Cao-regeling reiskosten woon-werkverkeer aangepast!

De reisonkosten woon-werkverkeer worden in de CAO PO 2023-2024 geregeld in hoofdstuk 7, artikel 7.2 en artikel 7.2a. Artikel 7.2 gold tot en met 31 december 2023. Met ingang van 1 januari 2024 geldt artikel 7.2a. Echter… de tekst van artikel 7.2a is aangepast omdat de regeling, zoals oorspronkelijk opgenomen in de CAO PO 2023-2024, te ingewikkeld bleek.

Hierbij de nieuwe, correcte tekst van artikel 7.2a. Deze tekst is sinds 1 januari 2024 van kracht.

7.2a Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer (geldend per 1 januari 2024)

  1. De werknemer krijgt een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer, ongeacht het vervoermiddel.
  2. Woon-werkverkeer is de reis tussen de woning en de plaats van tewerkstelling.
  3. Wanneer de werknemer zijn werkzaamheden in meerdere gebouwen verricht, wordt de tegemoetkoming per gebouw berekend.
  4. De afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling wordt uitgedrukt in kilometers enkele reis en wordt bepaald door de werkgever op basis van de snelste route conform één van de volgende gangbare routeplanners; ANWB-routeplanner, Routenet, Google Maps. Met instemming van de PGMR kan ook een andere routeplanner worden gebruikt.
  5. De vergoeding voor woon-werkverkeer bedraagt € 0,17 netto per kilometer.
  6. Voor de eerste zeven kilometer enkele reis wordt geen vergoeding verstrekt. Voor zover het woon-werkverkeer de 25 kilometer enkele reis overschrijdt, wordt er voor de kilometers boven de 25 kilometer geen vergoeding verstrekt.
  7. Voor degenen die werkzaam zijn als vervanger, geldt in afwijking van lid 6 een maximum van 34,5 kilometer per enkele reis.
  8. Voor de werknemer wordt de vergoeding op jaarbasis vastgesteld op basis van de volgende berekening: aantal voor vergoeding in aanmerking komende kilometers enkele reis x 2 x aantal reisdagen per week/5 x 208 x € 0,17;
  9. De vergoeding van lid 8 wordt in elf maandelijkse termijnen uitgekeerd. In de maand augustus zal er geen uitkering plaatsvinden.
  10. Wanneer er door de werknemer anders dan in verband met vakantieverlof gedurende een periode van twee weken niet wordt gereisd naar de plaats van tewerkstelling, wordt de aan de werknemer toe te kennen tegemoetkoming vanaf de derde week stopgezet.
  11. Wanneer een werknemer in verband met de datum van indiensttreding of uitdiensttreding slechts een deel van een maand ten minste een keer per week reist, wordt de reiskostenvergoeding naar evenredigheid vastgesteld.
  12. Bij het verstrekken van de vergoeding voor woon-werkverkeer blijft de werkgever binnen de fiscaal vastgestelde grenzen.
  13. De werkgever kan met instemming van de PGMR een vergoedingsregeling woon-werkverkeer vaststellen als de regeling een verbetering inhoudt ten opzichte van de regeling in dit artikel.