Femke Dijkman (20)
De academische leerkracht in opleiding 

“Omdat ik behoefte heb aan uitdaging en me ook voor wetenschap interesseer, doe ik de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs (ALPO). Daarmee koppel ik een bacheloropleiding Onderwijswetenschappen aan de pabo. Als ik afgestudeerd ben wil ik voor de klas. Ik wil niet alleen een goede leerkracht worden, maar ook het onderwijs effectiever maken.”

 “Ik vind het best zwaar! Zeker in het eerste jaar was de stage echt wennen. Vooral groep 1-2 vond ik moeilijk. Kleuters zijn niet mijn ding. Ik vind het lastig inschatten wat ze kunnen en wat nog niet. Bovendien werken die groepen veel zonder methodes, terwijl die mij juist houvast geven. Sommige leerkrachten in spe knappen af op deze leeftijdsgroep, en dat snap ik. Met kinderen uit groep 7-8 kan ik in gesprek en dieper doorgraven op dingen. Soms zeggen ze: ‘Dat klopt toch niet, juf!’ Dat vind ik leuk.”

Effectiever onderwijs
“Ik zit nu in mijn tweede jaar. Ik ben vanuit de universiteit bezig met een opdracht waarin we een kwalitatief onderzoek doen naar het verschil tussen een achterstandsklas en een hoogbegaafdenklas. Onderwijs aan hoogbegaafden vind ik interessant. Het onderwijs aan deze groep kan echt effectiever, maar ik merk dat mijn praktijkopleider zijn handelen vooral baseert op eerdere ervaringen – het heeft geen wetenschappelijke basis. Ik merk ook dat collega’s wel belangstelling hebben voor wat ik weet uit wetenschappelijke literatuur. Die academische interesse is dus besmettelijk! Ik zie bij andere academische leerkrachten-in-opleiding dat het lastig is om tijd te maken voor onderzoek. Ze springen vaak toch in voor de klas.”

Weinig voorbeelden
“Ik kan mijn academische vaardigheden nog niet veel kwijt. Er zijn nauwelijks stageplaatsen waarbij je begeleid wordt door andere academische leerkrachten, terwijl de opleiding toch al zo’n elf jaar bestaat. Ik heb behoefte aan voorbeelden, maar ‘academische leerkracht’ is nog niet echt een functie. Veel ALPO-afgestudeerden staan niet voor de klas, omdat ze hun academische vaardigheden daar niet kunnen gebruiken. Het zou goed zijn als schoolleiders met ons in gesprek zouden gaan, want scholen kunnen veel baat hebben bij leerkrachten die onderzoek kunnen doen. Misschien zou het helpen als academische leerkrachten bij indiensttreding een verwachtingenformulier invullen? Als die functie er eenmaal is, dan hoort daar ook een ander salaris bij. Niet voor de uren dat je voor de klas staat, maar wel voor de onderzoekstijd.”

Tjana Habermehl (24)
De academische leerkracht in de school

“Ik heb naast mijn pabo-diploma een universitaire master Educational Science & Technology behaald en ben voor het derde jaar leerkracht. Ik ben dus startend, vind het ‘juf zijn’ nog heel uitdagend, maar weet nu al dat ik niet mijn leven lang alleen maar voor de klas wil staan. Omdat ik onderzoek wil doen, ben ik daarvoor nu samen met mijn directeur een functie aan het creëren. Daar hoort wat mij betreft ook een ook een hogere salarisschaal bij.”

“In de aanloop naar die functie, ben ik op maandagmiddag vrijgeroosterd van mijn groep. De helft van de tijd die daardoor ontstaat, besteed ik aan een onderzoek naar de teruggelopen instroom op de peuterspeelzaal. Dat vind ik erg leuk om te doen: informatie vergaren, gemeente bellen, behoefte van ouders peilen… Ik hou ervan om dingen uit te zoeken, liefst projectmatig. Ik heb makkelijk overzicht en zie snel wat er nodig is. Ik presenteerde mijn onderzoeksresultaten bij een bestuursvergadering, compleet met adviezen. Dat vonden ze prettig, omdat ze daardoor snel en gefundeerd besluiten konden nemen.”

Scepsis
“De crux is nu: kan ik de waarde van mijn onderzoek voor het onderwijs aantoonbaar maken? De personeelsbeleidgroep moet de nieuwe functie nog goedkeuren. Daar ontmoet ik scepsis, deels gevoed door het lerarentekort. ‘Is het wel echt nuttig, dat onderzoek? Kan ze niet gewoon fulltime voor de klas? Kunnen we dat onderzoek niet zelf doen?’ Terwijl goed onderzoek leidt tot goede planvorming en beter onderwijs.”

Praktisch ingestelde collega’s
“Mijn directeur is niet-academisch geschoold. Dat hoeft ook niet, ik heb een goede band met hem en hij staat open voor vernieuwing. Hij is heel praktisch, maar ziet het nut van mijn werk. We hebben maar een klein team. Ik ben wel kritisch en trap vrij veel tegen dingen aan, maar dat kunnen ze goed hebben. Mijn duo-leerkracht is meer een doener. We moesten eens iets uitzoeken over rekenonderwijs. Ik duik dan de theorie in en wil weten hoe we de kwaliteit waarborgen, terwijl mijn collega voorstelt om bij andere scholen te gaan kijken hoe die het doen. Zo vullen we elkaar goed aan.”

Kleuters
“Ik sta voor groep 5/6. Qua leeftijd is dat voor mij echt de ondergrens. De onderbouw heeft nauwelijks zaakvakken, terwijl ik die juist leuk vind. Tijdens mijn stage daar heb ik wel veel geleerd, vooral op organisatiegebied, maar de kleuterstage zou niet verplicht moeten zijn. Een ‘kijkweek’ lijkt me wel belangrijk, zodat je ziet waar de kinderen vandaan komen en hun ontwikkelingscurve begrijpt.”

Inger Smid (30)
De academische leerkracht als wetenschappelijk onderzoeker 

“Ik heb met veel plezier de Academische Opleiding Leerkracht Basisonderwijs gedaan – een prachtige opleiding waarin theorie en praktijk verweven zijn. Maar ik interesseer me meer voor lesgeven en leren dan dat ik gedreven werd door het contact met kinderen, merkte ik. Daarom werk ik nu als onderzoeker en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).”

“Na de lerarenopleiding volgde ik twee masteropleidingen: Onderwijskunde en Pedagogiek. Ik specialiseerde me in onderwijsverbetering en Leven lang leren. Na al dat studeren ging ik graag op een praktischer niveau aan de slag; ik werd leerkracht. Ik kwam in een invalpool terecht, met wisselend succes. Ik was vooral bezig met klassenmanagement en orde houden, en kwam niet toe aan dingen die ik interessanter vond, zoals me verdiepen in effectieve didactiek. Als die startfase anders was gelopen, stond ik nu misschien nog wel voor de klas.”

Diversiteit en samenwerken
“Ik besloot een baan te zoeken in een meer zakelijke omgeving. Vanuit mijn interesse voor Leven lang leren verdiepte ik me in leren en ontwikkelen op de arbeidsmarkt. Ik kreeg een mooie baan als recruiter, maar er was weinig ruimte voor mijn onderzoekende houding. Ik greep een kans om voor de RUG te gaan werken, als onderzoeker in een onderzoeksgroep van de leerstoel Lifelong Learning. In het project ‘Toekomstbestendig Technisch Vakmanschap in Noord-Nederland’ werkt de universiteit met verschillende bedrijven in de installatiebranche en een roc aan het toekomstbestendig opleiden van vakmensen. De RUG volgt en voedt dat proces met onderzoek. Het ene moment kijk ik mee op de werkvloer, het andere moment praat ik met iemand uit het bedrijfsleven, kijk ik mee in een les of bespreek ik met collega-onderzoekers een bepaalde methodologische uitdaging. Die diversiteit en samenwerking vind ik fijn. In het basisonderwijs werk je toch een groot deel van de dag individueel, zonder direct contact met andere volwassenen. Inmiddels geef ik als docent Leven lang leren ook weer les, maar nu aan studenten.”

Extra taken
“Ik zou het goed vinden als er meer academici in het basisonderwijs zouden werken, in een divers team met hbo-opgeleide leerkrachten. De methodische, analytische manier van denken van academici is nuttig bij het begrijpen van bepaalde processen en het oplossen van problemen. Ook zouden academici naast het lesgeven extra taken kunnen vervullen, zoals het doen van (praktijk)onderzoek of een project voor een bestuur. Het vraagt wel aandacht om hen voor het onderwijs te behouden. Je moet onderzoek in de school goed faciliteren en het niet zien als bijzaak. Bijvoorbeeld zorgen dat academische leerkrachten toegang hebben tot wetenschappelijke bronnen en binnen hun school of bestuur gesprekspartners hebben waarmee ze ervaringen en expertise kunnen uitwisselen. Verder vind ik het belangrijk dat er waardering is voor verschillende vormen van onderzoek, dus niet alleen fundamenteel onderzoek, en dat het verbonden wordt aan praktijkvraagstukken. Echte samenwerking tussen kennis-, onderwijsinstellingen en andere partners is daarbij van groot belang.”

Gerelateerd nieuws