AVS steunt het wetsvoorstel voor continue screening in het funderend onderwijs. Schoolleiders onderschrijven het doel: een veiligere schoolomgeving. Tegelijkertijd maken schoolleiders zich zorgen over de uitvoerbaarheid en de mogelijke toename van administratieve lasten. Dat blijkt uit gesprekken die AVS voerde met schoolleiders.
Continue screening biedt een meerwaarde ten opzichte van de huidige VOG (Verklaring Omtrent Gedrag), die slechts een momentopname is. Het systeem kan echter alleen slagen als de uitvoering eenvoudig, duidelijk en werkbaar blijft.
Een veelgehoorde zorg van schoolleiders is dat de nieuwe verplichtingen in de praktijk bij hen terechtkomen. Registraties beheren, koppelingen controleren en signalen opvolgen kosten tijd, terwijl schoolleiders die tijd juist nodig hebben voor hun kerntaak: leidinggeven aan goed onderwijs.
AVS pleit daarom voor een systeem dat zoveel mogelijk automatisch werkt. Volgens schoolleiders moet het register aan drie voorwaarden voldoen:
Van schoolleiders mag niet worden verwacht dat zij zelf voortdurend het register controleren. Actieve notificaties bij veranderingen in de VOG van een medewerker, bijvoorbeeld per e-mail, liggen daarom volgens AVS voor de hand.
Een van de grootste zorgen van schoolleiders gaat over de informatie die zij krijgen wanneer de screening een signaal oplevert. Zij moeten dan mogelijk direct een medewerker uit functie halen, terwijl zij niet weten wat de aanleiding van het signaal is. In de praktijk blijkt dit moeilijk uitlegbaar en lastig uitvoerbaar volgens schoolleiders. Zonder enige context moeten zij ingrijpende beslissingen nemen en tegelijkertijd vragen beantwoorden van medewerkers, collega’s, ouders en soms ook leerlingen.
AVS begrijpt dat privacy een belangrijke rol speelt, maar vindt dat schoolleiders voldoende informatie moeten krijgen om hun verantwoordelijkheid zorgvuldig te kunnen uitvoeren. Daarom vragen we of schoolleiders in ieder geval inzicht kunnen krijgen in de aard of categorie van een signaal, zonder dat daarbij strafrechtelijke details of persoonsgegevens worden gedeeld.
Wanneer een medewerker op non-actief wordt gesteld, ontstaat er direct onrust. Collega’s zien dat iemand ontbreekt, ouders stellen vragen en er kunnen geruchten ontstaan. Een landelijke, juridisch getoetste handreiking met voorbeeldteksten en communicatiescenario’s is daarom een nadrukkelijke wens. Schoolleiders willen duidelijkheid over wat zij wel en niet kunnen delen met medewerkers, ouders en leerlingen.
Volgens de schoolleiders die AVS sprak, moet daarbij rekening worden gehouden met verschillende situaties, bijvoorbeeld wanneer een signaal betrekking heeft op een gebeurtenis buiten de school of wanneer een medewerker later wordt vrijgesproken of alsnog een VOG krijgt. Ook voor zulke situaties is duidelijke ondersteuning nodig.
Verder blijkt dat schoolleiders zich zorgen maken over de gevolgen van continue screening voor vrijwilligers en externe professionals. Het onderwijs kan niet functioneren zonder de betrokkenheid van ouders, vrijwilligers, gastdocenten en andere personen die incidenteel iets voor een school of voor leerlingen betekenen. Niet iedere ouder die meegaat met een excursie, helpt bij een schoolactiviteit of incidenteel ondersteuning biedt, moet vooraf een VOG aanvragen en in een register worden opgenomen.
Schoolleiders vinden screening verdedigbaar voor mensen die structureel zelfstandig met leerlingen werken, maar waarschuwen dat vrijwilligers kunnen afhaken wanneer procedures te ingewikkeld of kostbaar worden. Zorg daarom voor kosteloze VOG’s voor vrijwilligers, eenvoudige registratieprocedures en zo veel mogelijk hergebruik van bestaande gegevens. Ook moet er één gezamenlijk systeem voor onderwijs en kinderopvang komen om dubbele administratieve lasten te voorkomen.
Een laatste punt dat schoolleiders nadrukkelijk naar voren brachten, is de evaluatietermijn. Waar het wetsvoorstel uitgaat van een evaluatie na zeven jaar, wil AVS een eerste evaluatie na drie jaar. De verdere uitwerking van de wet moet niet alleen worden beoordeeld op veiligheid, maar ook op de gevolgen voor de dagelijkse schoolpraktijk. Veiligheid, rechtszekerheid en werkbaarheid moeten daarbij hand in hand gaan.