Het digitaal onderwijs heeft tijdens de coronacrisis een enorme impuls gekregen. Apps, laptops, social media, online onderwijs, cyber security: we krijgen er allemaal mee te maken. “Dat vraagt een andere rol van leerkrachten en schoolleiders ”, stelt Eszter Salamon, coördinator van de European Education Policy Network (EEPN). Dit netwerk geeft richtlijnen voor digitalisering in het klaslokaal.

“Een digitaal volwassen school is méér dan een school die goed gebruikmaakt van de nieuwste technologieën, zoals smartboard, robots, apps en smartphones in de klas”, begint oud-schoolleider Eszter Salamon, coördinator van de European Education Policy Network (EEPN). “We leven in een complexe realiteit, waarin digitale technologie niet meer is weg te denken en deel uitmaakt van ons leven. Waar het vooral om gaat, is erkennen dat we leven in een digitaal tijdperk, waarin online en offline voortdurend door elkaar lopen. Ook voor kinderen. Daaraan moeten we ons aanpassen. Leraren zijn niet meer de eigenaren van kennis, maar leren kinderen hoe en waar zij kennis vinden en hoe zij die kennis kunnen gebruiken. Dat vereist een open basishouding én de wil om digitale technologieën of sociale media in het klasslokaal te gebruiken in plaats van ze te verbieden.”

Weerbaarheid en vrijheid

Van schoolleiders vraagt dit een visie. “Zij moeten zich opstellen als leiders die hun leraren aanmoedigen, uitdagen, ondersteunen en verantwoordelijk houden voor hun nieuwe taak. Dat betekent niet dat een schoolleider zelf precies moet weten wat het allemaal behelst. Maar de schoolleider moet wel begrijpen wat het digitale tijdperk van het onderwijs vraagt, hoe dat georganiseerd moet worden en wat de leerkrachten hiervoor nodig hebben.”
De EEPN roept de landen van de Europese Unie op meer aandacht te besteden aan de uitdagingen, die het digitale tijdperk vraagt van het onderwijs. Een van de adviezen luidt dat scholen leerlingen bewust moeten maken van kwesties zoals gegevensbescherming, desinformatie en cybergeweld. Ze zullen een grotere rol gaan spelen, ook in het onderwijs. Salamon spreekt van ‘veilig begeleiden’. “Er bestaat géén veilige digitale omgeving. Alles wat kinderen doen en overal waar ze mee in aanraking komen in de digitale wereld heeft een risico in zich, net als in de analoge wereld. We moeten kinderen leren zich daarvan bewust te zijn. Ze moeten begrijpen wat een deepfake video is en wat er gebeurt met foto’s op internet. Laat de risico’s zien en bespreek ze. Verbieden heeft geen zin. Ongelukken zullen er altijd zijn, kinderen experimenteren nu eenmaal. Maak hen weerbaar en geef leerlingen het vertrouwen dat ze erover kunnen praten als het misgaat. Daarmee kun je niet vroeg genoeg beginnen.”

Onbekende toekomst

Het Nederlands schoolsysteem is op zich goed toegerust voor deze nieuwe rol, denkt Salamon. “Bij internationale vergelijkingen komt het Nederlandse onderwijs als een van de beste uit de bus. Scholen in Nederland kennen een hoge mate van autonomie en vrijheid om het curriculum in te vullen. Dat zijn goede voorwaarden om te komen tot een hoge mate van digitale geletterdheid.”
Kan het onderwijs dus achteroverleunen? “Er valt altijd wat te verbeteren”, lacht Salamon. “Over het algemeen valt op dat leraren in Nederland niet zo overbezorgd zijn. Dat is een goede eigenschap. Ook zijn ze behoorlijk digitaal vaardig. Dat kunnen leraren nog meer inzetten om voortdurend aangesloten te blijven bij wat kinderen, jongeren en hun ouders gewend zijn in hun thuisomgeving. Als ouders en leerlingen digitale technieken gebruiken voor hun nieuwsvoorziening is het logisch dat een papieren nieuwsbrief niet meer volstaat en zo kan Facebook als communicatiemiddel ook al achterhaald zijn.”
Tijdens de coronacrisis hebben scholen in Nederland een sprong gemaakt op het gebied van digitalisering. Hoe zorgt het onderwijs ervoor dat die ontwikkeling doorgaat en wel zo dat het de leerprestaties en het onderwijs verbetert? Salamon: “Wat corona ons heeft geleerd, is dat kritisch denken ongelooflijk belangrijk is. We bereiden kinderen voor op een onbekende toekomst. Het is ook duidelijk dat onderwijs op afstand mét alle digitale middelen niet werkt. Het gaat erom de digitale technologieën in het alledaagse schoolleven toe te passen, in het klaslokaal dus.”

Vergroot inclusiviteit

“In het Nederlandse onderwijs zou bijvoorbeeld technologie gebruikt kunnen worden om leerlingen zich in hun moedertaal te laten uiten. Natuurlijk moeten leerlingen basisvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen, maar juist technologieën, zoals vertaalapps, maken het mogelijk dat kinderen zich kunnen uiten in hun moedertaal, of dit nu Pools of Turks is. Dit vergroot de inclusiviteit.”
Last but not least wijst Salamon op het belang van leren van elkaar. “Ervaringen uitwisselen tussen jonge en oudere leraren in het voorbereiden van het klaslokaal op de 21e eeuw is de beste manier om ervoor te zorgen dat een veilige digitalisering van de grond komt en wordt geborgd. Het Nederlandse onderwijs kan hierin nog stappen zetten. Denk aan het gebruik van digitale hulpmiddelen zoals artificial intelligence en machine learning, die gepersonaliseerd leren mogelijk maken. Ga het gesprek hierover aan. Leer van studenten, van ouders en wees niet bang om met bedrijven samen te werken. Haal er deskundigen bij en ontdek met elkaar wat mogelijk is.”

Interessant?
Dit artikel stond in Kader, het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden maandelijks ontvangen. De AVS komt op voor de belangen van schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs. Word ook lid of abonnee, ontvang voortaan iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

Gerelateerd nieuws