De rekentoets

Dat de rekentoets in het voortgezet onderwijs alweer op het punt staat om per wet afgeschaft te worden zit  Harm Beertema niet lekker. “Ons rekenonderwijs gaat wederom een onzekere toekomst tegemoet”, voorspelt de woordvoerder onderwijs van de PVV in de politieke column van deze maand.
 
Bedrijven, universiteiten en hogescholen klaagden tien jaar geleden dat hun nieuwe werknemers en studenten onvoldoende in staat waren tabellen te lezen of te rekenen met percentages. Iedereen in de politiek was het erover eens dat er iets moest gebeuren. Er kwam een wet en deze werd zowel in de Eerste als Tweede Kamer als hamerstuk (!) aangenomen. Dat deze rekentoets überhaupt ingevoerd moest worden, was in zekere zin al een zwaktebod. Maar hij kwam er uit pure noodzaak en onmacht. Het was een prikkel voor scholen om weer naar een acceptabel rekenniveau toe te werken. Scholen rommelden immers maar wat aan. Het probleem is echter dat wat ten grondslag lag aan het tanende rekenniveau, eigenlijk nooit goed is opgelost. De loopgravenoorlog tussen het ‘realistische rekenen’ en de ‘cijferaars’ is op zijn beloop gelaten, met alle gevolgen van dien. Nu zien we een te grote focus op het realistisch rekenen en is het cijferen naar de achtergrond verdrongen; zogenaamd verankerd als aspecten van de referentieniveaus binnen andere vakken. Het realistisch rekenen vereist vooral een grote mate van taalvaardigheid in plaats van basale kennis van het cijferen.
 
In het zwartboek rekenonderwijs ‘Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen’ legt hoogleraar wiskunde professor Jan van de Craats aan de hand van talloze voorbeelden uit waar het is misgegaan met het rekenonderwijs. Rekenen leer je op de basisschool. En juist daar gaat het mis. De leerlingen krijgen omslachtige rekenmethodes voorgezet die veelal leiden tot verwarring, de presentatie is chaotisch, er is veel te weinig aandacht voor het systematisch oefenen. Het oude stampwerk is verwaarloosd en de kinderen worden in verwarring gebracht doordat er bij elk type rekenbewerking allerlei methodes door en naast elkaar worden gepresenteerd.
 
Wie zich dit realiseert, gaat ervan uit dat de urgentie om het rekenonderwijs naar een hoger niveau te tillen nog steeds breed gedragen wordt in de politiek. De realiteit is echter dat de rekentoets die ooit in het leven is geroepen om het belabberde rekenniveau naar een hoger niveau te tillen – maar ook om het vervolgonderwijs, het bedrijfsleven en de maatschappij inzage te verschaffen in het rekenniveau van onze leerlingen – nu alweer op het punt staat om per wet afgeschaft te worden. Onder aanvoering van de regeringspartijen CDA en D66, die minister Slob per motie opgedragen hebben om de rekentoets definitief de nek om te draaien, gaat ons rekenonderwijs weer een onzekere toekomst tegemoet. CDA en D66 zijn nota bene de partijen die indertijd de rekentoets als hamerstuk hebben omarmd. Het is alweer duidelijk dat de minister de regie uit handen heeft gegeven aan de onderwijspolder; in dit geval aan de ontwikkelteams van Curriculum.nu. Zij bepalen nu hoe het rekenonderwijs vormgegeven, gepositioneerd en uiteindelijk geïmplementeerd wordt binnen het curriculum. Een positieve ontwikkeling voor de broodprofeten van het realistisch rekenen, maar een zeer slechte ontwikkeling voor onze kinderen en de toekomst van het rekenonderwijs.
 
 
Reageren?
Mail naar h.beertema@tweedekamer.nl