Artikel 123 in de Wet op primair onderwijs en artikel 120 in de Wet op de expertisecentra maken het mogelijk om aan een bestuur van een school, die in bijzondere omstandigheden verkeert, bijzondere bekostiging te verstrekken voor personeelskosten.

Van bijzondere omstandigheden is sprake als de invoering van lumpsumfinanciering er toe leidt dat de school in financiële problemen komt waardoor de continuïteit van het onderwijs wordt bedreigd. In dit geval kan een bestuur bij de minister van OCW een aanvraag indienen voor extra bekostiging voor personeelskosten.

Bij de beoordeling van de aanvraag laat de minister zich adviseren door de Commissie Vangnet Lumpsum. Deze onafhankelijke commissie bestaat uit een aantal deskundigen en staat onder voorzitterschap van mr. H.C. Naves.

Hierin worden de randvoorwaarden van een aanvraag personeelsbekostiging bijzondere omstandigheden lumpsum primair onderwijs nader toegelicht. Ook de werkwijze van de Commissie Vangnet Lumpsum en de procedurele vereisten die gelden voor het inzenden en de behandeling van een aanvraagm worden uiteengezet.

Over de termijn waarbinnen een aanvraag bij de minister van OCW moet worden ingediend staat in de beleidsregel:”Het bevoegd gezag dient binnen de in artikel 123, eerste lid, van de WPO respectievelijk artikel 120, derde lid van de WEC genoemde termijnen een aanvraag voor bijzondere bekostiging voor personeelskosten in bij de minister van OCW”. Concreet komt het er op neer, dat het bestuur de aanvraag ten hoogte 4 maanden voorafgaand aan het schooljaar waarin de bijzondere omstandigheden zich zullen voordoen en niet later dan in het schooljaar waarin die omstandigheden zich hebben voorgedaan – via CFI – indient bij de minister van OCW.

 

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws