede lerarenopleiding is Teachers College van Hogeschool Windesheim, tevens partner en geestelijk vader van Onderwijsroute 10-14 in Zwolle. Curriculumcoördinator Jael de Jong Weissman: “Bij ons volgen studenten de eerste anderhalf jaar een heel brede basis waarbij ze bijvoorbeeld ook één dag per week stage lopen in het primair onderwijs en één dag per week in het voortgezet onderwijs. Toch moeten ze na die periode wel een keuze maken: of pabo of lerarenopleiding. We hebben nu een student die deze zomer zowel haar pabodiploma haalt als haar tweedegraads bevoegdheid Frans, maar dat is nog steeds een uitzondering. Want al had ze in de propedeutische fase een voordeel, uiteindelijk moest ze in de hoofdfase wel twee volledige opleidingen afronden. En dat is niet voor iedereen weggelegd.”

Annelies Robben verwacht dat ze de komende jaren met teambevoegdheid uit de voeten kan. Maar wat nu als het experiment geen structureel karakter krijgt? “Ik kan me niet voorstellen dat het ministerie de stekker er over twee jaar uittrekt. Het is wel aan ons om te laten zien dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit. Dat een po-bevoegde leraar bijvoorbeeld wel degelijk kwaliteit kan toevoegen in een andere sector, zolang je dat op een goede manier inricht.”

Pilot tienerscholen

Nederland telt ruim twintig tienerscholen waar leerlingen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar les krijgen in een door­lopende leerlijn. De scholen zijn altijd een samenwerking tussen een basisschool en een middelbare school. De keuze voor een vervolgopleiding (vmbo, havo of vwo) wordt niet gemaakt op 12-jarige leeftijd, maar twee jaar later. Uit onderzoek van onder andere bureau Oberon blijkt namelijk dat vroege selectie tot ongelijke onderwijskansen leidt: leerlingen met dezelfde cognitieve capaciteiten maar verschillende achtergronden komen niet op hetzelfde onderwijsniveau terecht. Tienerscholen bieden meestal onderwijs op maat, vanuit de behoefte van de leerling. In een pilot waar twaalf tienerscholen aan meedoen (waaronder Onderwijsroute 10-14 in Zwolle en SOOOOL 10-14 in Horst) bekijkt het ministerie van OCW of de onderwijskwaliteit op de scholen op niveau blijft en welke effecten en knelpunten er zijn. Naast het knelpunt van bevoegdheden van leraren zijn er ook nog andere problemen waarmee tienerscholen kampen, zoals verschillende cao’s, onderzoekskaders van toezicht en gescheiden geldstromen. De eindrapportage Monitor 10-14 van onderzoeks- en adviesbureau Oberon Een soepele overgang is 1 juni naar de Tweede Kamer gestuurd.

Kader Primair
Dit artikel heeft in Kader Primair gestaan. AVS-leden ontvangen Kader Primair maandelijks op de mat. Nog geen lid? Bekijk hier eerder verschenen nummers, word lid en ontvang voortaan ook iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus!

Gerelateerd nieuws