“Het management is geen butler, maar moet zich wel een rol van dienstbaar leiderschap aanmeten; en leerkrachten moeten nooit als stuurlui aan de wal komen te staan, maar hun positie ook zelf afdwingen. Ik wil scholen de ruimte geven om processen te laten landen en wortelen, en dus met maatregelen terughoudend zijn.” Deze woorden sprak staatssecretaris Van Bijsterveldt eind oktober in De Rode Hoed bij de uitreiking van het eerst exemplaar van het boek `Van wie is het onderwijs?´ Het debat in het Nederlandse onderwijs gaat tegenwoordig vaak over de macht van de managers in tegenstelling tot de ruimte die leerkrachten wel/niet krijgen. Kan het onderwijs slimmer en beter bestuurd worden zonder dat onderwijspersoneel gebukt gaat onder nieuwe bureaucratie? Wat is het voordeel van al die grote, `autonome´ scholen?

Hierover gaat het boek van Pieter Hettema en Leo Lenssen. De publicatie geeft meer inzicht in achtergronden, feiten en consequenties van de toegenomen autonomie van het onderwijs. En het geeft antwoord op de vraag hoe het Nederlandse onderwijs meer gebruik kan maken van alle talenten die het in huis heeft. Hoe kan het moderner en doelmatiger worden ingericht en een actievere rol spelen in de maatschappelijke omgeving?

Met bijdragen van Pieter Hilhorst, Kees Kraaijeveld, André Wierdsma, Frans de Vijlder, de oude generatie leerkrachten (Ton van Haperen) en de nieuwe lichting (De Groene Golf ) – en interviews met minister Ronald Plasterk, Wubbo Wever (Vivente), Jos Elbers (tot voor kort InHolland), Geri Bonhoff (Hogeschool Utrecht) en Ton Duif (AVS).

Meer informatie
Kosten: 15 euro voor AVS-leden
Van wie is het onderwijs

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws