De levensloopregeling viert bijna haar eerste verjaardag. Is er reden om een feestje te vieren? Recente cijfers geven een deelname in de sectoren overheid en onderwijs aan van zon 5 procent, terwijl de spaarloonregeling goed is voor een deelname van meer dan 60 procent. Toch is Marcel Dückers 39, manager productontwikkeling bij Loyalis, niet ontevreden.

Vertrouwen in levensloopregeling moet nog groeien
“Vijf procent klinkt inderdaad weinig, maar anderzijds is het een bemoedigend percentage”, aldus Dückers. “Het betreft hier een nieuwe regeling, waar mensen ook nog eens de spaarloonregeling voor moeten opgeven. Vijf procent is natuurlijk te weinig om de regeling succesvol te noemen. Onderzoek toont echter aan dat een deelnemingspercentage van 25 procent mogelijk is, gezien de belangstelling voor de regeling.”

Veel te kiezen
Het vertrouwen in de levensloopregeling moet nog groeien. Veel mensen zijn sceptisch over de regeling én de geluiden hierover uit de politiek. Dückers: “Wat nog wel eens onderbelicht blijft, is dat werknemers voorheen nauwelijks keuzes hoefden te maken. Het afgelopen jaar was dat wel even anders. Ze moesten kiezen voor een nieuwe zorgverzekering, de WAO werd helemaal vernieuwd en daar kwam de levensloopregeling nog eens bij. Keuzevrijheid is een groot goed, maar zijn mensen in staat en in de gelegenheid om al die keuzes te maken? Uiteindelijk lijden mensen aan keuzestress.” Ook zijn er volgens Dückers nogal wat misverstanden en onduidelijkheden over de inhoud van de regeling. Vooral de keuze tussen spaarloon en levensloop wordt door werknemers als zeer complex ervaren. Wat is voordeliger? Hoe werkt dit in de praktijk? Daarnaast bestaat er onzekerheid over het voortbestaan van de huidige regeling. Dückers: “Stel dat er alsnog beperkingen komen in de regeling, dan geldt dat waarschijnlijk niet voor bestaande deelnemers. Het geld blijft hoe dan ook van jou, alleen kunnen de voorwaarden waaronder je het opneemt veranderen. Ik verwacht overigens eerder dat de mogelijkheden van de levensloopregeling verder worden uitgebreid. Niet meer hoeven kiezen tussen levensloop en spaarloon is de belangrijkste verwachte aanpassing voor de toekomst.”

Deelname stimuleren
In het begin namen vooral werknemers in de leeftijdscategorie 45 tot 55 jaar deel aan de levensloopregeling. Zij gebruiken de regeling vooral om eerder te stoppen met werken. Langzamerhand gaan ook jongeren de levensloopregeling ontdekken. Dückers: “Het gaat hier met name om mensen in de categorie 25 tot 40 jaar. Vaak hebben zij een ander doel voor ogen. Jongeren zullen het geld eerder aanwenden om tussentijds te stoppen met werken, niet om korter te gaan werken. Vooral als werknemers ouderschapsverlof willen opnemen, is de regeling natuurlijk zeer gunstig dankzij de fiscale voordelen zoals de extra heffingkorting. Voorwaarde is natuurlijk wel dat je deelneemt aan de levensloopregeling.” Een aantal sectoren kent inmiddels cao-afspraken die erop gericht zijn deelname aan de regeling verder te stimuleren. Bijvoorbeeld in de cao voor de sector primair onderwijs. Daar wordt de doorbetaling vanaf 2007 bij ouderschapsverlof lager. Door deelname aan de levensloopregeling kunnen mensen terugkomen op het oude niveau van doorbetaling.

Langer doorwerken?
Wanneer moeten mensen meedoen aan spaarloon, en wanneer aan levensloop? Dückers: “Bij Loyalis hanteren we een financiële vuistregel. Als je niet meer wilt inleggen dan 613 euro per jaar de maximuminleg bij de spaarloonregeling, dan moet je vooral blijven meedoen aan de spaarloonregeling. Dit soort bedragen leveren omgerekend naar verloftijd nu eenmaal niet veel op. Belangrijker is: wat wil je als werknemer? Als je geen plannen hebt om met tussentijds verlof te gaan of eerder te stoppen met werken, heeft deelname aan de levensloopregeling weinig zin. Maar als je die plannen wel hebt, dan zou ik zeker deelnemen. Eén ding is zeker: wil of ga je ooit ouderschapsverlof opnemen, doe dan mee aan de levensloopregeling.” Dückers doet zelf ook mee. Waarvoor hij het geld zal gebruiken, weet hij nog niet. “Misschien wil ik er over een jaar of tien even tussenuit, of wil ik een opleiding volgen. De regeling zou overigens een stuk aantrekkelijker worden als niet alleen aan ouderschapsverlof fiscale voordelen zouden kleven, maar ook aan scholingsverlof. Dan gaan mensen de regeling veel meer gebruiken waarvoor deze bedoeld is: namelijk tussentijds stoppen. Als dat gebeurt, werken werknemers vanzelf langer door. Uit onderzoek is gebleken dat werknemers bij plezier in het werk en dynamiek in de loopbaan langer willen doorwerken. Met een tussentijds scholings verlof kan dit worden bereikt. En dit past ook nog eens in het Leeftijdsbewust personeelsbeleid dat de overheid voert. Zo slaat de overheid meerdere vliegen in één klap.”

Auteur: René Meijers
Verder in dit nummer
Kader Primair 3 – november 2006

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • Onderwijsraad: het onderwijs moet inclusiever

  • Monitor Hybride onderwijs: reflectie op afstandsonderwijs

  • Sterke schoolleiders belangrijk punt voor politieke verkiezingsprogramma’s

  • Vernieuwde Canon van Nederland gepresenteerd