Duizenden leraren hebben op school te maken met verbaal of fysiek geweld door ouders of leerlingen. In het po gaat het om meer leraren dan in het vo. Dit heeft gevolgen voor het welbevinden van leraren. Dit blijkt uit een onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek onder 431 po- en 652 vo-leraren.

In het basisonderwijs hebben in het afgelopen schooljaar (2014-2015) zo’n 7.800 leraren te maken gehad met op henzelf gericht fysiek geweld (zoals duwen, schoppen, slaan) door leerlingen. Zo’n 16.400 leraren hadden te maken met op henzelf gericht verbaal geweld (zoals schelden, bedreigende uitingen en pesten) door leerlingen. Circa 13.300 leraren hebben te maken gehad met op henzelf gericht verbaal geweld door ouders.

Voortgezet onderwijs
In het vo gaat het om minder leraren, maar zijn het nog steeds substantiële aantallen: zo’n 1.200 leraren hebben te maken gehad met op henzelf gericht fysiek geweld (zoals duwen, vernielen van persoonlijk eigendom) door leerlingen. Zo’n 13.900 leraren hebben te maken gehad met op henzelf gericht verbaal geweld (zoals schelden en in mindere mate bedreigende uitingen en pesten) door leerlingen. Rond de 6.600 leraren hebben te maken gehad met op henzelf gericht verbaal geweld door ouders.
 
Andere resultaten
Het onderzoek levert meer resultaten op:

  • Van de po-leraren geeft 27 procent aan dat op hun school de afgelopen drie jaar de agressie van ouders en/of leerlingen gericht op leraren is toegenomen, 6 procent van de leraren geeft aan dat de agressie juist is afgenomen.
  • Van de vo-leraren geeft 23 procent aan dat op hun school de afgelopen drie jaar de agressie van ouders en/of leerlingen gericht op leraren is toegenomen, 7 procent van de leraren geeft aan dat de agressie juist is afgenomen.
  • Fysiek en verbaal geweld komt niet vaker voor in bepaalde (vakantie)regio’s, de mate waarin fysiek en verbaal geweld voorkomt verschilt niet naar denominatie en verschilt niet naar ‘grootte van de school’
  • Het in aanraking komen met verbaal en/of fysiek geweld heeft voor een deel van deze leraren gevolgen voor hun ‘welbevinden’: een deel van hen heeft minder plezier in het werk (po: 21 procent; vo: 26 procent), een deel geeft aan sinds het verbale en/of fysieke geweld minder goed te functioneren (po: 7 procent; vo: 9 procent) en een deel geeft aan te overwegen om te stoppen met werken in het onderwijs (po: 1 procent; vo: 12 procent).
Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws