Minister Slob trok voor de zomer abrupt de stekker uit het experiment ‘flexibiliseren onderwijstijd’, maar de Tweede Kamer floot hem terug. Straks mogen misschien wel alle basisscholen onder voorwaarden flexibele schooltijden hanteren.

Kinderen zongen een protestlied, ouders schreven brieven en boden een petitie aan en scholen en onderwijsorganisaties maakten bezwaar.
Het nieuws dat minister Slob het experiment flexibiliseren onderwijstijd beëindigde, waardoor de pilotscholen zich weer aan de wet zouden moe- ten gaan houden, leidde vlak voor de zomer tot veel onbegrip. Een stap terug in de tijd, meent ook de AVS. De Tweede Kamer floot de minister terug. Hij moet het wettelijk mogelijk maken dat scholen onder voorwaarden kunnen afwijken van de verplichte schoolvakanties en de vijfdaagse schoolweek. Vooruitlopend op die wetswijziging mogen de pilotscholen die aan de onderwijskwaliteit voldoen hun flexibele schooltijden blijven hanteren. Inmiddels is duidelijk dat de minister vanaf schooljaar 2020/2021 een nieuw experiment wil starten. Of alle pilotscholen daaraan kunnen deelnemen, hangt af van de voorwaarden die nog uitgewerkt moeten worden. Kader Primair zet de gang van zaken op een rij en polst de directeu- ren van enkele pilotscholen.
 

  1. Waarom wil minister Slob het experiment beëindigen?

Sinds 2011 kregen twaalf scholen de kans zelf hun vakanties en lesdagen in te delen. Twee voorwaarden: leerlingen moesten minimaal 940 uur les krijgen en hun resultaten moesten op niveau zijn. Na acht jaar maakte de onderwijsinspectie de balans op: vijf scholen haakten af door kwaliteit- sproblemen en twee voldeden nog niet aan alle kwaliteitseisen. Minister Slob acht daarom het risico te groot om de wet te veranderen, waardoor    alle scholen zouden mogen afwijken van de verplichte schoolvakanties en de vijfdaagse schoolweek.
 

  1. Zijn de risico’s van flexibele onderwijstijden echt zo groot?

Dat is eigenlijk niet te zeggen, vinden de meeste betrokkenen. AVS-voorzitter Petra van Haren: “Het experiment betreft een heel kleine groep scholen en is niet representatief. Om écht iets te kunnen zeggen over de impact van flexibilisering op de onderwijskwaliteit moet substantieel onderzoek worden gedaan.”
De variabelen in dit experiment waren te groot, meent directeur Tessa Wessels van Montessorischool Casa in Pijnacker. “Er zijn zwakke scho- len ingesprongen die al jaren geen groei toonden en dit experiment aangrepen om zichzelf te profileren, met alle negatieve gevolgen van dien. We hebben geen eerlijke kans gekregen om aan te tonen dat flexibel onderwijs werkt.”
 
Daarbij gaat de minister voorbij aan de vijf scholen die de kwaliteit op orde hebben en draaien naar volle tevredenheid van ouders, leraren en leer- lingen. “Bij minister Slob hebben de risico’s voorop gestaan, niet de kansen”, zegt Renate Klokman, directeur van basisschool La Res in Enschede. “Dat is ontzettend jammer en onbegrijpelijk als je ziet welke mooie mogelijkheden we creëren om kinderen extra aandacht te geven.”
 

  1. Is er een verband tussen flexibele onderwijstijden en kwaliteit?

Volgens de inspectie wel. Vooral nieuwe scholen lopen de meeste risico’s, schrijft ze in haar eindrapport. Er gaat te veel tijd op aan de organisatie, wat het geven van kwalitatief goed onderwijs in de weg staat.
“Onzin”, vindt Frank Groot, directeur van Sterrenschool de Ruimte in Almere Poort, die kampt met een onvoldoende beoordeling. “Het is niet eer- lijk dat slechte resultaten gebruikt worden als excuus om het experiment te stoppen. Het causale verband met flexibele schooltijden is niet hard te maken. Er zijn veel meer oorzaken voor kwaliteitsproblemen. Onze school heeft een onrustige periode gehad met veel wisselingen van de wacht. Als startende school kun je dan in de hoek komen waar de klappen vallen. Dat is nu achter de rug: er staat een team waarmee we de toekomst in kunnen en je ziet de resultaten omhoog gaan. Maar dat staat volkomen los van een ouder die op een ander moment vakantie wil nemen, waardoor een kind even niet op school is.”
“Met vastgestelde vakanties kun je de kwaliteit ook niet garanderen”, valt directeur Wessels van Montessorischool Casa hem bij. “Volgens de wet mag je nu gedurende twaalf weken geen onderwijs geven. Maar waar slaat dat op? Zijn kinderen in die tijd niet in staat om te leren ofzo? Scholen moeten hun kwaliteit waarborgen, maar daar gaat deze wetgeving niet bij helpen.”
 

  1. Is goed onderwijs wel mogelijk wanneer zowel leerlingen als leerkrachten in- en uitvliegen vanwege vakanties?

“Ja, als je het goed regelt”, meent directeur Groot van Sterrenschool de Ruimte. “Bij ons betaalt het schoolbestuur een extra leerkracht die anderen tijdens hun vakantie vervangt. Het is wel eens puzzelen in het rooster, maar het is goed te doen. De vervangende leerkracht is uitstekend op de hoogte van de leerlijnen en weet wat er van hem gevraagd wordt, waardoor leerlingen prima hun programma kunnen volgen.”
“Naast deskundige leraren is een goed leerlingvolgsysteem belangrijk”, stelt collega-directeur Wessels. “Flexibel onderwijs gaat hand in hand met onderwijs op maat. Door het leerlingvolgsysteem kan elke leerkracht goed aansluiten op waar een kind gebleven is. Ook voor het rooster hebben we een digitaal programma laten ontwikkelen, waardoor iets heel complex nu eenvoudig is geworden.”
“Het experiment heeft uitgewezen dat het op veel scholen prima lukt”, aldus Hans van der Most, directeur van de Sterrenschool in Apeldoorn. “Alles valt of staat met een duidelijke visie en goede voorbereiding. Ik krijg wel eens vragen van interimmanagers die in maart bellen en in augus- tus willen beginnen met flexibele tijden om hun school weer op de rit te krijgen. Het eerste wat ik zeg: tel er minimaal een jaar bij op, als het er geen twee zijn. Zomaar even beginnen zonder ouders, team en bestuur erin mee te nemen, is gedoemd te mislukken.”
 

  1. De minister stelt dat flexibel onderwijs duurder is, waardoor sommige pilotscholen een hoge vrijwillige ouderbijdrage vragen. Dit zou kansengelijkheid in de weg staan. Hoe zit dat?

“Het klopt dat er extra formatie nodig is. Bij ons betaalt het bestuur de extra leerkracht voor de vervanging, de rekening komt dus niet bij ouders te liggen”, vertelt directeur Groot van De Ruimte. “Juist door het experiment te stoppen, worden de ouders die minder geld hebben keihard



onderuitgehaald. Zij kunnen niet in de zomer op vakantie, want dat is te duur.”
Montessorischool Casa vraagt inderdaad een hoge ouderbijdrage (ruim 1.000 euro per jaar), maar niet om flexibilisering mogelijk te maken, aldus directeur Wessels. “Ouders kiezen bewust voor alle extra’s die we ervan betalen, zoals een warme lunch en het dierenverblijf. Iedereen is welkom en we hebben dan ook een gemengde leerlingpopulatie. Met ouders die het niet kunnen betalen, spreken we een regeling af. Zij kunnen zich bij- voorbeeld inzetten als vrijwilliger. Van kansenongelijkheid is dus geen sprake.”
“Flexibel onderwijs gaat ongelijke kansen juist tegen”, meent directeur Klokman van La Res, waar de vrijwillige ouderbijdrage 25 euro bedraagt. “Ieder kind kan bij ons naar de zomerschool, ongeacht hoeveel ouders verdienen. Juist dan kunnen we leerlingen die dat nodig hebben extra tijd en aandacht bieden. Het is bovendien wetenschappelijk aangetoond dat de lange zomervakantie voor extra leerachterstand zorgt. De minister kan dat tegenspreken, maar wij merkten elk jaar opnieuw dat de kennis is weggezakt en dat is nu niet het geval.”
 

  1. De pilotscholen mogen toch doorgaan, onder bepaalde voorwaarden. Blij?

“Natuurlijk”, reageert directeur Van der Most van de Sterrenschool in Apeldoorn, “maar we houden wel een flinke slag om de arm. Eigenlijk voel ik niets voor een nieuw experiment. Het blijft afwachten waar de minister mee komt: wordt het uiteindelijk een wetswijziging, welk tempo en welke voorwaarden gaan er gelden?”
Van der Most vindt het onterecht dat Slob de negatieve conclusies zwaarder heeft laten wegen dan de positieve. Zo beoogde het experiment de aan- sluiting tussen werk en privé te bevorderen en dat is gelukt, blijkt ook uit het inspectierapport. Zijn school op de Veluwe voorziet volgens hemzelf duidelijk in een behoefte: in acht jaar tijd is het aantal leerlingen bijna verdriedubbeld naar 170. “Veel ouders doen seizoenswerk en kiezen bewust voor onze school, omdat zes weken de kinderen thuis of op de bso opvangen geen optie is. Een ander deel van de ouders vindt het ook gewoon prettig om buiten de dure zomervakantie weg te kunnen.”
 
Directeur Groot uit Almere zou het liefst helemaal geen voorwaarden zien. “Nederland is veel te conservatief geworden, dat staat vernieuwing in   de weg. Echt betuttelend wat er gebeurt. Stel dat onderwijskwaliteit een randvoorwaarde is en de school komt in minder vaarwater, moet die er dan mee stoppen? Nogmaals, kwaliteit heeft geen rechtstreekse relatie met flexibele onderwijstijd. Dus geef ons gewoon de ruimte.”
“Aan de ene kant wordt er geroepen dat je leerlingen moet voorbereiden op de toekomst, aan de andere kant worden we gehinderd door wetgeving die nergens op slaat”, vindt directeur Wessels, die haar school in Pijnacker ook enorm zag groeien en met een wachtlijst kampt. “Dat ouders vakan- tie mogen nemen wanneer ze willen, is puur bijzaak. Het gaat erom dat je anders naar onderwijs en opvang gaat kijken. Wij zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kinderen. Hoe strakker onze systemen, hoe moeilijker het voor kinderen is om te kunnen zijn wie ze zijn.”
 

  1. Wat is voor basisscholen – ook buiten de pilot – nu al mogelijk?

Sinds 2006 biedt de regelgeving al meer flexibiliteit in onderwijstijd. Zo kan een school zelf de begin- en eindtijden van een schooldag bepalen, net als het exacte aantal uren onderwijstijd per dag, week, maand en jaar en de planning van niet centraal vastgestelde vakantieweken. Ook mag een school zeven keer een vierdaagse schoolweek inplannen. Directeur Klokman van La Res: “Het is de vraag of het voor kinderen wel goed is om heel lang zonder onderbreking door te gaan. Ze zijn gebaat bij een kortere zomervakantie, wat nu niet mag. De regels staan nu centraal, niet het belang van kinderen.”

Gerelateerd nieuws