Onderwijscongressen zijn de ideale plek om op de hoogte te blijven van onderwijs ontwikkelingen en je te laten inspireren door pioniers en hun methodes. Kader Primair liep een dag mee tijdens het onderwijscongres `Tien jaar leren in Lunteren´,  waar het verder verbeteren  van het taal-, lees- en rekenonderwijs  centraal stond.

“In textielstad Enschede, met een lager opgeleide bevolking, hebben we kinderen heel lang gepamperd en de lat laag gelegd”, vertelt Ad Kappen, algemeen coördinator van Steunpunt Onderwijszorg Enschede (ondersteunt 43 basisscholen met ongeveer 9.500 leerlingen). “Resultaat: 10 tot 15 procent van onze leerlingen kon onvoldoende lezen.” In augustus 2006 startte het SPOE op al ‘haar’ basisscholen met het leesverbeterplan. Niet de leerling, maar de doelen – met daaraan gekoppeld de leerstof – staan centraal. “Er zijn geen verschillen tussen kinderen, alleen verschillen in instructiebehoefte”, aldus Kappen. Om achter die instructiebehoefte te komen, werd en wordt er getoetst: welke leerlingen zijn onafhankelijk (A-B), gevoelig (C) en afhankelijk (D-E). Resultaten staan in de zogenaamde ‘datamuur’: een helder overzicht waar aan de hand van kleuren de scores per leerling, klas en school duidelijk zijn af te lezen. Leerlingen met dezelfde instructiebehoeften worden in de klas geclusterd. A- en B-leerlingen krijgen één keer instructie, C-leerlingen krijgen het nogmaals uitgelegd en gaan dan aan het werk. Voor de leerkracht is vervolgens voldoende ruimte om intensief met D- en E-leerlingen de stof te bespreken. Tot en met groep 5 doet iedereen mee aan dit groepsplan. Kappen: “Leerlingen met specifi eke behoeften boeken de meeste vooruitgang als zij zo lang mogelijk bij het groepsprogramma betrokken zijn.” De leerkracht schakelt pas de intern begeleider in, als een leerling herhaald en aantoonbaar onvoldoende profi teert. In en tussen de scholen is regelmatig overleg over tussentijdse testresultaten. “Open en bloot, zonder schaamte”, aldus Kappen. “Kennisoverdracht staat centraal.”

Houding
Het leesverbeterplan betekende een 180 graden switch voor het SPOE. Kappen: “Wij hebben onszelf hoge doelen gesteld. Vervolgens moet je kijken of een school in staat is om dit te bieden en of er speciale middelen of hulp nodig zijn. Wat we willen onderwijzen is afgesproken en te leren, ondersteuning is nodig in ‘hoe’ dit nu te doen.” Volgens Kappen moeten directeuren ook hun verantwoordelijkheid als onderwijskundig leider (weer) nemen. “Leg niet alles bij de ib’er neer, maar zorg voor een klimaat waar opbrengst- en handelingsgericht werken mogelijk is. Bijvoorbeeld door overbodige zaken buiten school te houden.”

Het SPOE legde haar lat hoog, het behalen van de landelijke norm was onvoldoende. En niet onverdienstelijk: meer dan 85 procent van de leerlingen halen eind groep 3 AVI-2 en eind groep 4 AVI-5. In groep 8 haalde vorig schooljaar 98 procent AVI-9.

‘Alle leerlingen halen doelen’
Marieke Dawson, beleidsmedewerker onderwijs bij SKO De Zwerm (Den Haag), is enthousiast. “Wij zijn zelf bezig met een traject opbrengstgericht werken, bestuursbreed. Een datamuur geeft een duidelijk overzicht van de verschillende opbrengsten die je hebt behaald. Belangrijk is de positieve insteek: alle leerlingen gaan de doelen halen, sommigen met iets meer en sommigen met iets minder leertijd.”

Workshop: ‘Opbrengstgericht werken en kansen voor besturen’ door Mieke Wessels
‘Doelen worden nog vaak wollig geformuleerd’

Bovengemiddelde opbrengsten voor taal, lezen en rekenen, dat is het doel van SCO R’IJssel (Duiven/ Westervoort). Om dat te bereiken, worden leerkrachten sinds najaar 2010 in het project Opbrengstgericht leiderschap gestimuleerd om onderzoekend te werken. Dat betekent opbrengsten en onderwijsleerprocessen leren analyseren en reflecteren op eigen handelen.

Alle activiteiten van ‘opbrengstgericht leiderschap’ vallen onder de zes centrale thema’s van het SCO R’IJssel strategisch beleidsplan 2009-2013. “Belangrijk, de scholen moeten niet het gevoel krijgen dat er wat bij komt”, verduidelijkt Mieke Wessels, bovenschools directeur. Alle tien scholen van de stichting doen mee. Elke school krijgt de ruimte om passend bij de eigen schoolontwikkeling in te steken. Zo kunnen de scholen per schooljaar kiezen of ze aan een taalonderdeel of rekenen gaan werken.

Talenten ontwikkelen
Voor het ontwikkelen van de talenten van leerlingen, moeten vooral leerkrachten en schoolleiders aan de slag. Wessels: “Leerkrachten moeten de relatie leggen tussen eigen handelen en de opbrengsten van het onderwijsleerproces en onderzoeken of ze goed bezig zijn. Ze leren om de interactie, de instructie, het programma en soms de doelen bij te stellen. Op alle niveaus zijn we bezig het SMART formuleren van doelen te verbeteren: leerkrachten in hun POP en in de groepsplannen en directeuren en bestuur in hun jaarplannen. Het is heel gebruikelijk om in de sport duidelijke doelen te stellen, maar in het onderwijs zijn we toch geneigd om wollig te formuleren.” Externe adviseurs zijn ingeschakeld om de leerkrachten en schooldirecteuren te ondersteunen bij het implementeren van opbrengstgericht werken.

SCO R’IJssel is sinds dit schooljaar intensief gaan samenwerken met pabo HAN in Arnhem. Krachtig Meesterschap is één van de projecten waarvoor ze een subsidie toegekend hebben gekregen. Wessels: “Studenten zijn nu veel meer betrokken doordat ze aan een opdracht van de stageschool werken en niet aan een opdracht vanuit de pabo.”

Volgens Wessels hebben schoolleiders in het traject een spilfunctie: “Het beleid wordt aan tafel bedacht, zij moeten voor de vertaling naar de werkvloer zorgen.” Daarnaast geeft ze als tip mee om goed te plannen en regelmatig af te stemmen met deelnemende partijen. “Plan in blokken, zodat de doelen helder blijven en evalueer deze regelmatig. Bij samenwerking met andere partijen, zoals bij ons het geval is, is regelmatige afstemming cruciaal om de neuzen dezelfde kant op te houden.” SCO R’IJssel heeft de LVS-gegevens van juni 2010 als nulmeting gebruikt en hoopt in drie jaar onder andere te bereiken dat 90 procent van de leerlingen een A/B/C-score heeft voor technisch lezen.

‘Een andere invalshoek’
Erik Schuddebeurs, schoolleider van obs De Molenberg (Grootegast) is samen met zijn ib’er naar het Lunterencongres gekomen. De informatie uit de workshop is voor hem niet nieuw. “Maar het is interessant om het verhaal eens van de andere kant, het bovenschools management, te horen.”

Workshop ‘opbrengstgericht werken en leerlingvolg systemen’ door Tijn Bloemendaal (hco) en Ina Cijvat (expertis)
‘Opbrengstgericht werken vereist duidelijke doelen en evaluatie’

De overtuiging dat toetsresultaten niet alleen iets zeggen over de ontwikkeling van individuele leerlingen, maar juist ook over de kwaliteit van het geboden onderwijs, wordt gemeengoed. Onderwijsadviseurs Tijn Bloemendaal en Ina Cijvat zien dat veel scholen nog worstelen met het stellen van doelen met Cito-toetsen. Ook het cijfermatig en onderwijskundig interpreteren van overzichten uit leerlingvolgsystemen blijkt in de praktijk niet altijd even gemakkelijk.

Als voorwaarden voor opbrengstgericht werken noemen de onderwijsadviseurs: het serieus nemen van de toetsresultaten, een open en professionele sfeer en onderwijskundig leiderschap. Bloemendaal: “Daarvoor zijn heldere afspraken nodig, onder andere over de afname van toetsen, planning van besprekingen en klassenbezoeken, taken en verantwoordelijkheden.” Scholen die leerresultaten evalueren en bijstellen en op groepsniveau hoge verwachtingen stellen aan de leerlijn scoren hoog. “Maar pas op”, voegt Bloemendaal toe. “Tegelijk is ook gebleken dat scholen die níet opbrengstgericht werken beter scoren dan scholen die dit mátig doen. Belangrijk is dus dat je een keuze maakt.” Wat betreft het doelen stellen adviseren Bloemendaal en Cijvat niet alleen te kijken naar de normverdeling van Cito.

Sommige scholen zullen vanwege hun leerlingpopulatie veel hogere doelen stellen om het talent van kinderen maximaal te ontplooien. Voor sommige scholen kan het streven naar 25 procent A-scores bijvoorbeeld betekenen dat de kinderen flink worden onderschat.

Leerlingvolgsystemen
Bloemendaal en Cijvat geven aan welke overzichten van toetsresultaten het meest relevant zijn bij het monitoren van de onderwijsopbrengsten. LOVS (Cito), ParnasSys, ESIS-Webbased en SchoolOAS Dotcomschool zijn de belangrijkste systemen voor het registeren van leerlinggegevens. Elk kent eigen voor- en nadelen volgens de adviseurs. Maar elk systeem kan gebruikt worden bij het vormgeven aan opbrengstgericht omgaan met toetsresultaten.

Belangrijk is vooral om, aan de hand van een leerlingvolgsysteem, resultaten kritisch te evalueren. Bloemendaal: “Als groep 6 in één schooljaar minder goed presteert, hoeft het niet direct te betekenen dat er een fundamenteel probleem is met dit leerjaar.” Volgens de onderwijsadviseur is het veel interessanter om de resultaten van deze groep door de jaren heen te bekijken én de resultaten van alle groepen 6 van de afgelopen jaren. “Op die manier kun je veel duidelijker zien waar het probleem ligt: heeft de groep extra aandacht nodig of is het juist het leerjaar dat aanscherping nodig heeft?”

Ter afsluiting hameren Bloemendaal en Cijvat op het interpreteren van de informatie uit het leerlingvolgsysteem en vervolgens het nemen van beslissingen. Bloemendaal: “Alleen door dat te doen, weet je wat de factoren van borging en verbetering zijn.”

‘Systemen veranderen dagelijks, houding moet als een huis staan’
Directeur Reinier Vierhoven van obs De Keerkring (Dordrecht) is sinds anderhalf jaar bezig met een leesverbeteringstraject op zijn school. Vierhoven geeft nog als extra tip mee dat vooral de basishouding voor opbrengstgericht werken (registreren, evalueren, interpreteren) geramd moet zitten op een school. “Maak een duidelijke keus als bestuur/school voor een bepaald registratiesysteem en zorg ervoor dat hiermee de resultaten en analyses van opbrengstgericht werken inzichtelijk worden.”

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws