Eenmaal opgesteld ligt een school- of strategisch beleidsplan nogal eens op een plank te verstoffen. Hoe zorg je ervoor dat het beleid gaat leven, dat het ‘smoel’ krijgt? Twee voorbeelden uit de praktijk: het schoolplan op één poster en een strategisch beleidsplan bestaande uit slechts vijf woorden.

Maar weinig schoolleiders staan te springen om een schoolplan op te stellen. Het wordt gezien als een verplicht inspectienummer waarna het plan nauwelijks gelezen in een bureaula verdwijnt. Ook Frans Kleemans, schoolleider van basisschool De Pontus in Etten-Leur, hikte aan tegen die taak. Die eindeloze pagina’s met tabellen ter verantwoording, dat moest toch anders kunnen, dacht hij. In Tijmen Bolk, die als B&T-adviseur op dat moment de school begeleidde, vond hij een groot medestander. “Als bureau waren we al een aantal jaren bezig om te kijken of het beleidsplan niet korter, krachtiger en aantrekkelijker kan”, vertelt Bolk. “Waarom zouden de belangrijkste aandachtspunten niet op één A-viertje kunnen? Op De Pontus besloten we ervoor te gaan.”
Het succes van het nieuwe concept ‘Schoolplan op 1 poster’ begint bij het betrekken van het team. De zestig personeelsleden van De Pontus gaven eerst aan welke thema’s ze graag aangepakt zien en hoe ze dit willen invullen. “Waar voorheen de directeur in z’n eentje het plan schreef, wordt het nu iets van de school gezamenlijk”, vertelt Bolk. “De directeur plaatst nu de stip op de horizon, samen bepalen ze hoe ze die stip willen bereiken.”

Oogopslag
Het resultaat is een poster waarop staat uitgebeeld waar de school voor staat en welke vijf thema’s de komende tijd centraal staan. Zo staat onder het thema ‘Brede ontwikkeling’ het speerpunt ‘Elkaars talenten gebruiken’ en is het ontwikkelen van beleid een speerpunt voor het thema ‘Meerbegaafdheid’. “De poster hangt in de teamkamer en helpt zowel het team als de schoolleiding de focus te behouden”, vertelt directeur Kleemans. “We zijn heel enthousiast, juist omdat het door de eenvoud zo goed werkt. De poster helpt om de gekozen lijn vast te houden en geen dingen op te pakken die daarvan afwijken. In één oogopslag heb je weer in beeld waar je als school met je ontwikkeling naar toe wilt.”
Bij de poster hoort een bijlage waarin de thema’s en speerpunten zijn uitgewerkt en bijvoorbeeld het kwaliteitszorgsysteem is opgenomen. Hiermee voldoet het concept aan de wettelijke eisen. Bolk: “De inspectie is ook enthousiast. Het is namelijk geen simpele samenvatting van een schoolplan of een formatje dat elke school snel kan invullen. Als school bedenk je samen waar je aan gaat werken en hoe je dat gaat doen. Elke poster bevat dus beleid op maat, gedragen door het team, met een korte verantwoording in de onderlegger.”

De doelen hierin zijn concreet en richtinggevend, maar worden volgens Bolk expres niet SMART uitgewerkt. “Het heeft geen zin om in beton te gieten welke resultaten je in 2020 wil bereiken, om er tijdens de evaluatie achter te komen dat je allang door de tijd bent ingehaald. Veel beter is het om twee keer per jaar met het team te kijken waar de school staat: wat is gelukt en waar moet je bijsturen? Zo blijft het plan actueel en dynamisch.”

Eigen kleur
Het kernachtige concept werkt volgens Bolk ook goed voor strategisch beleidsplannen op bovenschools niveau of in het voortgezet onderwijs. Zo is de poster verder uitgewerkt door KPO Roosendaal, een bestuur met 21 basisscholen, en OMO Scholengroep De Langstraat, met vier scholen voor vmbo tot en met gymnasium in Waalwijk en omgeving. Beide besturen zijn enthousiast over de werkwijze. “Het strategisch beleidsplan is richtinggevend”, legt Bolk uit. “Elke school geeft vervolgens haar eigen kleur aan de poster door de voor haar belangrijke speerpunten in te vullen.”
Zo kozen de vier vo-scholen eerst elk een eigen profiel. “Hierdoor vormen ze samen een mooi palet waarmee ze de concurrentie aankunnen, zonder dat ze elkaar beconcurreren. Vervolgens vult elke school de gekozen thema’s van het beleidsplan in, waardoor er vier posters ontstaan: allen verschillend, maar met een duidelijke samenhang”, aldus Bolk.

Vijf woorden
Stichting Penta in Hoorn, met twaalf basisscholen en 3.400 leerlingen, bracht het strategisch beleid terug tot slechts vijf woorden: Wat betekent dit voor Emma? “Al jaren roepen we dat we het kind centraal stellen, maar in de praktijk raakt het strategisch beleid zelden de leerling”, vertelt Maarten Bouhuijs, manager bedrijfsvoering bij Penta. “Het is lastig om concreet te maken wat de keuzes in personeelzaken of huisvesting voor een kind betekenen.”

Met ‘een samenraapsel van ambities, doelstellingen en acties’, diskwalificeerde hij het liggende beleidsplan. Hij kreeg een idee om meer samenhang te creëren, sprak erover met de bestuurder en personeelsmanager en zo ontstond ‘Het verhaal van Emma’. Emma is vier, zeven of elf. Is Teun, Lucy, Youssef of Manon. “Emma staat voor elke leerling van een Penta-school en zij bepaalt de koers naar het best denkbare onderwijs”, legt Bouhuijs uit. “Daarvoor hebben we dertig leerlingen uit verschillende groepen 8 gevraagd naar hun mening. Het allerliefst willen zij bijvoorbeeld de onderwijsstof echt beleven, door naar een museum te gaan of in de moestuin te werken.”

Van de uitkomst maakte hij een wensenlijstje van Emma. Zo wil ze haar talenten ontwikkelen, een excellente leerkracht voor de klas, dat leren leuk is en dat alle middelen aan de leerlingen besteed worden. Ter verduidelijking kende Bouhuijs aan het verhaal meer personages toe – toezichthouder Jan Kees, leerkracht Dirk, schoolleider Petra en bestuurder Hans – en beschreef wat er van hen verwacht wordt. Het strategisch beleid vertaalde hij naar zeven collectieve ambities, zoals Innovatief vermogen: ‘Hans, Petra en Dirk versterken elkaar en boeken iedere dag weer progressie om het beter te doen voor Emma’. “Het werkt heel verhelderend om bij alle beslissingen Emma in het achterhoofd te houden”, zegt Bouhuijs. “Als toezichthouder en bestuur wil je graag weten wat de opbrengsten zijn. Een besluit om meer te gaan toetsen, ligt dan misschien voor de hand. Maar als je aan Emma denkt, kom je al snel tot de conclusie dat dat helemaal niet nodig is. Emma wil namelijk een excellente leerkracht die haar door en door kent. Meer toetsen werkt dan frustrerend. Deze manier van denken geeft een andere schwung aan de inrichting van het onderwijs, en gaat uit van het vertrouwen in de leerkracht.”

Overigens worden prestaties gewoon gemeten, met behulp van indicatoren die gebaseerd zijn op de inspectienormen. Bouhuijs: “Weten of je het goed doet, is belangrijk. Voor alle personages is het helder dat de basisindicatoren op orde moeten zijn, en het liefst willen we allemaal werken aan vooruitgang. Daarvoor hebben we 22 progressie-indicatoren beschreven.”
Emma ontwikkelt zich door. Er is een promotiefilmpje waarin de 26 echte Emma’s op de scholen hun verhaal doen en er is inmiddels een Emma-app waarmee het delen van kennis en ideeën om het onderwijs te verbeteren, wordt gestimuleerd. Het verhaal is nooit af, benadrukt Bouhuijs. “Er is geen eindpunt, de maatschappij en de behoeften van Emma zullen veranderen en dus verandert het beleid mee.”
Hij ziet dat het verhaal zich als een olievlekwerking over de scholen verspreidt. “Stapje voor stapje maken scholen deze manier van denken eigen. De dialoog is geopend, maar hoe het onderwijs aan Emma er precies gaat uitziet, is nu nog een vraagteken.”

Herpositioneren
Op basisschool De Ichthus in Hoorn werkt het team hard om dat vraagteken in te vullen. De school is bezig zich te herpositioneren in de wijk met een gemêleerde bevolking, van tweeverdieners tot mensen in de schuldsanering. “Emma helpt om te bedenken hoe we onze leerlingen goed kunnen bedienen”, vertelt schoolleider Melissa van Eekelen, die bezig is om Emma in het schoolplan te verweven. Een voorbeeld: Omdat Emma gezien en gehoord wil worden, besloot de school om bij de tienminutengesprekken met ouders ook hun kinderen te betrekken. “Door met leerlingen in gesprek te gaan over hoe het gaat en hoe ze zich willen verbeteren, neem je ze serieus. Uiteindelijk wil iedereen groeien en daarvoor moeten we zorgen dat de omstandigheden goed zijn. Pas als een kind zich goed voelt, kan het zich ontwikkelen. Dat geldt bovendien net zo goed voor de leerkracht, als voor mij als schoolleider. Emma helpt om hierin de juiste keuzes te maken.”
Als je wilt dat iedereen verantwoordelijk wordt voor zijn eigen ontwikkeling, is vertrouwen het sleutelwoord, aldus Van Eekelen. Met Emma in het achterhoofd gaat het team volgens haar graag op expeditie, bijvoorbeeld om het toetsen meer los te laten. “Leerkrachten moeten erop kunnen vertrouwen dat ik ze er niet op afreken als er dingen mislopen. Net zo goed als dat ik er vanuit moet kunnen gaan dat bestuurder ‘Hans’ mij er niet op afrekent. Het is heel fijn om bij een organisatie te werken waar we als school zoveel vrijheid en ruimte krijgen.”

Meer informatie over ‘Het verhaal van Emma’: Maarten Bouhuijs, m.bouhuijs@stichtingpenta.nl

Meer over het schoolplan op het AVS-congres 2016 Tijdens het AVS-congres op 18 maart aanstaande geeft Tijmen Bolk, adviseur bij B&T, samen met een schoolleider een workshop over het schoolplan op één poster. www.avs.nl/ congres2016

Gerelateerd nieuws

  • Nieuwe versie servicedocument Covid-19 van OCW

  • Meerderheid ouders geen voorstander van extra coronamaatregelen

  • Inschrijving EU-schoolfruit geopend

  • Voldoende personeel grote zorg voor schoolleiders