Na ‘Parijs’ is het onderwerp radicaliserende jongeren weer helemaal actueel. Volgens de Veiligheidsmonitor 2014 ziet 4 procent van de schoolleiders tekenen van religieus extremisme op school. Gemiddeld is er 0,1 incident per locatie. Daar moeten scholen iets mee, vindt minister Jet Bussemaker. RadarAdvies, adviesbureau voor sociale vraagstukken, verzorgt trainingen in het omgaan met radicaliserende jongeren voor onder meer onderwijsgevenden.

De klas schreef opstellen over ‘mijn idool’. De corrigerende docent stuitte tot zijn schrik op een werkstuk waarin een leerling Mohammed B. de hemel in prees. Is dit puberaal gedrag, of echt doordacht, en hoe ga je ermee om? Helaas is er geen afvinklijstje voor het herkennen van radicalisering. Er zijn wel signalen die nopen tot alertheid. Omar Ramadan, directeur van RadarAdvies, somt op: het afzetten tegen anderen, de eigen groep als superieur zien, het legitimeren van geweld. Vanaf de tienerleeftijd: het inruilen van oude vrienden en familie voor nieuwe kameraden en daar intens mee optrekken. Let op plotselinge veranderingen: de eigen ouders zijn ineens niet meer islamitisch genoeg, of een jongen zweert de vertrouwde voetbalclub af. Ramadan: “Ga na op welk terrein er nog wel contacten zijn. Misschien niet meer met de ouders, maar nog wel op de sportclub. Dan kun je die invalshoek gebruiken om de jongere terug te halen.”

Ramadan ondersteunt de oproep van AVS-voorzitter Petra van Haren aan scholen om op dit punt samen te werken met jeugdzorg. Ramadan: “Zoek ook contact met maatschappelijk werk, wijkagent en verenigingsleven. Maak samen een analyse. Als je ontdekt dat die jongen van dat opstel nog ergens vrijwilliger is, mag je misschien constateren dat hij school niet zo ziet zitten en probeert om dat duidelijk te maken. Maar als je op al die andere plekken dezelfde signalen krijgt, moet je je zorgen gaan maken.”

Vermeend onrecht
Natuurlijk helpt het als jongeren een toekomst voor zichzelf zien, als er stages en banen zijn. Ramadan: “Maar ik geloof niet dat radicalisering voortkomt uit armoede en achterstand. Mohammed B. had bijvoorbeeld bijna zijn havodiploma. Er spelen meerdere factoren. Vermeend onrecht, misschien juist omdat je iets bereikt en denkt: ik word toch niet voor vol aangezien. Je krijgt informatie van klasgenoten, extremistische websites, mensen van buitenaf. Discriminatie komt voor, maar wordt soms ook aangepraat. Jihadisten voeden het idee dat het westen het heeft gemunt op de islam. In een andere hoek van de samenleving wordt het complot gevoed dat de multiculturele samenleving en migranten uiteindelijk de boel willen overnemen.”

Op de tweedaagse trainingen van RadarAdvies leren cursisten hoe zij islamitische en andere radicalisering zo vroeg mogelijk kunnen herkennen, zodat zij leerlingen die zich tot extremisme aangetrokken voelen, aan het twijfelen kunnen brengen. “De kinderen in de klas staan dichtbij je en het gaat om een heftig proces. Dat moet je met beleid aansturen; het moet geen heksenjacht worden.” De groep doet rollenspellen, die vaak draaien om geanonimiseerde casussen. Steeds is de vraag: wat is hier aan de hand? Wanneer trek je aan de bel? En bij wie? Een belangrijke tip: bespreek jouw aanpak met je collega’s. “Dat lijkt een open deur, maar het gebeurt lang niet altijd. Een collega kan andere dingen zien of een ander perspectief hebben.”

Tot nu toe schoolde RadarAdvies zo’n 2.000 docenten. “Niet elke docent hoeft zo’n training te volgen. Het is voor veel scholen wel goed als een enkele getrainde docent als vraagbaak kan functioneren voor collega’s.”

Meelopers
Meest urgent is het fenomeen dat jongeren afreizen naar Syrië. “Dat zijn er tot nu toe tweehonderd op 17 miljoen inwoners, dus dat valt wel mee. Er is een veel grotere groep meelopers, ook in het primair onderwijs. Kinderen met broers en zussen of andere voorbeeldfiguren die geradicaliseerd zijn. Hoe eerder je erbij bent, hoe eerder je ze op andere gedachten kunt brengen.” Ramadan pleit voor aandacht voor deze groep in hun eigen belang. “Deze kinderen zijn bezig om hun eigen leven te verpesten. Ze keren zich af van de Nederlandse samenleving, van school, ouders, oude vrienden. Als ze op een gegeven moment weer tot inzicht komen, hebben ze hun schoolloopbaan verpest. Zulke kinderen kunnen drop-outs worden die met de rug naar de samenleving staan. Dat is echt een probleem, want zulke problematiek is moeilijk te corrigeren.” Zijn advies: zoek contact, maar voorkom dat de jongere zich onterecht aangevallen voelt. “Als een leerling misschien gewoon niet goed in zijn vel zit, straal dan niet uit dat je de samenleving en de school wilt beschermen tegen potentieel kwaad. Laat merken dat je wilt dat hij zijn diploma haalt.” Ramadan: “Na een incident als Charlie Hebdo is iedereen alert, maar laat de aandacht van docenten voor radicalisering daar niet van afhangen. We moeten dit onderwerp op de agenda houden. Dit gaat niet over terroristen, maar over jongeren die zich zo gek laten maken dat ze hun schoolloopbaan verpesten.”

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws