Jaarrede van AVS-voorzitter Ton Duif, uitgesproken tijdens het 16e AVS-congres ‘Verbindend leiderschap’, op 18 maart 2011.Van harte welkom op ons 16e AVS-congres met als titel ‘Verbindend leiderschap’. Zoals gebruikelijk inmiddels met ongeveer 1.100 bezoekers weer een topevenement. Speciaal welkom voor de voorzitters van PO-Raad en VO-raad: Kete Kervezee en Sjoerd Slagter, Chris Harrison van de Engelse schoolleidersorganisatie in het primair onderwijs (NAHT), Geert Govaert van de Belgische Schoolleidersorganisatie ODVB, onze inspecteur-generaal Annette Roeters en vele andere genodigden die hier aanwezig zijn. Minister Marja van Bijsterveldt was vandaag graag ook onze gast geweest, ware het niet dat de ministerraad vergadert op vrijdag en zij daar niet gemist kan worden. Ze hecht veel waarde aan goed functionerend schoolleiderschap en wil daarover graag snel met schoolleiders in gesprek. Wij zullen dat gesprek op korte termijn arrangeren.Investeren én bezuinigenLaat ik maar met de deur in huis vallen, want ik kan er niet omheen al zou ik willen. Op zo’n feestelijk dag is het eigenlijk niet het moment om langdurig in te gaan op de laatste ontwikkelingen rond de bezuinigingen die ons zijn opgelegd. Het is nog maar zo kort geleden, tijdens de heftige verkiezingsstrijd van vorig voorjaar, dat alle partijen het er over eens waren dat het gaat over de ontwikkeling van Nederland als kennismaatschappij, in het speciaal dus investeringen in onderwijs en onderzoek. Want als de laatste ‘kuub’ aardgas uit onze bodem is verkocht, is kennis het enige duurzame exportmiddel waarmee wij de internationale economische concurrentie nog kunnen aangaan. Nu lijkt het alsof in deze tijd van draconische bezuinigingen het kabinet toch de mogelijkheid gevonden heeft om in onderwijs te investeren. Althans, naar eigen zeggen. Het lijkt alsof er niet bezuinigd wordt, dat is waar. Eerder werd gevreesd – wie herinnert zich niet de Balkenende-opdracht aan de ambtelijke brede werkgroepen herwaardering vorig jaar – dat er veel zou worden bezuinigd, maar geld om te investeren was er niet. Om toch aan geld te komen doet dit kabinet een greep uit de kas en herinvesteert dit als nieuw beleid. Voor het primair en voortgezet onderwijs gaat het daarbij om onder andere 100 miljoen euro, die eerder al bezuinigd was op de professionalisering van bestuur en management, en om ruim 300 miljoen op Passend onderwijs (waarover straks meer). Maar er gaat sluipenderwijs nog veel meer geld verloren en wel door het al jaren achterwege blijven van de inflatiecorrectie op de materiële bekostiging, terwijl de kostenstijgingen gewoon doorgaan én het feit dat het personeel twee (en misschien in het po wel drie) jaar op de nullijn wordt gezet. Uitgaande van een jaarlijkse loonruimte van 1 procent (po) respectievelijk 1,64 procent (vo) over twee jaar, levert dit nog een besparing van ongeveer 370 miljoen op. Het kabinet nu wil 250 miljoen herinvesteren in de professionalisering van schoolleiders en leerkrachten – door ons volledig gesteund – en 150 miljoen voor de invoering van prestatiebeloning. Om prestatiebeloning, zoals nu wordt voorgesteld, heb ik maar zelden iemand uit het veld horen vragen, maar dat terzijde. Ook ben ik van mening dat je wanprestaties moet bestrijden. Een van onze leden liet me weten: “Ik hoef geen geld om me aan te sporen harder te werken, in plaats daarvan zou waardering voor mijn werk en inzet welkom zijn.” En juist met die waardering is het slecht gesteld. Kamerleden voeden dit negatieve sentiment door zich publiekelijk uit te spreken over de gemeende slechte kwaliteit van schoolbesturen, schoolleiders en leerkrachten. Leest u daar de Handelingen maar eens op na.ToetsenHet Regeerakkoord gaat er vanuit dat je met de invoering van centrale toetsen en testen en de invoering van prestatiebeloning het onderwijs kunt verbeteren. Maar opvoeding en scholing van jonge kinderen kun je niet definiëren in productiequota zoals in het bedrijfsleven. Daar kun je productiedoelen opschrijven en meten hoeveel producten zijn geproduceerd en verkocht, waarna de bonussen gul kunnen worden toegekend. Daar geldt ‘geen gezeur, de concurrentie staat op de loer en niet presteren is verdwijnen’. En anders dan scholen kunnen bedrijven hun eigen inkomsten beïnvloeden door het doorberekenen van kosten of aantrekken van geld. Dan kun je ook investeren en op deze manier de kwaliteit van je producten verbeteren en innoveren. De kille rekenmeesters op het ministerie van Financiën kijken met een dergelijke bril naar de non-profit sectoren en ook naar onderwijs. En het kan simpeler, vinden ze: meet het niveau van de leerlingen bij binnenkomst en nog eens als ze de school verlaten en huppakee, je hebt de toegevoegde waarde van de school in kaart gebracht. En waarom zouden we dan scholen hierop niet gaan vergelijken en afrekenen? Blaming and shaming, dat zal ze leren te presteren. ‘En niet presteren, u raadt het al, is verdwijnen!’ Om dit te bereiken worden centrale testen en toetsen ontwikkeld, nu nog alleen voor taal en rekenen, wie weet voor wat straks nog meer. Zo komt het eindexamen basisonderwijs snel dichterbij. Dit zal ons doen belanden in een negatieve, defensieve spiraal. Staat er iets over de elan, de bevlieging, de roeping, het spel met jonge kinderen, de aanhankelijkheid, het vertrouwen, de lach en de traan in het Regeerakkoord? Gaan we onze roeping verloochenen en laten we ons gebruiken als meteropnemers van de overheid?Wie hoor ik nog over de samenhang tussen school, gezin en wijk? Naast de bezuinigingen op onderwijs hebben we ook te maken met forse bezuinigingen op kinderopvang, jeugdzorg en talloze gemeentelijke regelingen. De conclusie kan dan ook niet anders zijn: dit kabinet is penny wise and pound foolish. Elke ontspoorde leerling die we laten gaan, kost de samenleving ruim 1,2 miljoen op life time, betaald aan criminaliteitsbestrijding, sociale regelingen, detentie, extra uitgaven in de gezondheidszorg en niet te vergeten veel sociaal verdriet.Om misverstanden te voorkomen: ik ben niet tegen toetsen. Ik ben zeker niet tegen het afnemen van testen die mij inzicht geven in de vorderingen van mijn leerlingen. Sterker nog, zonder te meten of ons werk rendeert krijg je geen goed onderwijs. Maar dan bepaal ik wel wanneer en bij wie. En we meten ons al suf; we gebruiken leerlingvolgsystemen, methodische toetsen, diagnostische toetsen en ga zo door. We kennen intreetoetsen, de Cito Eindtoets, psychologische tests, drempelonderzoeken, ordeningentesten, rekenvaardigheid, avi-toetsen, de dmt-toets voor lezen, de dhh-toets op hoogbegaafdheid, school eindonderzoeken en ik vrees dat velen van jullie dit lijstje nog makkelijk kunnen aanvullen. Met de referentiekaders voor taal en rekenen zijn we enthousiast akkoord gegaan, maar dan wel als hulpmiddel voor scholen om hun onderwijs te ijken. Niet als afrekenmodel.StaatsonderwijsNaast deze toetsdrang wordt ook de invloed van de inspectie op scholen steeds sterker. De AVS is van mening dat de inspectie een belangrijke rol kan spelen als extern assessor, die scholen een spiegel kan voorhouden. Maar de AVS Helpdesk wordt elke dag wel gebeld met boze en kritische reacties over het huidige, knellende toezicht. Als de inspectie alle scholen steeds maar weer langs dezelfde toetslat legt, lopen we het risico dat vormen van staatsonderwijs gaan ontstaan die niemand wil. Juist de pluriformiteit van het Nederlands onderwijs wordt in het buitenland zo geroemd. Om de haverklap stuurt de Tweede Kamer de inspectie op pad om weer eens iets te onderzoeken, al was het maar om het eigen geweten te sussen. Een van de leden van de AVS Ledenraad meldde laatst dat er inspecteurs zijn die eisen dat de school van elke leerling een zes-weken-handelingsplan heeft. Dat, anders dan in de regelgeving is vastgelegd, elke zes weken moet worden geëvalueerd en geüpdatet. Dat levert pas werk op. Het is met dit alles warempel nog verbazingwekkend dat we nog tijd hebben de kinderen wat bij te brengen. In dit verband wil ik u graag verwijzen naar het intrigerende boek van Diane Ravitch: The death and life of the great American School system; how testing and choice are undermining education (NY 2010).Elk kind is een zorgleerlingIk wil eigenlijk niet negatief zijn maar de feiten liegen er niet om.Snoeihard wordt bezuinigd op het speciaal onderwijs, banen gaan verloren en opgebouwde expertise dreigt te verdwijnen. Talloos zijn de voorbeelden van scholen die grote budgetten kwijt raken. Basisscholen worden gelijmd met de belofte dat de overgebleven LGF-gelden voor driekwart voor hen ter beschikking komen, maar wel na aftrek van de bezuiniging. Maar 300 miljoen weg uit het primaire proces blijft 300 miljoen, hoe je het ook verkoopt. Ronduit ongekend is het om de voorgestelde stelselwijziging en bezuiniging al in te voeren in augustus 2012. Ongekend is dat dit gebeurt zonder een sociaal plan, zonder aandacht voor behoud van expertise en kennis. Als de minister van scholen vraagt te handelen als een verantwoord werkgever, waarom geldt dat dan niet voor haar? Hoeveel tijd hebben besturen om personeel in RDDF te plaatsen, waar is de menselijke maat gebleven? Wie zoekt er in zo’n korte tijd uit wie van de 6.000 mensen moet verdwijnen? Als het LGF-systeem (overigens door de overheid zelf bedacht en ingevoerd) corrupte of – zoals ik ook al opgevangen heb – perverse elementen bevat, dan moet je dáár iets aan doen en zijn wij in ieder geval bereid constructief mee te werken. Ik ben overigens van mening dat eigenlijk elk kind een zorgleerling is, die wij graag ook zo zouden willen benaderen. Kinderen leren allen op hun eigen manier. Het is zoals vingerafdrukken: ze zijn allemaal anders en uniek en ze verdienen allemaal het beste onderwijs. Je krijgt in je leven als kind ook maar één kans! Ging Passend onderwijs niet daarover? Elk kind op zijn beste plaats? Op 9 februari jongstleden stonden in dit gebouw en ver daarbuiten ruim 12.000 ouders, leerkrachten, schoolleiders en bestuurders die in niet mis te verstane woorden uiting gaven aan hun protest. Meer dan 150.000 handtekeningen zijn aangeboden. Ook was de gehele oppositie aanwezig! Benieuwd of zij zich dit nog herinneren als dit kabinet geen meerderheid haalt in de Eerste Kamer en de Wet op Passend onderwijs wordt besproken.Uitdagingen 21e eeuwIn zijn prachtige boek The fourth way of change beschrijft Andy Hargreaves de vier stadia die we onderscheiden in de educatieve/maatschappelijke ontwikkeling. Voor wie nog geen tijd heeft gehad, The fourth way, geïnspireerd door de uitdagingen van de 21e eeuw, heeft de volgende kenmerken: een inspirerende en samenhangende visie die gestoeld is op maatschappelijk engagement, leren doe je je hele leven (en dat begint al vroeg, zeker voor je 4e jaar), het gaat over netwerken en partnerships die inhoudsvol zijn, over luisteren naar de vragen en noden van leerlingen, over professionele leerkrachten en schoolleiders die je moet zien te binden in lerende netwerken en het gaat daarbij om duurzaam leiderschap in een exponentieel veranderende wereld.En waarom dan? Ik raad u aan om op Youtube te kijken naar een filmpje van Sir Ken Robinson, Changing Paradigms. Hoe kunnen wij kinderen voorbereiden op een succesvolle plaats in een wereld die nu nog niet bestaat? Hoe kunnen we participeren in een exponentiële groei van de invloed van techniek en communicatiemogelijkheden in onze samenleving?Het lijkt er inmiddels op dat we terugvallen van de derde weg van nu naar de tweede weg die Hargreaves onderscheidt, gekenschetst door topdown management, target settings, marktcompetitie, training in plaats van professionalisering en een restrictieve verantwoordingsplicht. De uitdagingen van morgen passen helaas niet bij de oplossingen uit het verleden, alsof je bijvoorbeeld moderne cybercriminaliteit wilt oplossen met het opnieuw creëren van dorpsveldwachter Bromsnor.Leiderschap steeds belangrijkerLaten we inzoomen op de thema van dit congres: ‘Verbindend Leiderschap’. Ik zal de neiging onderdrukken om hier mijn definitie van leiderschap uit te spreken, wie ben ik als daar al meters boeken over zijn geschreven? En om die meters verder aan te vullen ontvangt u na afloop gratis het boek van Theo Camps met als titel ‘Passend leiderschap’, in samenwerking met de AVS tot stand gekomen.Leiderschap herken je als je het ziet en ervaart! Er zijn veel soorten van leiderschap te onderscheiden zoals dienend leiderschap, verbindend leiderschap en onderwijskundig leiderschap. De laatste jaren zijn er twee interessante rapporten verschenen. Een van de OECD onder de titel Improving school leadership en de andere van McKinsey met als titel Capturing the leadership premium, met als veelzeggende ondertitel How the world’s top school systems are building leadership capacity for the future. In mijn bijdrage van vorig jaar heb ik al wat gezegd over de OECD-publicatie. McKinsey maakt duidelijk waarom schoolleiderschap zo belangrijk is. Uit analyses van de Engelse schoolinspectie Ofsted blijkt dat van elke honderd scholen met goed functionerend schoolleiderschap er 93 hoge prestaties leveren. Uit een groot aantal onderzoeken uit Noord-Amerika blijkt dat kwalitatief schoolleiderschap, na sociale achtergrond van de leerlingen en de kwaliteit van de leerkrachten, de meeste invloed heeft op de onderwijskwaliteit. De Talis-onderzoeken in 23 landen geven een gelijksoortig beeld. Er zijn twee redenen aan te geven waarom juist het schoolleiderschap zo belangrijk aan het worden is; de voortschrijdende decentralisatie van het landelijk onderwijsbeleid richting scholen in veel landen en het feit dat onderwijs van de toekomst steeds een antwoord moet blijven vinden op de toenemende complexiteit van de wereld waarin onze kinderen opgroeien. Er is geen uniforme oplossing meer. Dit alles lijkt zo langzamerhand de kracht en kennis van elke individuele schoolleider te overstijgen. Vandaar dat verbindend leiderschap, of zoals de Engelsen het uitdrukken distributed leadership, zo kansrijk is. De kracht van de verbindende leider is dat hij of zij leiderschap binnen en buiten de organisaties weet aan te boren en te verbinden. Dus weg van de piramidevormige organisatiestructuur, maar naar gelaagde en verbonden structuren die elkaar weten te vinden als het gaat over uitwisseling van ervaringen en kennis. En wat betekent onderwijs in de 21e eeuw? We leven in exponentiële tijden. En hoe snel het gaat? Kijk met mij naar een promotiefilm voor het gebruik van communicatiemiddelen in 1968 (!), gevolgd door de stand van de techniek in 2014. Sociale mediaDe wet van Moore leert ons dat elke twee jaar de snelheid, die afhankelijk is van het aantal transistors in een chip, wordt verdubbeld terwijl de prijs wordt gehalveerd. Volgens Ian Jukes zal de computer van 2022 werken met een intern geheugen van 2 TerraByte, een opslagcapaciteit van 120 TerraByte, een kloksnelheid kennen van 8 TerraHz en dankzij spuittechnieken en nanotechnologie niet meer kosten dan 2,18 dollar! En dat gaat alleen nog over de techniek. Al die snelheid, al die opslag, gaat gebruikt worden. Meer nog dan met de huidige Ipods en Ipads zullen we omringd zijn met informatie en communicatiemogelijkheden. De toegankelijkheid van internet, en vooral ook de toegenomen snelheid daarvan, maakte de opkomst mogelijk van sociale media als Twitter en Hyves. Wat dit voor effecten heeft op de jonge generatie zien we nu in Noord-Afrika, en volgens sommigen kan niemand de effecten voorspellen op de grote mensenmassa’s in China en India. De school heeft niet meer het octrooi op kennis, die ligt overal om ons heen, en dus ook voor onze leerlingen. We lopen met ons onderwijs fors achter en die achterstand dreigt alleen maar toe te nemen.Hoe ziet de wereld er over zestien jaar uit als onze kleuters van nu de arbeidsmarkt opgaan? Kijk eens zestien jaar terug! Toen stonden we aan het begin van mailverkeer en sms’jes en 14 k4 modems, voor wie dat nog weet. En het gaat exponentieel! Wie het weet mag het zeggen. Dat maakt het zo belangrijk dat wij, bestuurders, schoolleiders en leerkrachten, ons bewust zijn van die veranderende samenleving waarin kinderen hun weg moeten leren vinden.Het laatste jaar hebben we onderzocht of deze onderwijsbelangen niet beter gezamenlijk door AVS en PO-Raad in één organisatie konden worden ondergebracht. Deze instrumentele oplossing bleek naar de opvatting van een aantal schoolbesturen nog wat te vroeg.Wel zetten we nu in op gezamenlijk optrekken van PO-Raad, VO-raad en AVS als het gaat om de belangen van het funderend onderwijs. Beide sectoren hebben veel gemeen en schoolleiders en bestuurders kunnen samen veel bereiken. De AVS loopt vast op deze ontwikkelingen vooruit met de inrichting van haar Professionaliserings- en Innovatiecentrum Funderend Onderwijs voor besturen en schoolleiders, dat samen met andere partners wordt ingericht. Het gaat daarbij om zaken als: wat werkt wel en wat werkt niet (onderzoek), verbetering van kennis (scholing), met wie kan ik daarover praten (netwerken) en hoe kan ik hulp krijgen bij de uitoefening van mijn werk (professionalisering en advies)? Verbindend leiderschap zal ook voor de AVS leidend zijn, verbinding die wij zoeken met leiders in het veld. Alleen weet je maar weinig, samen kun je veel. U zult daar de komende tijd meer over horen.Wereldwijd onderwijsforumHet laatste thema waarover ik het met u wil hebben heeft een meer internationaal perspectief. In mijn jaarrede van vorig jaar heb ik met u gesproken over de inrichting van een Wereldforum voor Onderwijs, analoog aan andere grote forums, zoals het World Economic Forum voor economie en het grote Wereldforum over het milieu. Als 80 miljoen kinderen niet eens naar school kunnen, 750 miljoen mensen op de wereld niet kunnen lezen en schrijven en meer dan een miljard mensen geen schoon drinkwater hebben, waardoor hun levensverwachting wordt gehalveerd, wordt het dan niet eens tijd dat wij, onderwijsgevenden in de wereld, onze stem verheffen? Wie anders komt op voor onze kinderen? Hoe kunnen we kinderen onderwijzen en vormen als ze niet eens in onze scholen zijn of als we de middelen niet krijgen om goed onderwijs te verzorgen? Vandaar dat besloten is tot oprichting van het internationale World Educational Forum, dat volgens de voorlopige planning voor het eerst in 2013 in Den Haag bijeen zal komen. Dit forum van en voor onderwijsgevenden uit de hele wereld zal wereldwijd de standaarden voor onderwijsinvesteringen vaststellen en daarvan ook rankinglijsten maken met hoe de diverse landen daarin presteren. Het gaat dan om zaken als percentages van het BNP te besteden aan onderwijs, aantallen vroegtijdige schoolverlaters, niveau van alfabetisering, enzovoort. Het is de bedoeling dat dit forum van en voor het onderwijs is. Vandaar dat u binnenkort, samen met honderdduizenden andere scholen in de wereld, het verzoek krijgt uw school aan het forum de verbinden voor een minimale bijdrage van ongeveer tien euro per jaar. Samen met scholen over de hele wereld kunnen we zo voor veel kinderen het verschil gaan maken. Zij rekenen op u! Met dit forum kunnen we scholen, schoolleiders en leerkrachten wereldwijd samenbrengen om kracht en middelen te binden om voor alle kinderen een betere wereld te maken. Dat is verbindend leiderschap.Ik wens u een inspirerende, maar vooral ook verbindende dag toe. 

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws