CNVO, AOb en CMHF trekken zich terug uit overleg Passend onderwijs

De vakorganisaties CNVO, AOb en CMHF zijn onlangs uit het overleg over Passend onderwijs gestapt. Ze willen eerst een harde toezegging van het ministerie dat er 1 miljard euro extra beschikbaar komt voor dit traject.

De AVS deelt een aantal van de zorgen van de vakorganisaties, maar ziet geen reden om het overleg te verlaten of op welke andere manier dan ook de voortgang van Passend onderwijs te frustreren. Natuurlijk zal Passend onderwijs van de onderwijsgevenden vergen om hun werk anders in te richten. Al vele decennia wordt daarom geroepen (`Maak een einde aan het leerstofjaarklassensysteem en het frontaal klassikaal onderwijs´), maar tot op heden is er ondanks grote projecten nog maar weinig van terecht gekomen. Ook zullen scholen anders moeten gaan functioneren, wat in eerste instantie veel zal vragen van onderwijsgevenden, maar vooral ook van de schoolleiding. Om de miljoenen voor kwaliteitsverbetering goed te benutten, moeten schoolleiding en schoolteams ondersteund worden bij het beantwoorden van de vraag: wat is nodig om Passend onderwijs voor elke leerling waar te maken? Nu al roepen om klassenverkleining – in de kern de roep om de extra miljard door CNVO, AOb en CMHF – heeft volgens de AVS geen zin; het gaat om ander onderwijsgedrag. Te verwachten is dat ander onderwijsgedrag het nodig maakt dat klassen kleiner worden en dat er meer handen in de klas komen. Als het aan de AVS ligt moet Passend onderwijs morgen beginnen. Elke schoolleider zal met zijn of haar team aan de slag moeten om nu het onderwijs eens echt te veranderen. Een proces dat elke leerling ten goede komt en dat het opnemen van die extra leerling met speciale onderwijsbehoeften veel hanteerbaarder zal maken. Dan zal blijken waar extra ondersteuning nodig is, waar extra personeel de enige oplossing is, waar klassenverkleining gewenst is. Dit nu al roepen en eisen leidt volgens de AVS af van wat werkelijk nodig is: effectief onderwijs voor elke leerling!

Brief Dijksma
Op 5 juli aanstaande behandelt de Tweede Kamer het dossier Passend onderwijs. Hierop vooruitlopend schreef staatssecretaris Dijksma op 25 juni 2007 een brief aan de Kamer waarin ze haar plannen voor Passend onderwijs uiteenzet. Dijksma: “Regionale samenwerkingsverbanden van schoolbesturen zorgen voor een sluitende aanpak van regulier en speciaal onderwijs. Op basis van experimenten die de komende jaren in verschillende regio´s zullen plaats vinden, wordt een nieuwe Wet Passend onderwijs uitgewerkt die in 2011 in werking zal treden.” Dijksma gaat hierbij uit van de bestaande samenwerkingsverbanden. De nieuwe regionale netwerken zullen bestaan uit alle reguliere scholen en de REC´s van de verschillende clusters, met voor iedere regio één indicatieorgaan, zodat overal expertise in huis is om Passend onderwijs aan zorgleerlingen aan te bieden. Om duidelijke leerdoelen vast te stellen en resultaten meetbaar te maken worden afspraken gemaakt met het vervolgonderwijs (mbo) en worden gemeentelijke en provinciale jeugdzorg bij de regionale netwerken betrokken. Dijksma onderstreept in haar brief nog eens dat het huidige zorgonderwijs zeer complex is en dat wachtlijsten en capaciteitsproblemen geen uitzondering zijn. Ze verwacht echter dat veel leerlingen met extra ondersteuning in het reguliere onderwijs kunnen blijven. “Voor leerlingen waarvoor dit niet geschikt is, is er het (voortgezet) speciaal onderwijs. Leerlingen kunnen in de toekomst ook tijdelijk speciaal onderwijs volgen, om daarna terug te keren naar het reguliere onderwijs”, aldus Dijksma. Als het aan haar ligt krijgen ouders als groep meer zeggenschap over de afspraken binnen het regionale netwerk en wordt hun individuele rechtspositie met betrekking tot het aanbod van Passend onderwijs aan hun kind versterkt. Naast de 84,5 miljoen euro die voor 2007 zijn gereserveerd, zullen de extra middelen structureel ruim 140 miljoen euro bedragen, blijkt uit de brief. Geld voor ambulante begeleiding ook kan worden gebruikt voor preventieve begeleiding.

 

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.