Bij duurzame inzetbaarheid gaat het niet alleen om maatregelen voor de 50-plusser. Maar om alle medewerkers gezond en scherp te houden. Dat doe je door hen nieuwe ervaringen te laten opdoen, stelt hoogleraar Vitaliteitsmanagement Tinka van Vuuren. “De vraag die de schoolleider zich moet stellen is: hoe houd ik mijn medewerkers vitaal gedurende hun hele loopbaan?”

Duurzame inzetbaarheid is met plezier, gezond en productief aan het werk zijn. Of je nu dertig jaar bent of zestig. We hebben ons te lang blindgestaard op maatregelen voor ouderen, aldus Tinka van Vuuren, bijzonder hoogleraar Vitaliteitsmanagement bij de Open Universiteit en seniorconsultant bij Loyalis Kennis & Consult. “Dat is niet meer van deze tijd. De jongere generatie moet misschien wel zestig jaar doorwerken. Als je als werkgever consequent inzet op het versterken van iemands duurzame inzetbaarheid is dat zowel goed voor de jongere als de oudere werknemer. Dan heb je geen apart beleid voor ouderen nodig.”

Niet ontzien
Tot verdriet van sommigen worden maatregelen alleen gericht op 55-plussers losgelaten. De regeling duurzame inzetbaarheid in de onlangs vastgestelde CAO PO is daar een voorbeeld van. Een goede ontwikkeling, meent Van Vuuren. “Regelingen als de BAPO en seniorendagen noem ik ‘ontzien-maatregelen’. Uit onderzoek blijkt niet dat mensen daardoor productiever worden, dat ze langer willen doorwerken. Mensen zeggen wel dat zij door die ene vrije dag middenin de week kunnen herstellen en daarna frisser weer aan de slag te gaan. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Het kan ook werken als een self-fulfilling prophecy. Als je wordt ontzien, krijg je niet meer energie. Het zorgt er juist voor dat de belastbaarheid minder wordt. Je bent natuurlijk geen dertig meer, sommige dingen gaan nu eenmaal wat lastiger als je ouder bent, maar we zijn gezonder dan de 65-jarigen van dertig jaar geleden.” Als je pas bij oudere werknemers aan hun vitaliteit begint te werken, is het te laat, waarschuwt de hoogleraar. “Het gaat erom dat iedere werkende vitaal de arbeidsmarkt betreedt en deze ook vitaal verlaat na zijn of haar pensioen. Kijken naar ieders kracht gebeurt nog te weinig. Ouderen hebben kennis en ervaring en kwaliteiten zoals grote betrokkenheid en loyaliteit. Als je tegen gepensioneerde leraren zegt ‘we hebben je nog nodig’, wil een derde doorgaan. Mensen het gevoel geven dat ze gewaardeerd worden is essentieel. Daarop moet je dus insteken.”

Gezondheid en leefstijl
Duurzame inzetbaarheid wordt beïnvloed door een goed werkvermogen, goede employability en vitaliteit. Van Vuuren: “Een goed werkvermogen is een goede gezondheid in relatie tot de werkzaamheden die je uitvoert. Goede employability betekent dat je aantrekkelijk bent voor je huidige of andere werkgever en onder vitaliteit verstaan we de energie en motivatie, de waarde die je aan je werk hecht en dat je dit terugvindt in je werkzaamheden. Allemaal zaken waar werknemers en werkgevers op kunnen anticiperen.” Een goede werkgever investeert op al deze terreinen. Misschien niet per se door het nemen van sturende maatregelen, maar wel door het te stimuleren, zegt Van Vuuren. “Gezondheid en leefstijl mag best een thema zijn op school onder collega’s. Samen na het werk naar de sportschool, gezond eten, op tijd ontspannen en rust nemen. Het gaat om maatregelen en stimuli die bijdragen aan de versterking van het functioneren, de gezondheid en het welbevinden van alle werknemers, niet alleen van de werknemers die minder vitaal zijn. Een abonnement op een sportschool kan daarbij horen, maar ook per toerbeurt een gezonde lunch klaarmaken.”

Blijven ontwikkelen
Investeren in loopbaanontwikkeling en mobiliteit zijn de belangrijkste manieren om onderwijspersoneel gezond en gemotiveerd te houden gedurende hun hele loopbaan. Nieuwe taken, taakroulatie en veranderende werkplekken dragen ertoe bij dat de belasting van mensen groter wordt. Van Vuuren: “Je steeds blijven ontwikkelen, veel mogelijkheden hebben om ergens je tanden in te zetten, is een belangrijke factor om langer vitaal te blijven. In het onderwijs heb je het dan over aanvullende taken, variëren van taken en vooral het afwisselen ervan. Op korte termijn lijkt het voor medewerkers vaak makkelijk om te zeggen: laat mij maar doen waar ik goed in ben. Op de lange termijn is dat dodelijk. Als je iets lang doet, is de kans op inzakken erg groot. Wisselende taken, iets anders aanpakken en nieuwe projecten onder je hoede nemen is in eerste instantie misschien meer werk, maar nieuwe prikkels houden je scherp en geven energie op de lange termijn.”

Anders inrichten
Volgens Van Vuuren zijn er in het onderwijs veel mogelijkheden voor mobiliteit. “In het bedrijfsleven en het MKB wordt al bewuster ingezet op mobiliteit. Die sectoren lijken weliswaar aan minder regels gebonden, maar ook in het onderwijs is een grote diversiteit aan functies te creëren. Heb meer oog voor taakbeleid, wissel af om de vier tot zeven jaar. Een andere kijk op de dingen werkt heel verfrissend. Denk ook aan regelmatig van groep veranderen, stages, gluren bij de buren, mensen op andere scholen laten werken.” Voor de schoolleider als werkgever betekent dit verder kijken dan de waan van de dag. “Voor een groot deel valt het gewoon onder goed werkgeverschap. Het is een extra perspectief dat je hanteert: de lange termijn moet je meewegen in je beslissingen. Uiteindelijk gaat het om het vergroten van de draagkracht van je mensen. Dat kun je doen door aan de mensen zelf te sleutelen, maar ook door de organisatie te veranderen, zoals op andere manieren taken inrichten. In het onderwijs wordt nog te weinig gekeken naar hoe je de organisatie kunt veranderen. Daarin ligt een actieve taak voor de werkgever.” Klem zitten Loopbaangesprekken zijn een must, maar vinden nog onvoldoende plaats in het onderwijs, zegt Van Vuuren. “Het is al knap als er goede functioneringsgesprekken worden gevoerd. Maar naar de toekomst kijken van je werknemers is altijd een goede investering. Werkgevers moeten inspireren en aanspreken, maar ook aan strategische personeelsplanning doen. Je mensen kennen: welke talenten hebben ze en hoe kan ik deze naar boven halen? Onderwijsmensen ervaren meer dan anderen dat ze klem zitten. Ze gaan voor het vak, werken er hard voor, maar voelen een hoge werkdruk. Dat laatste komt doordat ze weinig opties zien om weg te gaan. Ze denken dat ze vastzitten in het onderwijs. Tegelijk is er een hoge scholingsbereidheid en dat betekent dat je meer kunt vragen van mensen. In de trant van: hoe zit ik in mijn werk? Wat wil ik? Meer mobiliteit speelt hier op in. Door nieuwe ervaringen raken mensen meer geïnspireerd en realiseren zij zich of ze dat wat ze doen ook leuk vinden of dat ze plaats willen maken voor anderen. Door strategisch om te gaan met menselijk kapitaal wordt je personeelsbestand gezonder en zet het zich met meer plezier in.” 

 

Duurzame inzetbaarheid in CAO PO
De tekst voor het hoofdstuk over duurzame inzetbaarheid (hoofdstuk 8A) in de nieuwe CAO PO is inmiddels gereed. De BAPO-regeling is per 1 oktober 2014 ingetrokken. Met de nieuwe regeling duurzame inzetbaarheid krijgt iedereen in het onderwijs 40 uur per jaar voor onder meer peerreview, studieverlof, coaching, oriëntatie op mobiliteit en voor andere zaken die bijdragen aan duurzame inzetbaarheid (maar niet voor verlof zoals mantelzorg of een lange reis). In overleg met de werkgever kunnen deze uren voor iets anders worden ingezet: er is daarmee ruimte om eigen beleid te voeren. Deze uren mogen, voor maximaal drie jaar, worden opgespaard.

Starters
Voor startende leerkrachten wordt een extra budget van 40 uur per jaar voor drie jaar (dus maximaal 3 x 40 uur) voor verlichting van de werkdruk beschikbaar gesteld. Denk bijvoorbeeld aan scholing, stage en collegiale consultatie. De uren mogen niet besteed worden aan verlof.

Senioren
Senioren vanaf 57 jaar krijgen bovenop de 40 uur duurzame inzetbaarheid een bijzonder budget van 130 uur extra voor verlof. De in totaal 170 uur op jaarbasis mogen zij zowel gebruiken voor duurzame inzetbaarheid, zoals studie, coaching en dergelijke, als voor een sabbatical (vrije dagen). Over de 130 uur extra betaalt de medewerker 50 procent eigen bijdrage (voor functies met schaal 8 of lager is de eigen bijdrage 40 procent) als de uren omgezet worden in vrije tijd. Worden de uren gebruikt voor duurzame inzetbaarheid, zoals professionele ontwikkeling, dan geldt geen eigen bijdrage, afhankelijk van in wiens belang de ontwikkeling is. Uren opsparen mag voor maximaal vijf jaar.

Verschillen en overgangsregeling
Voor de nieuwe 57-plussers is het verschil met de oude regeling dat zij voortaan op minder uren recht hebben (was dat jaarlijks 340 uur, nu is dat 170 uur per jaar). Wel mogen de uren voor maximaal vijf jaar gespaard worden. Bij opname ervan geldt een limiet van in totaal 340 uur per jaar.

Wie gebruikmaakte van de BAPO, krijgt een overgangsregeling: de 52 tot 56-jarigen krijgen een aanvullend overgangsbudget van jaarlijks 130 uur (totaal 170 uur), de 56’ers krijgen er 300 uur bovenop (totaal 340 uur) en de 57-plussers krijgen 170 uur bovenop het bijzondere budget voor oudere werknemers (totaal 340 uur). Het belangrijkste verschil met de oude regeling is dat als het bijzondere budget aan verlof wordt besteed, er een eigen bijdrage geldt. Voor het onderwijsondersteunend personeel dat vóór 1 oktober 2014 gebruik maakte van de zogenoemde 60+-regeling is ook een overgangsregeling getroffen.
Cao-onderhandelaar en AVS-adviseur Harry van Soest: “Voor de toekomstige oudere werknemers valt de regeling ten opzichte van de oude BAPO-regeling minder gunstig uit. Dit was echter het hoogst haalbare. Door het opschuiven van de AOW-leeftijd als gevolg van de vergrijzing moet er meebewogen worden. Dat is de realiteit anno nu.” Het voortgezet onderwijs kent een soortgelijke regeling: de eigen bijdrage is daar hoger en de overgangsregeling minder ruim.

Meer informatie: www.avs.nl/artikelen/eerstetekstennieuwecaopo en www.avs.nl/cao2014/vgv (veelgestelde vragen). Of raadpleeg de AVS Helpdesk via tel. 030-2361010 of helpdesk@avs.nl.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws