Autochtone achterstandsleerlingen kunnen betere onderwijsresultaten behalen. Een combinatie van factoren draagt bij aan het ontstaan en in stand houden van de achterstand. Er zijn mogelijke oplossingen voorhanden. Dit blijkt uit onderzoek door onder andere Lia Mulder van het ITS (Radboud Universiteit Nijmegen) en het Kohnstamm Instituut.

Behalve de lagere cognitieve capaciteiten spelen ook andere aspecten een rol: de lage verwachtingen van de leraar en de lage betrokkenheid van ouders bij het onderwijs. In die richting ligt dan ook een deel van de oplossing: scholen kunnen nagaan en bespreken of de verwachtingen van leraren over leerlingen worden beïnvloed door het beeld van het gezin (zie ook het artikel over het basisschooladvies op pagina 28). Ook kunnen ze onderzoeken of de onderwijsondersteunende activiteiten van ouders wel genoeg worden bevorderd. De onderzoekers concluderen dat de rek er nog niet uit is en dat er ook bij autochtone doelgroepleerlingen nog potentieel zit. Veel scholen, vooral op het platteland, geven aan dat ze er financieel op achteruitgaan doordat het opleidingsniveau van ouders langzaam stijgt – en ze minder geld krijgen uit de gewichtenregeling – maar dat de problematiek hetzelfde blijft. De scholen uit het onderzoek pleiten ervoor, net als de Onderwijsraad in 2013, dat het maximale opleidingsniveau van de ouders voor deze regeling wordt opgerekt tot mbo 1,2. Daarmee krijgen scholen weer meer budget om de achterstanden van hun leerlingen terug te dringen. Volgens de onderzoekers kunnen scholen het beschikbare budget ook beter inzetten: niet altijd is op scholen bekend wie de autochtone doelgroepleerlingen zijn of worden de gewichtenmiddelen specifiek voor deze leerlingen ingezet. In dit onderzoek is gekeken naar een combinatie van factoren, een zogenaamde ‘stapeling van problematiek’: autochtone doelgroepleerlingen groeien vaker dan nietdoelgroepleerlingen op in een taalarme omgeving, hebben minder ouderlijke hulpbronnen, komen vaker uit multiprobleem gezinnen, beschikken over minder niet-schoolse capaciteiten, bezoeken minder vaak een vve-instelling, hebben vaker gedrag- en leerproblemen, zitten vaker op scholen met ongunstige kenmerken en wonen in regio’s waar de arbeidsmarkt niet om hoge(re) opleidingen vraagt. _ Het onderzoek ‘De achterstand van autochtone doelgroepleerlingen: oorzaken en aanpak’ werd gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Meer informatie: www.nro.nl

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws