Een bijzondere aanpak die op de ene school werkt, is misschien ook nuttig voor de andere. Deze maand in Zo kan het ook!: Tuncer Akyazi van de Amsterdamse Metis Montessori bood statushouders met een bèta-achtergrond een stoomcursus Nederlands en didactiek aan om hen voor de klas te krijgen.

“Ik heb zelf natuurkunde gestudeerd, we begonnen met acht studenten op de leraren­opleiding en uiteindelijk rondden drie de opleiding af, waaronder ik. Toen besefte ik al: er zijn straks veel te weinig mensen die voor de klas kunnen staan om exacte vakken te doceren.” Bevlogen vertelt deelschoolleider Tuncer Akyazi over zijn ‘Eureka-moment’. “Na de couppoging in Turkije in de zomer van 2016 belandden veel leraren in de gevangenis, anderen vluchten het land uit. Ik kende een aantal van hen persoonlijk, zag hoe ze in Nederland met al hun kennis en werkervaring werkloos in een asielzoekerscentrum zaten. Samen met toenmalig bestuurder Ferd Stouten bedacht ik: erkende vluchtelingen met een bèta-achtergrond kunnen na een korte bijscholing van één of twee jaar voor de klas staan als wiskunde- of natuurkundedocent. Zo kunnen ze hun bijdrage leveren aan de Nederlandse maatschappij en doen ze iets waar ze gelukkig van worden.”
 
Diep respect
De twee legden het plan voor aan de gemeente Amsterdam en het UAF, organisatie voor vluchtelingstudenten. Die reageerden enthousiast en ruim een jaar geleden ging de eerste stoomcursus van start: zestien geselecteerde statushouders uit Turkije, Syrië, Oezbekistan en Somalië volgden een jaar intensief Nederlandse taalonderwijs en kregen les in het Nederlandse onderwijssysteem en didactiek. Weerstand vanuit het team was er allerminst (“we selecteren onze mensen op basis van wereldburgerschap”); ook ouders en leerlingen reageerden positief. Twee statushouders uit het ‘lerarenklasje’ werken nu op de Metis Montessori, elk voor 0,4 fte. School en gemeente financieren elk een dag per week. Ze zijn nog geen leraar – daarvoor moet hun taalontwikkeling nog verbeteren – maar worden wel al ingezet als onderwijsassistent. Akyazi: “Het is echt lastig hoor, voor een klas met 25 leerlingen staan en die lesgeven in een taal die je pas na je dertigste of veertigste hebt geleerd. Ik heb diep respect voor ze.”
 
Kleine investering
Een van de statushouders is een gevluchte Turkse docent – hij noemt liever zijn naam niet – die vandaag opeens moest invallen, uitgerekend voor de lerares Nederlands. We komen hem tegen in de gang. Met een stapel Nederlandse proefwerken onder de arm vertelt hij in enigszins gebroken, maar prima verstaanbaar Nederlands hoe fijn hij het vindt om in het onderwijs te werken. “De leerlingen moesten lachen toen ze hoorden dat juist ik de Nederlandse les zou overnemen. Ik heb de klas opgevangen. Ik heb ze alleen een proefwerk laten maken. Maar als mijn Nederlands beter is, ga ik wiskunde geven.” “En we hoeven deze klas nu niet naar huis te sturen”, vult Akyazi aan.
De gemeente betaalt het opleidingstraject, de school zorgt voor begeleiding en neemt de statushouder aan wanneer deze geslaagd is. “In hun thuisland hebben ze een goede opleiding gehad, vaak op universitair niveau. Ze hebben veel onderwijservaring en zijn gemotiveerd. Als je het allemaal bij elkaar optelt is het maar een kleine investering die veel kan opleveren. Het enige wat we moeten doen is hen opnemen in onze samenleving en ze een kans geven.”
 
Ook een bijzondere aanpak op jouw school?
Mail naar communicatie@avs.nl o.v.v. ‘Zo kan het ook’.
 

Gerelateerd nieuws

  • Investeer in het leren van de leraar (en leer daar zelf van)

  • Bananenschillen op school

  • De natuur biedt kinderen vanzelf maatwerk

  • ‘Het gaat erom dat je vergezichten kunt vertalen naar de praktijk’