Op 17 september 2019 heeft minister Slob van Onderwijs de definitieve bedragen voor de personele bekostiging primair onderwijs 2018 – 2019 vastgesteld.

De personele bekostiging van scholen in het primair onderwijs wordt per schooljaar toegekend. In de Definitieve Regeling bekostiging personeel PO 2018–2019 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2018–2019 worden de al eerder vastgestelde en aangepaste prijzen en bedragen over het schooljaar 2018–2019, die daarvoor noodzakelijk zijn, geactualiseerd en definitief vastgesteld.
Gekozen is om de eerdere regeling voor 2018–2019 in te trekken en de regeling, nu met de definitieve prijzen en bedragen, opnieuw te publiceren. Dit verdient bij de minister de voorkeur boven een wijzigingsregeling, omdat die volgens hem, vanwege de wijziging van veel prijzen en bedragen, moeilijk leesbaar zou zijn.

Wijzigingen ten opzichte van de regeling voor schooljaar 2017–2018
In hoofdstuk 6 is een algemeen artikel ingevoegd waarin de Algemene termijnenwet van toepassing is verklaard op deze regeling en is geregeld dat voor zover een peildatum op een dag valt waarop geen onderwijs verzorgd wordt deze naar de eerstvolgende schooldag kan worden verschoven. Als gevolg hiervan zijn ook de daarop volgende artikelen vernummerd.
Per 1 augustus 2018 zijn wijzigingen van artikel 125b van de WPO en artikel 85d van de WVO in werking getreden. Op grond hiervan moet nu ook bij groei de basisbekostiging, zoals genoemd in artikel 22a, verplicht worden overgedragen.
Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen in deze regeling voor schooljaar 2018–2019 ten opzichte van de op 24 september 2018 gepubliceerde Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2018–2019 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2018–2019.

De opgenomen prijsaanpassingen ten opzichte van de definitief vastgestelde bedragen voor het schooljaar 2017–2018 betreffen de verwerking van de kabinetsbijdrage voor de loonbijstelling voor 2018 en 2019, de verwerking van de oploop in het functiemixbudget en middelen voor de uitvoering van enkele onderwerpen uit het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’. Voor wat betreft dat laatste gaat het specifiek om de gereserveerde middelen voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van het onderwijzend personeel, de extra middelen voor de kleine scholentoeslag, de extra middelen in verband met de werkdruk en de extra middelen voor het mogelijk maken van bijvoorbeeld een bezoek aan het Rijksmuseum.
Ten opzichte van de definitief vastgestelde bedragen voor het schooljaar 2017–2018, komt de aanpassing voor de leraren op 4,662 procent en voor het onderwijsondersteunend personeel en voor de schoolleiding op 3,124 procent; de aanpassing van alle bedragen personeels- en arbeidsmarktbeleid bedraagt 4,662 procent. Het bedrag per leerling voor personeel en arbeidsmarktbeleid is verhoogd met € 158,27 in verband met de afspraken over de werkdruk. Daarnaast zijn de bedragen in het P&A-budget voor scholen tot 145 leerlingen aangepast in verband met het extra budget dat beschikbaar is voor de kleine scholentoeslag. Het totale beschikbare budget voor de Prestatiebox is verhoogd met € 4,5 miljoen in verband met mogelijk maken van een bezoek aan het Rijksmuseum.

De opslag voor het Vervangingsfonds is per 1 augustus 2018 ongewijzigd vastgesteld op 4,026 procent van de loonkosten en ook de opslag voor het Participatiefonds is ongewijzigd vastgesteld op 1,00 procent van de loonkosten. De opslagen en percentages in de bekostiging worden normatief vastgesteld en komen daarom niet altijd overeen met de exacte kosten die individuele schoolbesturen op onderdelen moeten maken.

Downloads

Gerelateerd nieuws