De AVS is ruim tien jaar geleden opgericht als belangenbehartiger pur sang voor schoolleiders in het primair onderwijs. Dat blijft de belangrijkste reden voor haar bestaan. De AVS dient zich dus met enige regelmaat af te vragen wat die belangen precies zijn. Zijn dit statische begrippen of zijn ze aan verandering onderhevig?

Vanuit perspectief werknemer of werkgever?
De positie van de schoolleider tien jaar geleden is niet meer te vergelijken met die van de schoolleider/ manager van vandaag. De verantwoordelijkheden zijn enorm toegenomen. Dat geldt zowel voor de taken en rollen die erbij zijn gekomen voor de individuele schoolleider, als voor de maatschappelijke positie die de school tegenwoordig (gekozen of gedwongen) als geheel inneemt. Naast deze rolverandering is er ook een forse differentiatie ontstaan binnen de begrippen schoolleider en manager. Van locatiedirecteur (zonder veel verantwoordelijkheden) tot bestuurder van een educatieve onderneming zou de titel kunnen zijn van een blijspel of drama over de ontwikkelingen, afhankelijk van de bril waardoor je kijkt. We hebben tegenwoordig nog steeds locatieleiders, directeuren, meerschoolse directeuren, clusterdirecteuren, bovenschoolse managers, raden van bestuur, raden van toezicht en zelfs een onderschoolse manager. De AVS juicht deze differentiatie in principe toe. En hoewel vrijwel alle personen met deze titels hetzelfde belang dienen na te streven, is het wenselijk dat duidelijkheid ontstaat over de rollen en verantwoordelijkheden die deze titels impliceren.

Het uiteindelijke belang, de kwaliteit van het onderwijs, is in al die jaren niet veranderd. Daarin moeten alle genoemde functionarissen zich kunnen vinden. De deelbelangen zijn vooral verdeeld tussen toezichthoudende rollen en uitvoerende rollen (zie ook Governance discussie geen modegril op pagina 6). Dit betekent dat de AVS een logische keus heeft gemaakt in de doelgroep waarvan zij de belangen wil blijven behartigen. Dat zijn de managers/schoolleiders, iedereen die geen toezichthoudende rol vervult. Zij hebben ook (met respect voor hirarchisch onderscheid) een vergelijkbare samenhangende rol. Vanuit deze overtuiging zal de AVS ook in staat zijn om de manager in zijn positie bij te staan. Ongeacht of de manager een bovenschoolse directeur, een voorzitter van de raad van bestuur of een schooldirecteur (in opleiding) is. Om in het onderscheid in taken toch aan de deelbelangen tegemoet te komen, zal de AVS steeds vaker via het Scholenportaal en in Kader Primair en Kadernieuws specifieke informatie verschaffen die voor het ene deel van de AVS leden beter aansluit bij de actuele behoeften dan voor het andere deel. Ook de AVS zal meer moeten differentiren in het aanbod van kennis en informatie. Dat geldt ook voor haar dienstverlening.

Geen statisch geheel
Eerst dienen we een onderscheid te maken tussen individuele belangenbehartiging en collectieve belangenbehartiging. En van de belangrijke redenen voor leden om lid te worden van de AVS is de individuele belangenbehartiging. Of je nu bovenschools of schools bent, je bent allemaal in dienst bij een onderwijsinstelling. Dus kan het altijd gebeuren dat je in een conflictsituatie terecht komt. Daarom is het verstandig een verzekering af te sluiten waarbij je indien nodig een beroep kunt doen op professionele rechtsbijstand. De AVS heeft hiervoor, samen met Schoolmanagers_VO, de Stichting Support in het leven geroepen. Deze stichting is niet vervangbaar door een willekeurige rechtsbijstandverzekering. Er zijn namelijk veel juristen en advocaten werkzaam die volledig gespecialiseerd zijn in de wetgeving die relevant is voor het onderwijs. Bovendien kennen zij ook de historische context ervan. De kwaliteit van Support bestaat niet binnen de wereld van algemene rechtsbijstandverzekeringen. Daarom zal de AVS de banden met Stichting Support continueren, waardoor de individuele belangenbehartiging volstrekt gewaarborgd is.

Collectieve belangenbehartiging
Zoals gezegd kenmerkt een AVS lid zich door een dubbelrol. Namelijk die van de werknemer en die van de werkgever. Daarom moeten we het begrip collectieve belangenbehartiging vanuit die beide perspectieven analyseren. In dit geval tussen de collectieve belangenbehartiging van de sector primair onderwijs vanuit het perspectief van de managerstaak enerzijds, en de collectieve belangenbehartiging vanuit het perspectief van de individuele werknemer anderzijds. Voor de collectieve belangenbehartiging vanuit het perspectief van de werkgever is het noodzakelijk dat er een einde komt aan de versnipperde belangenbehartiging zoals die nu op vele terreinen plaatsvindt. Bijvoorbeeld (in willekeurige volgorde) de vergroting van de opbrengst uit onderwijs, verdere professionalisering van de professional, hoger aanzien van de sector primair onderwijs in het algemeen en de lobby voor de middelen die de sector ter beschikking krijgt. Allemaal zaken die eenheid in collectieve belangenbehartiging noodzakelijk maken en waarvan de AVS vindt dat het primair onderwijs deze eendrachtig moet formuleren om vervolgens uit te dragen met n gezicht, n smoel (zie En sectororganisatie op pagina 2). Overigens niet bepaald door de wijzen uit de burelen, maar gedragen en ontstaan vanuit de leden zelf. Niet via via, maar door rechtstreekse invloed op de visie en het noodzakelijke beleid, geformuleerd door het management zelf. Vanuit deze werkgeversrol is het duidelijk dat de AVS zich ook op dit terrein dient te gaan profileren als vertegenwoordiger. In feite zijn de leden al langer aan deze (deel)rol gewend dan dat de AVS zich als organisatie profileert.

Perspectief werkgever
Van oorsprong neemt de AVS deel aan CAO-onderhandelingen aan vakbondszijde. Samen met de AOb (FNV), de OCNV (CNV) en de CMHF voert de AVS sinds haar bestaan de onderhandelingen namens haar leden binnen twee CAOs. Ten eerste de onderwijs- CAO, die nog steeds geldt voor het voortgezet en primair onderwijs en waarbinnen zaken als salaris, pensioen, sociale zekerheid en arbeidsduur worden geregeld. Daarnaast de zogeheten CAO-PO, die uitsluitend geldt voor de sector primair onderwijs en vooral gaat over secundaire arbeidsvoorwaarden en verdere verfijning van een aantal zaken uit de onderwijs-CAO. Ondanks de relatief kleine achterban, vergeleken met grote jongens als de AOb, heeft de AVS zich sinds haar oprichting goed laten horen en ook fors aan de weg getimmerd om de positie van haar leden te verbeteren. Meestal regelde de AVS dit echter achter de schermen, door bijvoorbeeld goede contacten met de minister en goede verhoudingen met de andere bonden. Nu wil de minister (en met haar de Tweede Kamer) de totstandkoming van de primaire arbeidsvoorwaarden (met uitzondering van de pensioenen) en de daarbij behorende middelen in de nabije toekomst (2008-2009) verder doordecentraliseren. Dat juichen wij als AVS zeer toe; bij steeds verdergaande verantwoordelijkheden horen ook de middelen om dat te kunnen uitvoeren. De vraag is echter of je de belangen van AVS leden op het moment dat op decentraal niveau (lees: sectororganisatie niveau) alles wordt verdeeld, je aan de goede kant van de tafel zit. Waar kun je de verdeling van middelen in het belang van het management beter behartigen? Aan de kant van de werknemer of aan de kant van de werkgever? We hebben al eerder geconstateerd dat we beide rollen combineren in de functie van schoolleider/ manager. In onze visie hebben we meer invloed op de kwaliteit van het pakket arbeidsvoorwaarden van de schoolleider/manager aan de werkgeverskant van de CAO-tafel, dan aan de werknemerskant, zoals het verleden ons geleerd heeft.

Auteur: Michiel Wigman
Thema > Bakens verzetten
Kader Primair Special – december 2005

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws