Staatssecretaris Dekker concludeert in de 11e voortgangsrapportage Passend onderwijs, die hij op 20 juni aan de Tweede Kamer aanbood, dat “ we goed op weg zijn: nog niet alle doelen zijn bereikt, maar we hebben al veel positieve resultaten behaald.” Dekker stelt dat het stelsel in de huidige vorm werkt en er geen grote nadere stelselwijzigingen nodig zijn. Dekker ziet geen aanleiding om in de landelijke verevening in te grijpen.

In deze voortgangsrapportage kijkt de staatssecretaris terug op (bijna) drie jaar Passend onderwijs. Bij de start van Passend onderwijs is uitgegaan van een invoeringsperiode van 2014 tot 2020 waarvan de helft nu verstreken is. Een goed moment om de tussenbalans op te maken.
De positieve ontwikkelingen waar de staatssecretaris op duidt, zijn:

  • Er wordt steeds meer samengewerkt tussen regulier en speciaal onderwijs.
  • Meer leerlingen krijgen een passende plek op een reguliere school (De houding van scholen en schoolbesturen tegenover de zorgplicht is veranderd, aldus Dekker)
  • De aandacht voor thuiszitters is toegenomen. Samenwerkingsverbanden en gemeenten zijn samen actief bezig om te kijken hoe zij ook voor deze leerlingen onderwijs kunnen organiseren.
  • Ouders zijn meer tevreden over de ondersteuning voor hun kind en ervaren minder bureaucratie dan voor de invoering van Passend onderwijs.
  • Samenwerkingsverbanden gaan vooruit in hun organisatie.

 
Over dit laatste punt: steeds meer samenwerkingsverbanden hebben hun doorzettingsmacht formeel belegd. Er is een daling (van 28 naar 12) van het aantal samenwerkingsverbanden (po en vo) die te maken hebben met een geïntensiveerd toezichtsarrangement van de inspectie. Toch moet de verantwoording beter, aldus Dekker. Naar aanleiding van een motie waarin wordt verzocht om vastlegging van een code goed bestuur voor samenwerkingsverbanden, hebben de PO-Raad en VO-raad een handreiking voor samenwerkingsverbanden opgesteld (zie bijlage).
  
Op de onderdelen waar het nog niet soepel verloopt, wordt de komende periode extra ingezet:

  • De ervaren bureaucratie op de scholen moet omlaag. Naast dat de scholen, besturen en samenwerkingsverbanden hier zelf een taak in hebben, krijgt de operatie regels ruimen een vervolg, onder andere ook gericht op samenwerkingsverbanden Passend onderwijs.
  • De aansluiting tussen onderwijs en zorg moet beter. Scholen voelen zich nog niet altijd gezien als partner in de uitvoering van jeugdhup. Daar wordt, samen met het ministerie van VWS extra op ingezet, zodat de leerlingen met een complexe ondersteuningsvraag ook de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben.

 
Om per regio te kunnen analyseren welke problemen er spelen en hoe deze opgelost kunnen worden, worden er regionale bijeenkomsten georganiseerd op (v)so-scholen waar alle betrokken onderwijs- en zorgpartijen bij aansluiten.


Bureaucratie
Uit de ‘Tweede vervolgmeting ervaren bureaucratie in de school’, dat als bijlage bij de Kamerbrief van staatssecretaris Dekker is gevoegd, blijkt dat scholen ook na twee jaar Passend onderwijs nog betrekkelijk veel bureaucratie ervaren bij het uitvoeren van hun taken voor Passend onderwijs. Ten opzicht van een jaar geleden is de bureaucratiebeleving gemiddeld wel iets minder. Naast ‘tijdrovend’, worden de taken ook ervaren als ‘eenvoudig en nuttig’. De meeste moeite hebben scholen met het schoolondersteuningsprofiel, dat als ‘het tijdrovendst, het minst nuttig en het ingewikkeldst’ wordt gezien.

 
Op 5 juli debatteert de Tweede Kamer in een Algemeen Overleg over de voortgang van Passend onderwijs.

Links

Gerelateerd nieuws