Steeds meer jongeren in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs halen hun diploma. Het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) is afgelopen schooljaar fors gedaald naar 27.950 jongeren, meldt het ministerie van OCW op basis van voorlopige cijfers. Dit is een daling van 8.300 jongeren ten opzichte van schooljaar 2011/2012. Met deze daling komt de kabinetsdoelstelling van 25.000 vsv’ers in 2016 in zicht.

Het voortgezet onderwijs, waar de uitval vorig jaar voor het eerst minder dan 1 procent was, wist opnieuw een forse daling te realiseren tot 0,6 procent. In het mbo is de uitval verder gezakt onder de 6 procent. In schooljaar 2001/2002 verlieten nog zo’n 71.000 jongeren zonder diploma het onderwijs. Nu is dit aantal teruggebracht naar 27.950. In vergelijking met andere Europese landen behoort Nederland tot de kopgroep, met relatief weinig vsv’ers.
 
Aanpak
De daling is enerzijds toe te schrijven aan de gezamenlijke inspanningen van scholen, gemeenten en andere partners. Daarnaast is door de aangescherpte meetmethode nu zichtbaar welke jongeren daadwerkelijk uitgevallen zijn. Hierdoor kunnen scholen en gemeenten gerichter te werk gaan en worden ruim 4.000 eerder onterecht getelde jongeren niet langer aangemerkt als vsv’er. Het gaat bijvoorbeeld om jongeren met een vrijstelling van de Leerplichtwet, jongeren die overstappen van regulier naar erkend particulier onderwijs en mbo-1 gediplomeerden met een baan. Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) is zeer tevreden. “Natuurlijk is elke jongere die zonder diploma de school verlaat er één te veel, maar dit laat zien dat de intensieve samenwerking tussen scholen en gemeenten werkt. De aanpak met prestatieafspraken, sturen op cijfers en op een actief verzuimbeleid heeft effect. Zeker nu realiseren jongeren zich dat zij met een diploma op zak hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. De uitdaging is nu: vasthouden en doorgaan”, aldus Bussemaker. 

Extra geld G4
Hoewel ook in de vier grote steden steeds meer jongeren in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs hun diploma halen, blijft de schooluitval onder de groep 18-plussers een punt van zorg. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht krijgen daarom extra geld (2 miljoen euro) om zich met hun aanpak van voortijdig schoolverlaters meer op de groep 18- en 19-jarigen te kunnen richten.

 

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws