De vier grote steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) en acht samenwerkingsverbanden hebben voor het eerst samen concrete afspraken gemaakt om het aantal thuiszitters fors te laten dalen. Ze gaan onder andere regelen dat jongeren die thuiszitten sneller hulp krijgen vanuit de zorg, dat leerlingenvervoer geen probleem meer vormt als er een onderwijsplek is gevonden en dat alles op alles wordt gezet qua preventie.
 
De steden en de samenwerkingsverbanden maken hun afspraken bekend aan de vooravond van de tweede Thuiszitterstop, op 6 februari. De afspraken zijn een regionale uitwerking van het landelijke Thuiszitterspact. Dat werd vorig jaar gesloten door staatssecretarissen Dekker van Onderwijs en Van Rijn (Volksgezondheid) om er samen met het ministerie van Veiligheid en Justitie, gemeenten, samenwerkingsverbanden en scholen voor te zorgen dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zit zonder een passend onderwijsaanbod.
 
“Het gesloten akkoord kan nu echt zorgen voor een landelijke doorbraak”, zegt aanjager Marc Dullaert, die namens Dekker en Van Rijn met alle betrokken partijen om de tafel heeft gezeten om resultaat te boeken. “Er is hier een unieke brug geslagen tussen de gemeenten en de samenwerkingsverbanden. En als dit in de G4 kan, dan moet het overal kunnen.”
 
Concrete doelen
Er zijn nu concrete doelen afgesproken. Zo moet het aantal thuiszitters jaarlijks met minimaal 25 procent dalen. Afgelopen jaar zaten in totaal 4200 kinderen langer dan drie maanden thuis. Een aanzienlijk deel daarvan komt uit de grote steden.
 
Het aantal leerlingen dat is vrijgesteld van onderwijs, omdat ze lichamelijke of psychische problemen hebben (de zogenoemde vrijstelling 5 onder a), moet jaarlijks met 10 procent dalen. Als de juiste zorg snel beschikbaar is, kunnen vrijstellingen voorkomen worden. Daardoor kunnen kinderen, met wat hulp, gewoon naar school.

Preventie
Daarnaast gaat preventie een belangrijkere rol spelen. Op scholen gaan jeugdhulpteams in beeld brengen welke leerlingen kans hebben om uit te vallen. Leerplichtambtenaren gaan regelmatig overleggen met jeugdartsen en ook langdurig ziekteverzuim moet voortaan gemeld worden bij het samenwerkingsverband.
 
Ook de inkoop van jeugdhulp zal vanaf nu samen met het samenwerkingsverband worden bepaald, zodat het past bij wat de thuiszitters nodig hebben. Vaak is een wachtlijst voor psychische hulp voor tieners reden om niet naar school te gaan. De steden willen daar vanaf.

Gezamenlijk
Dekker en Van Rijn zijn blij met de afspraken. “De thuiszittersproblematiek is complex. Het blijkt heel lastig te zijn om kinderen snel terug in de schoolbanken te krijgen. Daarom is het goed dat iedereen – en juist ook de G4 – nu zo hard aan het werk zijn om deze kinderen te helpen”, aldus Dekker.
 
De G4 vragen ook hulp van het rijk, onder andere bij het verbeteren van de verzuimregistratie, de steun aan gemeenten en samenwerkingsverbanden, steun van justitie om rechtszaken zo goed en snel mogelijk af te handelen en integraal toezicht van de inspecties. “Wij kijken gezamenlijk waar we mee kunnen helpen”, stelt van Rijn. “Uiteindelijk moeten alle barrières geslecht, of ze nou lokaal of nationaal zijn, of op de terreinen van onderwijs, zorg of justitie, zodat deze kinderen gewoon naar school kunnen.”

Gerelateerd nieuws

  • Nieuwe versie servicedocument Covid-19 van OCW

  • Meerderheid ouders geen voorstander van extra coronamaatregelen

  • Inschrijving EU-schoolfruit geopend

  • Voldoende personeel grote zorg voor schoolleiders