Onderwijswethouder Lodewijk Asscher is erg ambitieus in het verbeteren van de onderwijskwaliteit in het Amsterdamse primair onderwijs. De indicatoren waaraan de scholen volgens hem op den duur moeten voldoen, zijn veel strenger dan de eisen van de Inspectie van het Onderwijs. Deze 'Asscher-norm', in combinatie met het daaraan gekoppelde openbaar maken van de opbrengstgegevens van scholen, is bij de Amsterdamse schoolleiders en -besturen in het verkeerde keelgat geschoten.

In Amsterdam werken de gemeente en de scholen in het primair onderwijs al jaren samen, om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Beide partijen zijn ambitieus en willen de leeropbrengsten graag verhogen. Nu vindt wethouder Asscher de landelijk vastgestelde kwaliteitseisen niet voldoende en heeft hij een eigen normering vestgesteld, op basis waarvan hij Amsterdamse scholen beoordeelt. Deze zogenaamde 'Asscher-norm' is, aldus de wethouder zelf, bedoeld om de kansen voor kinderen in de stad gelijk te maken; nu zouden er nog scholen zijn die veel beter kunnen presteren.

Maar niet alle scholen stellen deze vergaande bemoeienis van de gemeente op prijs. De discussie bereikte eind november een kookpunt toen de wethouder opbrengstcijfers van de scholen naar buiten bracht, met daaraan gekoppeld zijn eigen opgelegde norm en de conclusie dat veel Amsterdamse scholen die norm bij lange na nog niet halen. Dit, terwijl veel van deze scholen wél de inspectienorm halen. Het publiceren van deze prestatiegegevens leidde tot een vertrouwensbreuk tussen wethouder Asscher en de Amsterdamse schoolbesturen. Laatstgenoemden nemen in een gezamenlijk persbericht afstand van het feit dat Asscher de kwaliteit van de Amsterdamse basisscholen met andere normen beoordeelt dan de onderwijsinspectie. De AVS begrijpt de boosheid van de schoolbestuurders. Ton Duif, voorzitter Algemene Vereniging Schoolleiders: “We hebben landelijk bepaald aan welke kwaliteitseisen scholen moeten voldoen en welke meet-instrumenten hiervoor gebruikt worden. Het is voor ons onbespreekbaar dat de normeringen door wethouders, provincies of andere overheden worden vastgesteld; anders dan door de minister, in overleg met de onderwijsorganisaties. Stel je voor… straks komt er een nieuwe wethouder, en dan zou alles weer anders worden? Dit leidt alleen maar tot grote onduidelijkheid en willekeur. Bovendien is het uitermate onzorgvuldig van de wethouder zoals hij met de vertrouwensrelatie met de bestuurders is omgesprongen.”

De gezamenlijke schoolbesturen hebben minister Plasterk verzocht in te grijpen. Nog voor de kerstperiode zal het ministerie in overleg treden met de partijen, om een oplossing te vinden voor het conflict. De AVS roept de minster op de klacht van de schoolbesturen uiterst serieus te nemen en actie te ondernemen, opdat we als onderwijsveld niet overgeleverd gaan worden aan de grillen en grollen van lokale bestuurders.

In Kader Primair 5 (januari) volgt een uitgebreid achtergrondartikel over deze kwestie.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws