Als jij de nieuwe onderwijsminister zou zijn en jij had het voor het zeggen: hoe ga je dan de budgetten besteden? Waar moet echt meer geld naartoe? En waar kan het onderwijs wat jou betreft op bezuinigen? KADER nodigt drie schoolleiders uit om alvast plaats te nemen op de stoel van de nieuwe minister van Onderwijs.

Hierin moet geïnvesteerd worden:
(aldus schoolleiders)

✓ Meer fulltimers aan de slag
✓ Meer mannen voor de klas
✓ Terug naar de basis
✓ Gezonde lucht op school
✓ Meer structureel geld
✓ Meer waardering
✓ Een eerlijk salaris
✓ Minder regels (meer vrijheid)
✓ Meer vertrouwen geven aan scholen
✓ Meer (administratieve) ondersteuning

“Onderwijs moet gaan om persoonsontwikkeling”

Ajolt Elsakkers, rector Sint-Maartenscollege in Voorburg: “Als ik de nieuwe onderwijsminister ben, dan maak ik me sterk voor een fundamentele systeemverandering. We sorteren kinderen al eeuwenlang op bouwjaar en laten hen door dezelfde hoepel springen, op weg naar hetzelfde eindpunt. Daarmee slaan we de plank mis. Onderwijs moet gaan over persoonsontwikkeling. De enige manier waarop toekomstige generaties op deze wereld kunnen leven, is door nu mensen op te leiden die flexibel en positief zijn, gericht op ontwikkeling en het collectief.
Om te beginnen moeten we toe naar een veel langere periode van matching. Dat begint al bij de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. Laten we stoppen met die belachelijke open dagen. Laat kinderen een tijdje meelopen. Het gaat om de sfeer op jouw middelbare school en de ‘taal’ die er wordt gesproken. Die maken of je je er thuis voelt. En zet dit door. Laat leerlingen aan het eind van hun middelbareschooltijd de helft van de tijd naar school gaan en de andere helft meedraaien op een vervolgopleiding of werkplek in plaats van alles in het teken te stellen van het centraal eindexamen.

Als ik minister ben, zou ik meer investeren in de leerlingenbegeleiding. In het onderwijs krijgen we een wonderlijk grote hoeveelheid tijd met kinderen, waarin ze in principe doen wat we vragen. Dat is waardevol, maar het geeft ons ook veel verantwoordelijkheid. Ik denk niet dat we per se meer mensen nodig hebben, maar wel mensen die andere dingen doen. Op mijn school zijn veel leraren betrokken bij hun leerlingen. Ze praten met jongeren over wat ze leuk vinden en willen doen. Om ervoor te zorgen dat alle leraren dit kunnen, moeten we investeren in training en intervisie.

Laten we ook investeren in scholing van zittend personeel en het tegelijkertijd aantrekkelijk maken om leraar of schoolleider te worden. Natuurlijk zou meer geld voor ondersteuning helpen. En ja, in het basisonderwijs zouden de salarissen hoger kunnen, maar de rest is redelijk marktconform. Dus misschien moeten we daar niet zo over zeuren. Verder veroorzaken we dat lerarentekort deels zelf. Het onderwijs heeft een imagoprobleem. Het beeld dat we het zo zwaar hebben en maar bikkelen, zit in onze collectieve cultuur.
Maar geld maakt niet alles beter. Als je leraren laat doen waar ze energie van krijgen met meer nadruk op pedagogische kwaliteiten, dan blijven ze behouden voor het onderwijs. Dat geldt ook voor schoolleiders. Ik heb een leuke, afwisselende baan. Dat ik 70 uur per week werk, is part of the job. Ik ervaar pas werkdruk als ik iets moet doen waarvan ik het nut niet inzie. Schema’s invullen en afvinklijstjes… verschrikkelijk. Met minder verantwoordingsdruk en zonder de illusie van maakbaarheid die op ons wordt afgevuurd, kun je aan het personeel dat aan je is toevertrouwd op een stimulerende manier leidinggeven. We zouden een onderwijsminister kunnen gebruiken die zich ook zo gedraagt. Iemand die uitgaat van de kracht en energie in het onderwijs en die dit weet te mobiliseren. Een minister die niet systemisch denkt maar zich richt op groei.”

“We moeten verder kijken dan postcodes”

Brigitte Duysens, directeur Basisschool De Achtbaan & medewerker onderwijskwaliteit SKPO in Eindhoven: “Het geld klotst momenteel tegen de plinten op in het onderwijs met al die tijdelijke regelingen. Als ik minister zou zijn, ga ik het onderwijs structureel anders aanpakken. Onze basistaak moet zijn: kansrijk onderwijs geven aan álle kinderen. Dat bereik je door tijd te nemen voor bezinning en te kijken wat, waar nodig is.
Bij te snelle beslissingen val je terug op bestaande systemen, waarbij het vaak dezelfde scholen zijn die extra geld krijgen. Zoals nu met de NPO-Onderwijsgelden: de scholen die grotere problemen zouden kunnen hebben, krijgen er wat bij. Dat zijn praktisch dezelfde scholen die vanuit de Gelijke Kansen Alliantie ook al extra’s ontvangen. Als er een arbeidstoelage beschikbaar is, gaat dat geld ook naar hen.
Hierdoor heeft een school in een impulsgebied bijvoorbeeld een vakdocent voor muziek, extra ondersteunend personeel dat met groepjes kinderen aan de slag gaat én extra NPO-gelden. Een school die al die extra middelen niet krijgt, heeft misschien wel een grotere uitdaging. Die ongelijkheid veroorzaakt ontevredenheid. We moeten in het onderwijs verder kijken dan postcodes of achterstandsscores. Dan komt het aan op minder subsidies en meer structurele middelen – inclusief een goede beloning, óók voor de schoolleider. Want die wordt qua beloning nu soms ingehaald door de ‘opgepluste’ salarissen van leerkrachten.”

Om het leraren- en schoolleiderstekort te bestrijden, wil ik als minister meer ruimte en eigenaarschap geven aan de mensen in de scholen. Minder regels, meer vertrouwen. We meten en weten van alles van onze kinderen. Laat schoolleiders met hun team bepalen hoe zij hun leerlingen goed onderwijs kunnen geven en welke middelen daar het best bij passen.

Ruimte doet ook wat met het werkplezier. Zo bind je leerkrachten en schoolleiders aan het onderwijs. Op onze school (in Brainport Eindhoven) zitten veel kinderen van hoogopgeleide kenniswerkers, die vaak een andere taal en cultuur hebben. Die leerlingen hebben óók recht op gelijke kansen. Wij maken momenteel een fusie door en denken na over onze visie. Kinderen leren niet alleen op school. Het liefst zouden we buiten de gebaande paden een rijke leeromgeving creëren, waarin kinderen zelf keuzes leren maken, samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. We zouden ons meer willen richten op de brede ontwikkeling van kinderen met veel aandacht voor informatievaardigheden en leesplezier. We krijgen een nieuw schoolgebouw. Het liefst zet ik die ruimtes flexibel in en gaan leerkracht-
ondersteuners in groepjes met kinderen aan de slag. Maar daarvoor hebben we wel die regelruimte en structurele middelen nodig.”

“Met gezonde lucht leren kinderen echt beter”

Gerard Kreugel, directeur basisschool De Stromen in Alphen aan de Rijn & De Viergang in Aarlanderveen: “De onderwijskwaliteit heeft te lijden onder het lerarentekort en dat holt het vak uit. Als ik minister was, zou ik zoeken naar manieren om dit structureel te verbeteren. Misschien moet je nadenken over een vierdaagse schoolweek? Niet ideaal. Maar we móéten keuzes maken. Ook vind ik dat er te veel parttimers zijn met kleine aanstellingen. Voor sommige leerkrachten is het verschil in beloning tussen drie en vier dagen minimaal. Dat bedrag is soms kleiner dan de kosten die ze moeten maken voor extra kinderopvang. Daar mag fiscaal wel wat aan gedaan worden. We moeten bovendien leerkrachten die fulltime werken extra belonen. Dan pak je gelijk de werkdruk aan, want lesgeven wordt veel relaxter als je niet steeds een overdracht hebt met een duo-collega.
Maak daarnaast de pabo aantrekkelijk voor mannen. Meer meesters voor de klas is goed voor het onderwijs. Leer het vak vooral ook in de praktijk door de laatste twee jaar van de pabo mee te draaien in de klas naast een ervaren kracht.

We doen in het onderwijs een hoop dingen, die niets met de kern van onze taak te maken hebben. Schoolfotograaf, schoolreisjes, koningsspelen, het schoolontbijt: de politiek legt allerlei maatschappelijke thema’s bij scholen neer, waardoor wij zelfs kinderen moeten bijbrengen wat gezonde voeding is. Als we dit soort taken wegstrepen, brengt dat rust en kunnen we in die vierdaagse schoolweek héél véél lesgeven.
Terug naar de kern gaat ook op voor het schoolleiderschap. Ik ben naast directeur conciërge, administratieve kracht, manusje-van-alles en maatschappelijk werker, terwijl ik bezig wil zijn met de kwaliteit van het onderwijs op mijn school. De politiek mag wat vaker uitspreken dat schoolleiders ertoe doen. Als minister trek ik daarnaast het salaris en de arbeidsvoorwaarden van schooldirecteuren gelijk met die van managers uit het voortgezet onderwijs. Dat helpt om schoolleiders aan te trekken en te behouden.

En ook voor subsidies geldt: terug naar de basis. Al dat incidentele geld houdt me van mijn werk af. Dan komt er geld voor dit en gaan we naar links, en dan komt er weer geld voor dat en dan gaan we naar rechts. Als minister ga ik ervoor zorgen dat schoolleiders meer op de lange termijn kunnen nadenken over het onderwijs op hun school.

Tot slot wil ik als minister wat veranderen aan het binnenhuisklimaat op scholen. Ik wil investeren in airco’s, want met gezonde lucht leren kinderen echt beter. En dat geld sprokkel je makkelijk bij elkaar, want op allerlei procedures (Arbo-controle, gymzaalkeuring, speeltoestel keuring, ontruimingsmelders testen) kan prima bezuinigd worden. Daarin zijn we een beetje doorgeslagen.”

Interessant?
Dit artikel stond in Kader, het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden maandelijks ontvangen. De AVS komt op voor de belangen van schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs. Word ook lid of abonnee, ontvang voortaan iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

Gerelateerd nieuws