Het startpunt voor de decentralisatie van de jeugdzorg is de basisschool. In Enschede vinden ze dat heel normaal. “Tijdig signaleren gebeurt op school. En waar anders is het contact met ouders zo goed?”, zegt de wethouder. “De verbinding leggen tussen alle partijen rond het kind begint bij de school.”

De klachten zijn bekend: scholen en gemeenten weten elkaar niet te vinden, er is te weinig samenwerking tussen onderwijs en de lokale overheid. Zo niet in de gemeente Enschede. “Onze wethouder is altijd bereikbaar. Hij luistert naar ons en doet er wat mee”, zegt Annelies Meijer, directeur van basisschool de Troubadour. De vijf basisscholen in het dorp Glanerbrug, die onder drie schoolbesturen vallen, werken sinds jaar en dag nauw met elkaar samen en hebben zich verenigd in Glanerbrug Breed. De directeuren – die elk al heel wat jaren meegaan – weten niet beter dan dat ze zoveel mogelijk optrekken met elkaar en sporten welzijnsverenigingen betrekken bij hun activiteiten. Samenwerken en initiatief nemen is er heel gewoon. Meijer: “Aan concurrentie heb je niks, dat levert slechts verliezers op. Als wij een sportevenement organiseren doen we dat niet per school, maar per groep. Kinderen van groep vijf worden gemengd met kinderen uit de groepen vijf van de andere scholen. Je wilt dat kinderen elkaar leren kennen en dat ze zien dat samenwerken en samen optrekken belangrijk is. Als school alleen lukt het bijvoorbeeld niet om de jaarlijkse zomerschool goed vorm te geven, maar wel met alle scholen samen.”
Ook Tonny Lubbers, directeur van openbare basisschool Glanerbrug-Noord, roemt het feit dat scholen in deze wijk over hun eigen grenzen heen kijken. “Als scholen gezamenlijk hebben we een weerbaarheidstraining ingekocht, die de kinderen uit groep 5 en 7 samen op één locatie volgen. We zijn volledig open en transparant naar elkaar. Er zijn geen verborgen agenda’s. Ook niet naar organisaties in de wijk. Als de gemeente daarin meer structuur wil aanbrengen, helpt ons dat alleen maar.”

Pragmatisch
Het is de bestaande, intensieve samenwerking in Glanerbrug die de gemeente Enschede ertoe bracht om onlangs de pilot ouderbetrokkenheid te starten met de scholen in deze wijk. De uitkomsten hiervan moeten tot voorbeeld strekken voor de hele stad, zegt Jeroen Hatenboer, wethouder talent- en stedelijke ontwikkeling in Enschede.

“Het gaat er om dat kinderen straks zoveel mogelijk in de wijk en thuis de zorg en ondersteuning krijgen die nodig is. Het netwerk is hier in Glanerbrug al zo krachtig; als gemeente hoeven we alleen maar aan te sluiten bij de energie die er is. We kiezen daarbij voor een pragmatische insteek. Scholen spelen een vanzelfsprekende rol in onze samenleving.
Wie staat er, naast de ouders, dichter bij het kind dan de school? Ouders hebben veel vertrouwen in de school. Zonde om daar niet bij aan te sluiten.” Ouderbetrokkenheid is al lang geen eenrichtingsverkeer meer van informatie van school naar ouders, maar vraagt van ouders een andere omgang met de school ten behoeve van de ontwikkeling van het kind. “Scholen willen dat ook en daarin vinden we elkaar. Samen met de scholen in Glanerbrug bekijken we hoe we ouderbetrokkenheid nog verder kunnen vergroten en inzetten. Ouderbetrokkenheid zien we als middel om de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de talentontwikkeling van een kind vorm te geven, maar ook als manier om signalen tijdig op te pikken. Als die signalen worden omgezet in de juiste acties, leidt dat tot een verminderde zorgvraag.”

Vandalisme
De schooldirecteuren sluiten zich aan bij de visie van Hatenboer. Lubbers: “Waar de gemeente nu op in zet, zie ik vooral als stroomlijnen en intensiveren van de contacten die al bestaan. En dat kan omdat wij in deze wijk al zoveel met elkaar samenwerken. Als scholen willen we laagdrempelig zijn. Onze school staat altijd voor iedereen open en we doen mee aan wijkactiviteiten. Zo weten we goed waar ouders van mijn leerlingen bij betrokken zijn en wat er speelt in de wijk.”

Meijer: “Ouderbetrokkenheid is meer dan twee maal per jaar een tienminutengesprek organiseren. Wij starten elk schooljaar met een verwachtingsgesprek tussen ouders en leerkracht, kijkochtenden voor ouders en ‘Gouden weken’, waarin samenwerken in de groepen extra aandacht krijgt. Op initiatief van de gemeente zijn we met ouders en alle scholen in de wijk aan het kijken hoe we met ouderbetrokkenheid het welzijn van het kind nog meer kunnen verbeteren. Er is veel vandalisme in de wijk, daar hebben we als school ook mee te maken. We willen onderzoeken hoe je vandalisme in de wijk terugdringt als je investeert in ouderbetrokkenheid. De gemeente is hierin faciliterend en draagt de kosten. Ik vind het niet meer dan logisch dat wij als school onze bijdrage leveren. We voelen ons verantwoordelijk en we hebben er allemaal belang bij dat het met de kinderen goed gaat.”

Geen blauwdruk
De gemeentelijke zoektocht is er dus vooral een van aansluiten bij bestaande structuren. De wethouder: “Vooral geen blauwdruk leveren, maar samen optrekken.” Zo ervaren scholen het ook: het voelt alsof zij zelf de volledige controle hebben over wat er gebeurt. De scholen hebben dan ook niet het idee dat intussen de regie bij de gemeente ligt. Meijer: “Wie de regie heeft vind ik niet zo belangrijk. De opdracht ligt nu eenmaal bij de gemeente. Als die het initiatief neemt lijkt me dat logisch, ook bij het vandalismeonderzoek en de verbreding richting de wijkaanpak. De grenzen van onze eigen instelling overschrijden is voor ons de normaalste zaak. Ook het enthousiasme om samen te werken is er. Daaraan verandert niets.”
Bij problemen rond een kind is nog wel een afstand tussen jeugdzorg en onderwijs te slechten. De gemeente wil dat doen door de bestaande wijkteams, waarin wijkcoaches – met een gespecialiseerd team achter zich en een netwerk in de wijk – problemen rond wonen, werk, opvoeden, zorg en financiën helpen oplossen, koppelen aan de zorgteams van scholen. “De puzzelstukken slim in elkaar passen”, noemt Hatenboer dat. “Wat wij willen, moet passen bij wat de scholen al doen. De scholen hebben met Passend onderwijs de opdracht om zo min mogelijk te verwijzen naar het speciaal (basis)onderwijs. Ook hierbij is ‘één kind één aanpak’ van belang. We willen van de scholen horen wat ze nodig hebben om hun zorgstructuur aan te laten sluiten bij de wijkstructuur, zonder dat er een extra overleg bij komt.”
De scholen zijn optimistisch over de plannen van de gemeente. Zij hebben hun wensenlijstje al klaar. Meijer: “Korte lijnen verwelkom ik. Nu al heb ik er profijt van dat ik met twee benen middenin de wijk sta. Ik beschik soms over informatie die ik goed kan gebruiken en waardoor ik beter kan handelen vanuit zorg en aandacht. Cruciaal is het om personen te kennen en straks te kunnen bellen zonder eerst dossiers en formulieren in te moeten vullen.”

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws