In het schooljaar 2010/2011 zaten er bijna 69 duizend leerlingen op speciale scholen. In het schooljaar 2003/2004 waren dat er nog 54 duizend. De groei van het aantal leerlingen op speciale scholen deed zich vrijwel uitsluitend voor binnen het voortgezet onderwijs: van 20,5 duizend leerlingen in 2003/2004 naar bijna 34,5 duizend in 2010/2011. Binnen het basisonderwijs bleef het aantal leerlingen op speciale scholen nagenoeg constant. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De groei op speciale scholen in het vo is voor het grootste deel toe te schrijven aan de toename van het aantal leerlingen met ernstige ontwikkelingsstoornissen. Het aantal zogenoemde cluster 4-leerlingen verdubbelde bijna van ruim 10 duizend in 2003/2004 naar ruim 19 duizend in 2010/2011. Opvallend is het grote aandeel jongens in het onderwijs aan leerlingen met ernstige ontwikkelingsstoornissen. In 2010/2011 volgden bijna 26 duizend jongens (81 procent) cluster 4-onderwijs, tegenover ruim 6 duizend meisjes (19 procent). Van zowel de jongens als de meisjes in deze onderwijssoort zijn twee op de drie zeer moeilijk opvoedbaar. De overigen zitten op een pedologisch instituut of zijn langdurig psychisch ziek. De sterke groei van zowel het basis- als het voortgezet onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen heeft volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onder meer te maken met de toename van de diagnostische kennis over gedragsproblemen en met maatschappelijke verschuivingen. Hierdoor worden met name gedragsproblemen sneller en vaker onderkend, waardoor vaker wordt verwezen naar een geschikte onderwijsomgeving.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • ‘Samen iets gemeenschappelijks uitvinden’

  • ‘Leerlingen gaan anders nadenken over hun toekomst’

  • ‘Feedback werkt alleen als het veilig is’

  • Materiële bekostiging