Lessen uit het Franse onderwijs

De actuele Nederlandse discussie over een brede brugklas vond in Frankrijk al veertig jaar geleden plaats. Tot hun vijftiende jaar zitten Franse leerlingen bij elkaar in ‘college’. Daarna pas maken ze een keus voor vervolgonderwijs, dat ook behoorlijk egalitair is. Schooldirecteur Virginie Abate vertelt over haar ervaringen met deze late selectie.

Lycée Les Pierres Vives is een van de drie lycea in Carrières sur Seine vlakbij Versailles (Parijs). De naam van de school is ontleend aan een zin uit het werk van de Franse schrijver Rabelais: “Ik bouw alleen levende stenen, het zijn mensen.” De levende stenen zijn tegengesteld aan de dode stenen van de gebouwen. “Deze naam geeft een ziel aan een gebouw waar orde en opvoeding de boventoon voeren”, zo omschrijft de school het zelf op de website en zo verwoordt directeur Virginie Abate het ook tijdens een online interview. De school met 1500 leerlingen is erg populair en dat zorgt voor discipline onder de leerlingen, antwoordt ze op de vraag hoe je 36 leerlingen (!) in een klas les kunt geven. “Leerlingen zien het als een voorrecht dat ze hier zijn en weten dat ze zich aan de regels moeten houden om te kunnen blijven.”

Vakwerk met computers

De school is beroepsgericht en gespecialiseerd in muziek. Leerlingen gaan in Frankrijk op hun vijftiende naar het lyceum. De Franse lycea kennen drie richtingen: beroepsgericht (professional), technisch (technologique) en algemeen (general). Voor die tijd volgden ze samen de maternelle (tot 6 jaar en verplicht vanaf 2 jaar), élementaire (tot 12 jaar), college (tot 15 jaar) en vervolgens gaan ze tot 18 jaar naar de verschillende lycea.
De schooldirecteuren van de colleges besluiten samen met de leraren naar welke van de drie richtingen kinderen gaan. Sinds kort is het niveau van het eindexamen van de drie onderwijsrichtingen op het lyceum bijna hetzelfde. “Dat maakt ze meer gelijkwaardig”, zegt Abate. “Die aanpassing is bedoeld om ouders meer vertrouwen te geven in de beroepsgerichte richting. Ouders stuurden hun kinderen er niet graag heen. Het stond als lager te boek. Bovendien is de tijd veranderd. Wie met zijn handen werkt, heeft tegenwoordig een hoge opleiding nodig. Want ook vakwerk gaat met computers.”
Abate vertelt vanuit de rust van haar woonkamer. Ze is thuis en toch op haar werk, want in Frankrijk staat naast bijna iedere school een woning voor de directeur.

Bewijs van gelijkheid

Ook in Frankrijk gingen kinderen vroeger op hun twaalfde naar de middelbare school. “Die vroege selectie werd al in de jaren zeventig bekritiseerd en aangepast. Kinderen die niet verder wilden leren, kwamen namelijk al met vijftien jaar van school af. Te jong, vonden ook werkgevers. Met name voor jongens pakte de selectie met twaalf jaar slecht uit. Die waren daarvoor nog te weinig volwassen. Jongens stroomden daardoor op een laag niveau uit. Dat vonden ouders, die zelf steeds beter opgeleid waren, niet eerlijk. Het was dus vooral de lobby van ouders om het anders aan te pakken. Bovendien bleek toen al uit onderzoek dat het veel verstandiger is om tot vijftien jaar te wachten voordat je kinderen selecteert.”
En het heeft gewerkt, zegt Abate. Inmiddels zijn er evenveel jongens als meisjes hoger opgeleid. “Onderwijs is niet meer de oorzaak van het bestaan van verschillende maatschappelijke klassen. Dat zie je duidelijk terug in de achtergrond van onze leraren. Het merendeel heeft de hoogste opleiding (AA-niveau) genoten, maar hun achtergrond is heel divers, zowel cultureel als wat betreft sociale komaf. Hetzelfde geldt voor onze leerlingen. Voor mij is dat een bewijs van de gelijkwaardigheid van ons schoolsysteem.”

Aandacht voor begaafdheid

Het Franse systeem evolueert constant, zegt Abate. Nadelen kan ze niet noemen. Al vinden ook in Frankrijk alle ouders dat ze ‘A-level-kinderen’ hebben, zegt ze. Er wordt wel eens geklaagd dat hoogbegaafde kinderen aandacht tekortkomen. Op de vraag of dat zo is, antwoordt ze: “Cognitief gezien soms wel, maar wij helpen ze om waarden te ontwikkelen. Na het lyceum kunnen ze zich cognitief verder ontwikkelen, bijvoorbeeld door een universitaire studie te gaan doen. Bovendien zijn ze dan gewend om met allerlei verschillende mensen om te gaan. Dat heeft een grote waarde voor de samenleving.”
Wel hebben leerlingen die wat extra’s nodig hebben de mogelijkheid om op school een speciale cursus te volgen. En als laatste kunnen ouders in Frankrijk ook nog altijd voor privéonderwijs kiezen.

Interessant?
Dit artikel stond in Kader, het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden maandelijks ontvangen. De AVS komt op voor de belangen van schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs. Word ook lid of abonnee, ontvang voortaan iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

Gerelateerd nieuws