Politici laten in Kader Primair hun licht schijnen op de gebeurtenissen in onderwijsland. Deze maand het woord aan Rudmer Heerema, woordvoerder Onderwijs namens de VVD in de Tweede Kamer.

Onlangs is de Staat van het Onderwijs over schooljaar 2016/2017 gepresenteerd. Ik was erg benieuwd naar de conclusies. Ik was vooral benieuwd in hoeverre de ervaringen die ik bij mijn werkbezoeken tegenkom overeen zouden komen met de bevindingen in dit Onderwijsverslag. Veel informatie bleek inderdaad overeen te komen. Nederland is zijn internationale toppositie langzaam aan het kwijtraken. Daarnaast nemen de leesprestaties af, groeit het percentage laaggeletterden en dalen de prestaties bij cultuureducatie, natuur en techniek, en bewegingsonderwijs. En, heel opvallend: Nederland heeft zo ongeveer de gelukkigste kinderen ter wereld en ze gaan met veel plezier naar school, maar de motivatie om te leren is in weinig andere landen zo laag.

Graag wil ik inzoomen op twee aspecten. Het eerste aspect is excellentie. Wij hebben in verhouding ontzettend veel aandacht voor kinderen die moeite hebben met school of een achterstand hebben. Daar doen we het internationaal uitstekend. We doen het goed bij de grote middengroep die op het gemiddelde niveau onderwijs krijgt. Maar… We doen het gewoon niet goed bij de kinderen die meer in hun mars hebben. De excellente leerlingen worden onvoldoende uitgedaagd in ons schoolsysteem. Dat blijkt al jaren, maar de kloof met andere landen wordt steeds groter. Kinderen gaan naar school om uitgedaagd te worden, om te leren en te kijken wat ze leuk vinden. Dus moet elk kind die kans krijgen, niet alleen als je moeite hebt met school, maar juist ook als je tot unieke prestaties in staat bent. Voor die leerlingen hebben we meer ruimte in het rooster nodig, meer uitdaging en meer ontwikkeling van het talent. Dat geldt niet alleen voor kinderen die excellent zijn binnen het onderwijssysteem, maar ook voor hen met een talent buiten het onderwijs. Gelukkig wordt op dit moment de LOOT-beleidsregel geëvalueerd. Met deze beleidsregel kunnen jonge topsporters onderwijs en topsport combineren en ondanks alle trainingen en wedstrijden toch een diploma halen. Ik vind dat deze beleidsregel ook beschikbaar moeten komen voor talenten in kunst en cultuur, theater, voor jonge ondernemers. Voor alle kinderen met een talent.

Het dalende niveau van het onderwijs bij excellente kinderen is helaas ook op andere plekken in de school zichtbaar. De Staat van het Onderwijs geeft aan dat vijf van de zes schoolbesturen het basisniveau goed genoeg vinden. Vijf van de zes! Dat had ik niet verwacht. Ik vind dat elke school de drive moet hebben om boven dat basisniveau uit te willen stijgen. Dat het basisniveau een startpunt is en niet het einddoel. Want elke leerling verdient het om uitgedaagd te worden het beste uit zichzelf te halen.

Het tweede aspect wat me intrigeert is de opmerking van de minister dat de vrijheid van onderwijs en te grote autonomie leiden tot onduidelijkheid. Vergelijkbare scholen, met vergelijkbare leerlingen en leraren, in vergelijkbare wijken, hebben (te) vaak fors verschillende onderwijsresultaten. Feit is dat ons onderwijs al jarenlang in een dalende trend zit. We investeren jaar op jaar meer in leerlingen, maar de onderwijsresultaten worden jaar na jaar slechter. Meer geld is volgens mij dus niet de oplossing, maar de rol van de overheid moet wel opnieuw tegen het licht gehouden worden. De investering in het primair en voortgezet onderwijs is alleen al bijna 20 miljard euro, een beetje beter zicht op hoe dat besteed moet worden lijkt me verstandig.
 

Reageren?

Mail naar r.heerema@tweedekamer.nl

Gerelateerd nieuws