Hoever zijn gemeenten met de invoering van extra voorschoolse educatie (VE) voor doelgroeppeuters? Vanaf 1 augustus 2020 moeten gemeenten minimaal 960 uur aan voorschoolse educatie aanbieden voor doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. Uit onderzoek van Sardes, Oberon, Cebeon blijkt dat bijna alle gemeenten en VE-aanbieders (ruim) op tijd klaar zijn met het realiseren van extra aanbod.
 
Doelgroeppeuters hebben vanaf 1 augustus recht op 960 uur voorschoolse educatie (16 uur per week) in plaats van 600 uur (10 uur per week). Doelgroeppeuters zijn peuters die volgens de gemeente een steuntje in de rug kunnen gebruiken bij het betreden van de basisschool, vaak vanwege minder gunstige omstandigheden in de thuissituatie.
 
Nagenoeg alle gemeenten en VE-aanbieders zijn (ruim) op tijd klaar met het realiseren van het 960-uursaanbod voor doelgroeppeuters. Er is weinig verschil te ontdekken tussen de grotere en kleinere gemeenten. Onder de snelle invoerders bevinden zich meer grote steden en gemeenten met wat ruimer GOAB-budget. En bij de VE-aanbieders wat meer landelijke aanbieders en profit-organisaties.
Het verloop van de invoering wordt door gemeenten met name als voorspoedig ervaren wanneer er sprake is van een goede samenwerking tussen de gemeente en de VE-aanbieders. Dit is met afstand de belangrijkste succesfactor. Ook een bijtijdse start met de voorbereiding en een initiërende rol van de gemeente worden als zeer belangrijke redenen voor het voorspoedige verloop ervaren. De VE-aanbieders geven dezelfde redenen aan. Een duidelijke subsidieregeling vanuit de gemeente is voor VE-aanbieders ook belangrijk gebleken. Ook beleidsvrijheid voor maatwerk en flexibiliteit dragen bij aan een voorspoedige invoering.
 
Varianten
Er ontstaan meerdere varianten van 960 uur VE in de praktijk. Het meest wordt er voortgebouwd op de voorgaande structuur van 10 uur VE per week (3 of 4 korte dagdelen per week gedurende 40 weken per jaar), waarbij het aantal uren per dagdeel iets wordt opgehoogd.

Knelpunten
Een landelijke beleidsoperatie van deze omvang brengt altijd knelpunten met zich mee. De meeste knelpunten worden verholpen, maar voor sommige knelpunten – zoals het tekort aan personeel – is het niet eenvoudig een oplossing aan te dragen.
 
Kwaliteitsverbetering
De uitbreiding van het aantal uren wordt aangegrepen om de structurele kwaliteit van VE te verbeteren, zoals het verbeteren van de doorgaande lijn in voor- en vroegschoolse educatie (groepen 1 en 2 van het basisonderwijs), en het bevorderen van ouderbetrokkenheid. Gemeenten en aanbieders die ook een inhoudelijke kwaliteitsverbetering doorvoeren doen dit vooral op het gebied van Nederlandse taalontwikkeling.
 
Verwachte effecten
Driekwart van de gemeenten en VE-aanbieders verwacht dat de urenuitbreiding de ontwikkeling van doelgroeppeuters versterkt. Veel gemeenten geven echter aan een kostenstijging te verwachten, voor zichzelf, de VE-aanbieders én voor de ouders van zowel doelgroep- als reguliere peuters. Een ruime meerderheid van de VE-aanbieders verwacht hetzelfde. Ongeveer de helft van de VE-aanbieders vindt dat de kwaliteit van het VE-aanbod voor doelgroeppeuters toeneemt en dat de deskundigheid van beroepskrachten VE toeneemt. Het werven van beroepskrachten VE wordt moeilijker, verwacht ook ongeveer de helft van de aanbieders.
 
Mogelijk risico op (selectieve) uitval
Bij enkele gemeenten en VE-aanbieders bestaan zorgen of de urenuitbreiding gaat leiden tot een uitval onder doelgroeppeuters. Een deel van de ouders vindt de extra uren voor hun (doelgroep)peuters niet nodig, maar ook de kostenstijging vanwege het grotere aantal uren kan bij ouders op bezwaren stuiten. De onderzoekers zien een belangrijke taak voor gemeenten en VE-aanbieders om ervoor te zorgen dat ouders van (doelgroep)peuters gebruik (blijven) maken van de extra ontwikkelkansen voor hun kinderen die de urenuitbreiding biedt.
 
Tien praktijkvoorbeelden
In tien praktijkvoorbeelden is beschreven welke factoren bijdragen aan succesvolle urenuitbreiding.
 
In het voorjaar van 2021 verrichten Sardes, Oberon, Cebeon met medewerking van prof. dr. E. Denessen een tweede meting van dit implementatieonderzoek. Cebeon kijkt daarnaast naar de besteding van het nieuwe budget (totaal 170 miljoen euro) voor gemeentelijke onderwijsachterstandenbestrijding via de voorschoolse educatie.
 
Coulance bij vertraging
De brancheorganisaties kinderopvang, ouderorganisatie Boink en de PO-Raad hadden de minister verzocht om de urenuitbreiding uit te stellen, omdat sommige gemeenten en kinderopvangaanbieders door de coronacrisis de invoering minder goed kunnen voorbereiden. Minister Slob van Onderwijs vindt het belangrijk dat doelgroeppeuters juist nu een goed educatief aanbod krijgen. Daarom blijft de datum van inwerkingtreding 1 augustus 2020. Wel is coulance mogelijk in de handhaving door gemeenten als aanbieders van voorschoolse educatie door de coronamaatregelen vertraging hebben opgelopen in de implementatie. Meer informatie is te lezen in de Kamerbrief onderwijsachterstandenbeleid.
 

Links

Gerelateerd nieuws