Effecten vereenvoudigde bekostiging zichtbaar. Eenpitters kwetsbaar!

Per 1 januari 2023 is de vereenvoudiging van de bekostiging van het PO een feit. Veel directeuren zitten nu in de afrondende fase van het opstellen van de schoolbegroting, en op een aantal scholen moet de directeur aan de bak met een bezuinigingsopdracht, naar aanleiding van de vereenvoudigde bekostigingssystematiek. Dat is even slikken…!

Herverdeling

De vereenvoudiging van de bekostiging is geen bezuinigingsmaatregel; met de vereenvoudiging wordt hetzelfde geld op een andere manier verdeeld. Bij herverdelingsoperaties zijn er altijd effecten, negatief voor de een, positief voor de ander. Als jij als directeur geconfronteerd wordt met een bezuinigingsopdracht, dan kan dat o.a. te maken hebben met de leeftijdsopbouw van je team of de verhouding onder- en bovenbouw leerlingen. Ook het huidige allocatiebeleid van het bestuur speelt een rol. Dat laatste geldt uiteraard niet voor eenpitters.

Leeftijdsbewust

Eenpitters hebben geen mogelijkheid om de herverdeeleffecten per school middels een allocatiemodel anders te verdelen. Voor hen is het zaak om zich goed te informeren en een meerjarenbegroting en -formatieplan te maken waarin wordt ingespeeld op deze verandering . Leeftijdsbewust personeelsbeleid dat streeft naar een gelijkmatig opgebouwd personeelsbestand – hoe lastig ook in deze tijd – helpt om de effecten op te vangen. Dat geldt trouwens voor álle scholen en besturen. In feite is er nu een extra (financiële) prikkel om werk te maken van een goede leeftijdsmix in je personeelsbestand!

Terug in de tijd

Praten over een andere, minder ingewikkelde bekostiging begon in 2013, omdat de toenmalige systematiek erg ingewikkeld was (meer dan 130 verschillende parameters) wat maakte dat het voor besturen (en dus scholen) moeilijk was om écht met geld te sturen. Dat leidde dan vaak weer tot extra voorzichtigheid en het aanleggen van (te) grote financiële buffers.

Na een lang overlegproces kwam men in 2018 tot een voorstel dat uiteindelijk werd omgezet in wetgeving die op 1 januari 2023 van kracht wordt. De invoering van de vereenvoudigde bekostiging gaat in 4 stapjes. In 2023 geldt de nieuwe bekostiging voor 25% en de oude voor 75%. In 2024 wordt het fifty-fifty, in 2025 wordt het 75% om 25% en in 2026 worden schoolbesturen volledig op de nieuwe wijze bekostigd.

Herverdeeleffecten

De meest in het oog springende veranderingen zijn

  • Het afschaffen van de gemiddeld gewogen leeftijd (GGL) voor onderwijzend personeel;
  • De bekostiging van onder- en bovenbouwleerlingen wordt gelijk;
  • Geen splitsing meer in personele en materiële bekostiging: een bedrag per school en een bedrag per leerling;
  • De teldatum wordt 1 februari 20XX-1.
  • Alle bekostiging wordt beschikt per kalenderjaar.

Het afschaffen van de GGL als parameter werkt op scholen met een jonger medewerkersbestand positief uit, op scholen met een ouder bestand negatief. Meestal wordt het GGL-effect op bestuursniveau opgevangen. Op schoolniveau is dan het allocatiebeleid van belang: dat bepaalt in grote mate hoe de effecten van het afschaffen van de GGL doorwerken. Goed personeelsbeleid, een strategische inzet van HRM loont dus! De gelijke financiering van onder- en bovenbouwleerlingen kan eveneens op schoolniveau voor verschillende effecten zorgen: meer óf juist minder geld. Voor scholen die in een groeispurt zitten, werkt het negatief door. Ook hier geldt dat de effecten meestal op bestuursniveau wel opgevangen kunnen worden en is het allocatiebeleid van grote invloed

Allocatie

We verwachten dat veel besturen, nu concreet wordt wat de vereenvoudigde bekostigings­systematiek betekent, de komende jaren gaan nadenken over hun allocatiebeleid. De directeuren en de GMR (die vooralsnog zijn adviesbevoegdheid houdt op dit onderwerp) moeten in dit gesprek goed betrokken worden en/of hun rol opeisen!

Boekhoudkundige effecten

De overgang van schooljaarbekostiging naar kalenderjaarbekostiging (iedere maand een gelijk bedrag) heeft als gevolg dat er geen grond meer is voor de vordering op OCW die normaal gesproken op 31 december op de balans staat. Deze vordering is ontstaan door een afwijkend betaalritme voor de personele bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid.

Naast en los van de hierboven genoemde effecten, speelt er dus nog iets anders. Volgens OCW gaat het om een simpele boekhoudkundige ingreep, maar het effect daarvan is wel dat het eigen vermogen van de schoolbesturen met circa d 600 miljoen euro daalt per 31 december 2022. Dit ‘effect’ is eenmalig. Een groot aantal schoolbesturen heeft hiertegen bezwaar aan getekend en wordt hierin bijgestaan door de PO-Raad.

Meer informatie
De PO-Raad heeft veel informatie op zijn website gezet, inclusief een uitgebreide Q&A over het onderwerp. Ga hiervoor naar https://www.poraad.nl/werkgeverschap/financien/vereenvoudiging-bekostiging. Mocht je na het zoeken op deze website toch nog vragen hebben, kun je contact opnemen met onze eigen helpdesk.