Het effect van het afstandsonderwijs op kansenongelijkheid moet nog blijken. “Wie moord en brand schreeuwt kan gelijk hebben en wie denkt dat het allemaal wel meevalt, ook.” 

“Het is fijn dat papa helpt, maar mijn ouders hebben eigen methoden voor hoe ze dingen berekenen of leren, dat is anders dan hoe wij het op school meekrijgen.” En: “Papa is geen leraar en weet soms niet goed hoe hij dingen moet uitleggen. In dat geval moet ik het zelf een beetje uitzoeken.” Twee opmerkingen van kinderen in de Volkskrant van 11 mei over hun beleving van het thuisonderwijs tijdens de coronatijd. Dreigt daarom voor sommige kinderen een leerachterstand? Volgens Thijs Bol, socioloog en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, wel. Hij doet onderzoek naar het effect van afstandsonderwijs in deze coronaperiode op kansenongelijkheid en stelt op basis van de eerste resultaten vast dat het verschil in ouderhulp groot is. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen de onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs. “Als je aan ouders vraagt of er digitale lessen worden verzorgd voor hun kind, of er een gestructureerd onderwijsprogramma is, of het huiswerk door de leraar wordt nagekeken, dan gebeurt dat echt veel vaker op het vwo dan op het vmbo”, zegt Bol in De Correspondent van 6 mei.

Nieuwe situatie 
Wie om zich heen keek, zag dat de ene school alle lessen in digitale vorm volgens het rooster voortzette, op de andere school was er een paar keer per week contact. Op de ene school appten leerlingen de hele dag met hun leraren, op de andere school kwam er een keer per week een mail. Ook in het primair onderwijs bestonden er grote verschillen tussen de ene en de andere school. Wat betekent dat voor de kinderen nu ze weer op school komen? Daar is nog nooit onderzoek naar gedaan, want deze situatie is nieuw, zegt Eddie Denessen. Denessen is onder meer universitair hoofddocent onderwijswetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en hij bezet de Sardes-leerstoel Sociaal-culturele achtergronden en differentiatie in het onderwijs aan de Universiteit van Leiden. “Wie moord en brand schreeuwt kan gelijk hebben en wie denkt dat het allemaal wel meevalt, ook. We moeten eerst eens kijken waar we het over hebben als we het over achterstanden hebben. Zijn dat relatieve achterstanden of achterstanden ten opzichte van elkaar? Of hebben we het over achterstanden ten opzichte van het normale programma? Ik denk dat alle kinderen in die weken dat ze thuis waren een klein achterstandje opgelopen hebben. De uitleg over een bepaald onderwerp hebben ze bijvoorbeeld gemist, ook al is er vaak veel moeite gedaan om het online te behandelen. Leraren zullen goed moeten kijken wat leerlingen in de thuisperiode allemaal wel en niet hebben gedaan en hoeveel ze eventueel achterlopen op het geplande curriculum. Het kost tijd om dat goed in beeld te krijgen.” Door de onderwijsinspectie geënquêteerde schoolbesturen vrezen voor toename van achterstanden van leerlingen die al leerachterstanden hadden of leerlingen met een moeilijke thuissituatie. Om daar echt goed zicht op te krijgen, zou je concreet onderzoek bij leerlingen zelf moeten doen, zegt Denessen. “Dan kun je de achterstanden goed overzien en beleid daarop richten.”

