Nederland lijdt aan een levensgevaarlijke obsessie: alles moet meetbaar en controleerbaar zijn. Of het nu om de melkproductie van koeien of de leerprestaties van kleuters gaat. “Overal moet die thermometer in”, stelt Joep Schrijvers, andragoloog, gastdocent en auteur van onder andere de bestseller Hoe word ik een rat? Een nieuw boek is in aantocht. Bevlogen hekelt hij de toetsdrang van het onderwijs en de processendrift van bovenschools managers. Het onderwijs op de pijnbank.

Onderwijsgevenden moeten kritischer zijn op doorgeschoten monitoring
Schrijvers nieuwste boek `Het Wilde Vlees: de tomtomisering van de passionele mens´ verschijnt ongeveer tegelijkertijd met deze Kader Primair. Tijdens dit interview zit de definitieve versie in de computer en wordt het manuscript kritisch gelezen door zijn vriend. Schrijvers zit er ontspannen bij, het leeuwendeel zit erop. We zitten beneden in de studeerkamer van zijn grote huis aan de rand van Amsterdam. `De Osdorpse Goudkust´, zoals Schrijvers zelf spottend zegt, met landelijk uitzicht op water en een klassieke molen.

Voorgekauwde testen
“Kenmerkend voor de nieuwe fase van moderniteit waarin we leven is dat alles als een logistiek proces, als een keten wordt gezien”, legt Schrijvers titel en thematiek van zijn nieuwe boek uit. “Het is nu heel normaal dat het hout van een kastje dat je koopt uit Argentinië komt, het design uit Zweden, de knoppen uit China, de verkoop in Nederland. Al die processen kunnen worden gemonitord via ict: iedereen in de pijpleiding kan zien waar wat gebeurt. Dat wordt doorgetrokken in allerlei andere branches als de dienstverlening, je privéleven, de gezondheidszorg en het onderwijs. Ik analyseer in mijn boek hoe dat op ieders leven en denken doorwerkt.” Schrijvers kwalificeert het ketendenken als `een obsessie met gecontroleerde voortstuwing´. Hij vertelt: “Een half jaar geleden ontmoette ik iemand en ik vroeg wat hij deed. Bovenschools manager was het antwoord. Wat doet een bovenschools manager, vroeg ik? Hij zei: `Wat ik doe, is het toevoegen van waarde aan het product kind in de onderwijsketen´.” Schrijvers vervolgt beeldend: “Je ziet als het ware het vlees de pijpleiding ingaan en als de houdbaarheidsdatum verstreken is, dan komt het kind in de volgende keten terecht. Het onderwijs is – net als andere sectoren – gemodelleerd naar de modellen uit de industrie. Dat baart mij zorgen.” Schrijvers haalt nog een voorbeeld aan waarin hem het ketenmatige van het onderwijs duidelijk werd. “Ik ging op uitnodiging langs op een basisschool en belandde in een kleuterklas. Ik heb gezien hoe peuters al met Cito-toetsen getest worden om te zien of ze op norm van hun ontwikkeling zijn. Ze worden ingedeeld met rode, groene en oranje vlakjes door middel van die voorgekauwde testen. Ik vind het schokkend. Wat is hier aan de hand? Zo wordt in het bedrijfsleven over producten of koeien gesproken! Zonder gene zeggen directeuren dat ze al die gegevens in een leerlingdossier verwerken en dat ze al die informatie naar het voortgezet onderwijs willen overhevelen. Dan is iedereen toch bezig met het maken van een Big Brotherloop? Die gegevens gaan straks mee naar het HBO en komen in je personeelsfile terecht als je solliciteert. Dan word je later afgerekend op beschrijvingen als: `In groep 8 was ze geen teamplayer´. O, dan is ze dus een risico om aan te nemen?”

Maar geen overdracht is toch ook niet goed? Leerkrachten uit het vervolgonderwijs moeten toch ook belangrijke zaken over het welzijn en presteren van leerlingen weten?

“Omdat we het goed voor hebben met het kind en zijn of haar emancipatie, moet iedereen onder controle gesteld worden, gemonitord worden. Ik vind dat politici en onderwijsgevenden daar veel kritischer op moeten zijn. Want met dit soort goede bedoelingen creëer je allemaal navigators in de hele wereld. Overal moet die thermometer in, protocollen zijn evidence-based. Het betekent een uitholling van het vak van leerkracht: ze worden procesbegeleider in plaats van leerkracht. Je hoort nu de stem van de tomtom die zegt: `Hier links, bij de volgende rotonde rechtsaf…´ En de leerkracht moet dat uit gaan voeren. Er zit geen vakspecialisme meer in, geen eigen initiatief. Ik ben ook niet voor het andere uiterste, om alles maar intuïtief te doen en geen cijfers te geven. Maar dit schiet door. Elk mens wordt nu genormeerd, er wordt een profiel van gemaakt en misschien krijg je als kind wel een risicoprofiel toebedeeld. Werkelijk, het Pentagon is blij met ons.”

Monitorvrije scholen
“Natuurlijk willen ouders heel graag dat hun kind gemonitord wordt en dat duidelijk wordt hoe ze in vergelijking met leeftijdsgenoten scoren. Ze zijn als de dood dat hun kind niet in het systeem past. Angst is hun drijfveer. `Stel dat er iets mis is met mijn kind´. Het leven mag niet meer zijn gang gaan, alles moet gecontroleerd worden. Wat je nu fout doet, heeft later grote invloed.”

Zouden schoolleiders juist níet moeten toegeven aan de druk om alles te willen controleren, het kind te willen `doodmonitoren´?

“Ze kunnen niet anders. Scholen staan onder curatele van allerlei onderwijsexperts en ouders. Ouders moeten zich niet als consument opstellen, dat is zó fout. Ik zou graag willen dat er monitorvrije scholen zijn. Dat is doodeng. Ik voel nu al de angst hiervoor. Ik bedoel ook niet systemen als Iederwijsscholen; er moet goed en klassiek onderwijs gegeven worden en kinderen moeten van leerkrachten voor de klas degelijke kennis krijgen van lezen, schrijven, rekenen, muziek en geschiedenis. Er moeten zaken aan de orde komen die kinderen prikkelen en die ze niet verwachtten. De maatschappij is groter dan de wereld van het kind. Orde in de klas, met hier en daar een compliment. Er mogen opdrachten en rapportcijfers gegeven worden en proeven van bekwaamheid afgelegd. Leerkrachten moeten weer hun rol opeisen en niet al die toetsexperts.”

Maar wie is de ware `tomtom´ in het onderwijs? Wie is de richtinggever?

“Bij dit soort maatschappelijke ontwikkelingen als de doorgeschoten monitoring, is het heel moeilijk aan te wijzen wie het `gedaan´ heeft. In oude totalitaire systemen was het piramidaal en kon je een partij aanwijzen. Omdat nu overal al die camera´s, dossiers en risicoprofielen deel uitmaken van de samenleving, zie je dat het overal gebeurt. Dat is ook wat de Franse filosoof Foucault zegt: `Het is de anonimiteit van dit soort strategieën´. Hád je maar een adressant! Het is bijzonder vaag geworden wie je op het industriële karakter van het onderwijs kunt aanspreken.”

Kunnen schoolbesturen of -directeuren überhaupt sturen of is dat een illusie?
Schrijvers aarzelt: “Ik denk dat ze het wel zouden moeten kunnen. Directeuren kunnen een school besturen als ze hun kantoor in de school zelf hebben. Ze zijn volledig betrokken, hebben jarenlange ervaring met lesgeven en zijn in staat een zeker pedagogisch klimaat te handhaven. Ze moeten in staat zijn personeel te stimuleren om erudiet te worden en moeten niet toegeven aan druk van ouders of toetsexperts.” Schrijvers brengt me na afloop van het interview met de auto naar de tramhalte. En ja, ook hij heeft een tomtom: “Het is toch wel heel handig.” Het korte ritje kan hij af op eigen richtingsgevoel; de computerstem van de tomtom zwijgt…

Verder in dit nummer
Kader Primair 2 -Oktober 2006

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • Directie is aan zet

  • Column sectororganisatie – De schoonheid van de eenvoud gaat niet altijd op

  • Als een echte professional wordt uitgedaagd

  • Vooral mannelijk onderwijspersoneel geneigd tot overstap naar marktsector