Staatssecretaris Dekker gaat geen invloed uitoefenen op de klassengrootte in het primair en voortgezet onderwijs. “Ik voel er niets voor om vanuit Den Haag een bovengrens te stellen aan het aantal leerlingen in een klas”, aldus Dekker in een brief aan de Tweede Kamer. De AVS: “De bekostiging schiet tekort om kleinere klassen te realiseren.”

Dekker heeft onderzoek laten uitvoeren naar de groepsgrootte en groepsindeling door scholen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Uit het onderzoek blijkt dat de gemiddelde basisschoolklas dit schooljaar 23,3 kinderen telt. Vorig jaar was dat nog 22,8. In het voortgezet onderwijs varieert de gemiddelde groepsgrootte van 21 leerlingen (vmbo) tot 27 op de havo. Hoewel twee derde van alle groepen in het basisonderwijs nog altijd minder dan 26 leerlingen telt (van 70,8 procent van alle groepen in 2011, naar 64,7 procent in 2013), heeft 6 procent van de groepen meer dan 30 leerlingen.

Scholen en leraren krijgen van de overheid middelen om te investeren in de kwaliteit van het onderwijs, waarbij de professionaliteit van de schoolleider en de leraar voorop staan. De groepsindeling is daarbij een taak van de school, niet van de overheid, stelt Dekker. Dekker: “Ik kan goed begrijpen dat leerlingen liever niet in een hele grote klas zitten, dat ouders zich dan afvragen of hun kind voldoende aandacht krijgt, en dat de leerkracht hieraan de handen vol heeft. Toch vertrouw ik erop dat besturen en schoolleiders, in overleg met leraren en de medezeggenschapsraad, hierin de juiste afwegingen maken. Scholen krijgen voldoende geld om groepen van acceptabele omvang te kunnen samenstellen en slagen daar over het algemeen ook goed in.”

Bekostiging
Deels kan de AVS meegaan in de redenering van Dekker. “Het is inderdaad aan de schoolbesturen zelf hoe zij investeren in het primaire proces, waar ook de groepsindeling onder valt. Maar daar ligt het probleem niet, het probleem ligt bij het wegvallen van bekostiging”, aldus AVS-voorzitter Ton Duif. “Dit is namelijk vooral een verhaal over krimp en de sector draait zelf op voor de gevolgen ervan. Schoolbesturen kunnen niet investeren in kleinere klassen, omdat ze prioriteiten moeten stellen bij het inzetten van de beschikbare middelen. Door de krimp drukken allerlei lasten, zoals wachtgeldkosten door het afvloeien van personeel, nog lang op de schoolbesturen. Als Dekker niet ingrijpt, verarmt de sector.”

Plofklassen
Een dag nadat staatssecretaris Dekker de onderzoeken naar klassengrootte presenteerde aan de Tweede Kamer, kreeg diezelfde Kamer een pakket aangeboden van Vakbond Leraren in Actie (LIA). De vakbond wil dat er een einde moet komen aan zogenaamde ‘plofklassen’. Volgend schooljaar zouden de klassen nog mogen bestaan uit maximaal 28 leerlingen. In een stappenplan moet dit worden afgebouwd naar maximaal 24 leerlingen in een klas. Met een actie heeft de vakbond meer dan 46.000 handtekeningen verzameld van mensen die het met LIA eens zijn.

De Kamerbrief van staatssecretaris Dekker is te downloaden via de AVS-website.
 

Downloads

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • Tweede aanvraagronde subsidieregeling leerachterstanden vanaf 18 augustus

  • Leerplichthandhaving bij schoolverzuim

  • Subsidieregeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024

  • Doorstroom vmbo-havo en havo-vwo wettelijk geregeld