Oog voor zwakke leerlingen 
Leerlingen die in de coronaweken niet of nauwelijks bereikt zijn, komen over het algemeen uit sociaal zwakkere milieus en/of hebben een migratieachtergrond. Dat zijn kinderen die ook in de zomervakantie een relatieve achterstand oplopen. Dat effect kan nu weer ontstaan. Ouders met meer sociaal-cultureel kapitaal helpen meer, doen leerzame spelletjes, lezen voor. “Maar die verschillen zijn er altijd geweest en zijn in die weken van de schoolsluiting niet enorm uitvergroot. Voordat je kiest voor oplossingen als de verlengde schooldag of zomerschool moet je eerst goed in beeld hebben hoe groot het probleem is”, vindt Denessen. “We hebben het over groepen die altijd al zorg nodig hebben. Ga open kijken en niet stigmatiseren. Verifieer of de aannames kloppen. Ga altijd uit van optimisme en geduld. Optimisme, omdat iedereen wel wat heeft geleerd. En geduld, omdat je kinderen de tijd moet geven om het gemiste in te halen. Met hoge verwachtingen en veel tijd komt het met veel leerlingen goed.” Denessen is positief over de manier waarop leraren normaal al omgaan met zwakkere leerlingen. “We weten uit onderzoek dat leraren echt oog hebben voor zwakke leerlingen en veel aandacht geven door verlengde instructie.”

 

Subsidie extra leertijd Gemeenten staan in coronatijd in nauw contact met scholen om ervoor te zorgen dat niemand buiten de boot valt. Ewald van Vliet, bestuursvoorzitter van Lucas Onderwijs in Den Haag, schat dat ongeveer 80 procent van de leerlingen digitaal bereikt is. Dat er nog 20 procent overblijft, heeft niet alleen te maken met een tekort aan laptops en het niet aan de praat krijgen van de wifiverbinding. Was er sprake van een onveilige thuissituatie, dan zijn de leerlingen naar school gekomen en hebben daar instructie en begeleiding gekregen. De gemeente Den Haag heeft altijd al goed contact met het onderwijs om leerlingen met achterstanden extra ondersteuning te geven. Extra coronamaatregelen zijn thuisschoolmaatjes voor leerlingen die achterop zijn geraakt en in samenwerking met de pabo en Universiteit Leiden worden studenten ingezet die leerlingen in het basisonderwijs kunnen ondersteunen. Zomer- en vakantiescholen worden uitgebreid. “De gemeente Den Haag subsidieert extra leertijd al vele jaren en we hadden daarmee altijd al een behoorlijk bereik”, zegt Van Vliet. Hij maakt zich wel zorgen, want dat gaat veranderen. De gemeente gaat de komende jaren in totaal zes miljoen euro die voor onderwijsachterstanden bestemd was, inzetten om de verplichte zestien uur in de voorschool te financieren. “Dat slaat een groot gat in de bekostiging van extra leertijd voor kinderen met achterstand. Dat kunnen wij niet zomaar dichten.” Van Vliet is het met Denessen eens dat je voorzichtig moet zijn met bij voorbaat reparatie van achterstanden grootschalig aan te pakken. “Ga eerst eens toetsen welk effect de quarantaineweken hebben gehad op de leerlingen. Het is ook enorm leerzaam, als kinderen worden losgerukt uit hun dagelijkse routine.”

 

Anderstalige leerlingen
In Groningen werkt de Internationale Schakelklas (ISK) voor anderstalige leerlingen normaal gesproken al met een maatjesproject. Voor veertig ISK-leerlingen zijn vrijwilligers – studenten van mbo- tot universitaire opleidingen – beschikbaar om hen te begeleiden bij buitenschoolse activiteiten, in coronatijd online. Deze leerlingen hebben tenminste nog een steuntje in de rug bij het oefenen van hun Nederlands. De meerderheid van de 188 ISK-leerlingen, van twaalf tot achttien jaar, moet het echter alleen doen. ISK-schoolleider Dik Smeenk heeft nog geïnformeerd of zijn leerlingen niet onder de groep kwetsbare kinderen konden vallen, maar verruiming in algemene zin werd niet toegestaan. Daarom kwamen alleen de echte zorgkinderen op school. “De eerste tijd zijn we bezig geweest om de devices te installeren of lespakketten te maken voor de leerlingen die niet in aanmerking kwamen om naar school te komen. De mentor had vaak contact met ze, maar het was voor veel kinderen heel ingewikkeld. Zeker als ze uit een groot gezin komen en op een kleine flat wonen. Dat is geen gunstige plek om het hoofd bij huiswerk te houden.”

De ISK heeft leerlingen van praktijkonderwijs tot vwo. De slimste leerlingen redden het wel na een poos geen Nederlands spreken en geen onderwijs op maat krijgen, verwacht Smeenk. Veel leerlingen moeten na de zomervakantie doorstromen naar het regulier vervolgonderwijs en de schoolleider hoopt dat het vervolgonderwijs rekening houdt met de opgelopen achterstand. “Vanaf 2 juni richten de docenten van de ISK zich vooral op Nederlands, rekenen, wiskunde en Engels. Daarvoor worden alle docenten van alle vakken ingezet.”

Extra middelen
Het kabinet trekt extra geld uit voor leerlingen die achterstanden hebben opgelopen door het afstandsonderwijs. Zo krijgen scholen in het basis-, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs t 244 miljoen om leerlingen die dat nodig hebben in de periode van de zomervakantie 2020 tot en met de zomervakantie 2021 te kunnen ondersteunen met extra programma’s naast de reguliere onderwijstijd. Scholen kunnen ervoor kiezen om dit uit te besteden, zoals ook vaak gebeurt bij zomerscholen. Om door afstandsonderwijs opgelopen achterstanden bij nieuwkomers aan te pakken, stelt het kabinet t 21 miljoen beschikbaar.

Meer informatie: zie Actueel en www.dus-i.nl

Doorwerken in zomervakantie?
“Overweeg anders om te gaan met de zomervakantie als scholen ook na de meivakantie dicht blijven.” Dat was een van de adviezen die de Onderwijsraad half april uitbracht. Bij de helpdesk van de AVS sneuvelde een record en ook bij de AOb kwamen veel vragen binnen over arbeidsvoorwaarden van onderwijspersoneel. Wat kan een werkgever vragen en wat niet? De zomervakantie is verplicht vastgesteld door de rijksoverheid, legt AVS-adviseur Harry van Soest uit. Alleen in onderling overleg, met personeel, MR en ouders, kan daarvan afgeweken worden. Of de zomervakantie moet van regeringswege aangepast worden. Van Soest: “Het is voor leraren nu al een gekkenhuis. Je kunt niet vragen om ook nog eens door te werken in de zomervakantie of even een zomerschool erbij te doen.” Daar komt nog bij dat het ziekteverzuim behoorlijk hoog is, al dan niet door coronabesmettingen, en schoolleiders zich zorgen maken over het welzijn van hun leraren. Schoolleider Dik Smeenk van Internationale Schakelklas in Groningen: “Privé en werk lopen voortdurend door elkaar heen. Zeker als je zelf thuis ook nog een klein kind of puber hebt rondlopen. Ik maak me er echt zorgen over dat leraren niet overspannen worden. Daarom adviseer ik de telefoon en laptop ’s avonds uit te zetten.”

AVS-peiling: voortgang vrij constant
De meerderheid van de basisscholen heeft inmiddels zicht op de voortgang van de leerlingen, blijkt uit een peiling die de AVS eind mei hield onder schoolleiders. De meeste scholen zien geen grote problemen wat betreft de voortgang van hun leerlingen. Op 89 procent van de scholen is de voortgang van de meeste leerlingen vrij constant. Sommige leerlingen hebben een kleine achterstand, anderen zijn juist sneller gegaan. 10 procent van de schoolleiders noemt de leerachterstanden op hun school behoorlijk en 1 procent ernstig. Er worden plannen gemaakt voor leerlingen waarbij een achterstand is geconstateerd.

Gerelateerd nieuws

  • Subsidieplafond inhaal- en ondersteuningsprogramma’s vo in eerste tijdvak verhoogd

  • ‘Planloos is kansloos’

  • Cicero leest Covey

  • ‘Sommige leerlingen hebben een aai over hun bol nodig’