TALIS: Nederlandse schoolleiders tevreden met hun baan

Nederlandse leraren en schoolleiders van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn erg tevreden met hun huidige baan. Toch zijn er verschillen tussen de sectoren. In de onderbouw van het vo geeft bijna 80 procent van de schoolleiders aan tevreden te zijn met hun salaris. In het basisonderwijs ligt dit met 41 procent een stuk lager. Schoolleiders zijn hierover wel meer tevreden dan leraren. Bijna één op de vijf leraren jonger dan 35 jaar heeft de wens om binnen 5 jaar uit het basisonderwijs te vertrekken. Dit zijn enkele conclusies uit het internationale onderzoek TALIS 2018 (Teaching and Learning International Survey), waaraan bijna 50 landen deelnamen.

Naast baantevredenheid is onder andere ook gevraagd hoe leraren de voorbereiding op hun beroep, hun arbeidsomstandigheden en hun invloed op het beleid ervaren. De uitkomsten van TALIS 2018 zijn opgenomen in een internationaal eindrapport van de hand van de OESO. Verder zijn door het Nederlandse TALIS-onderzoeksteam twee nationale rapporten uitgebracht, respectievelijk voor het basisonderwijs en voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Iedere school die aan TALIS deelgenomen heeft, heeft ook een eigen schoolrapport ontvangen waarin de uitkomsten van de school vergeleken worden met de totaalsom van de andere deelnemende Nederlandse scholen in de sector. Dit schoolrapport kan goed dienen als startpunt voor discussie binnen de deelnemende school.

TALIS vermeldt dat goede leraren, die goed opgeleid zijn, de sleutel vormen voor kwalitatief hoogstaand onderwijs en goed presterende leerlingen. Maar zij kunnen dit niet alleen. Er is ook een professionele schoolorganisatie nodig die het leraarschap aantrekkelijk maakt. Daarvoor zijn goede schoolleiders onontbeerlijk.

TALIS 2018 in de onderbouw van het voortgezet onderwijs

De belangrijkste bevindingen uit TALIS 2018 voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn:

  • 81 procent van de leraren in Nederland geeft aan de mogelijkheid te hebben om deel te nemen aan de besluitvorming omtrent hun school. Dit is vergelijkbaar met het internationale gemiddelde van 77 procent;
  • Ongeveer één op de drie leraren in Nederland geeft aan nogal tot veel stress te ervaren op hun werk. Dit is lager dan het OESO-gemiddelde waar bijna de helft van de leraren aangeeft nogal tot veel stress te ervaren. Zowel leraren in Nederland als in de OESO-landen geven aan dat te veel administratieve werkzaamheden de grootste bron van stress vormen;
  • In Nederland zijn schoolleiders naar verhouding vaker tevreden met hun salaris dan leraren. Bijna 80 procent van de schoolleiders geeft aan tevreden te zijn met hun salaris in vergelijking met bijna 60 procent van de leraren. Het OESO- gemiddelde van zowel schoolleiders als leraren ligt aanzienlijk lager met respectievelijk 47 procent en 39 procent;
  • Ongeveer één op de acht leraren jonger dan 35 jaar in Nederland heeft de wens om binnen 5 jaar het onderwijs te verlaten. In internationaal perspectief geven leraren vaker aan deze wens te hebben met één op de zes leraren;
  • Leraren in Nederland geven – vergeleken met leraren in de OESO landen – ongeveer even vaak aan dat ze het (zeer) eens zijn met de uitspraak dat zij het landelijk onderwijsbeleid kunnen beïnvloeden (26 procent vergeleken met 24 procent);
  • Een meerderheid van de leraren in Nederland (70 procent) geeft aan dat de feedback die zij hebben ontvangen over hun lespraktijk heeft geleid tot een positieve verandering op hun lesgeven. Leraren in de OESO landen geven dit net iets vaker aan met 71 procent;
  • 65 procent van de leraren in Nederland is het (zeer) eens met de uitspraak dat stafleden op hun school dezelfde set aan overtuigingen over het lesgeven en het leren delen. In internationaal perspectief geldt dat 76 procent van de leraren het daarmee (zeer) eens is;
  • De hoeveelheid schoolleiders in Nederland die aangeven dat de leraren op hun school de doelen van het lesplan begrijpen, dat ze de doelen van het lesplan implementeren en dat ze hoge verwachtingen hebben van hun leerlingen wisselt enigszins. Zo geeft respectievelijk 76 procent, 66 procent en 53 procent van de schoolleiders dit aan;
  • Leraren in Nederland ervaren een grote mate van autonomie. Zo geeft 95 procent aan dat zij het (zeer) eens zijn dat zij zeggenschap hebben over de inhoud van de lessen en de selectie van lesmethodes. In de OESO landen geeft respectievelijk 84 procent en 96 procent van de leraren dit aan.

TALIS 2018 in het basisonderwijs

Tijdens TALIS 2018 deden er vijftien landen mee aan de module voor het basisonderwijs. De belangrijkste bevindingen van TALIS 2018 voor het basisonderwijs in Nederland zijn:

  • Bijna alle leraren (96 procent) geven aan de mogelijkheid te hebben om deel te nemen aan de besluitvorming omtrent de school;
  • 37 procent van de leraren geeft aan nogal tot veel stress te ervaren op hun werk, waarbij, net zoals in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, te veel administratieve werkzaamheden de voornaamste bron van stress vormen (75 procent van de leraren geeft dit aan, gevolgd door de verantwoordelijkheid voor de prestaties van leerlingen met 58 procent);
  • Ook in het basisonderwijs zijn schoolleiders vaker tevreden met hun salaris vergeleken met leraren. 41 procent van de schoolleiders geeft dit aan in vergelijking met 25 procent van de leraren;
  • Bijna één op de vijf leraren jonger dan 35 jaar heeft de wens om binnen 5 jaar uit het onderwijs te vertrekken;
  • Bijna één op de drie leraren is het (zeer) eens dat zij het landelijk onderwijsbeleid kunnen beïnvloeden;
  • 83 procent van de leraren geeft aan dat de ontvangen feedback op hun lespraktijk heeft geleid tot een positieve verandering op hun lesgeven;
  • Een ruime meerderheid van de leraren (86 procent) geeft aan het (zeer) eens te zijn met de uitspraak dat stafleden op hun school dezelfde set aan overtuigingen over het lesgeven en leren delen;
  • 89 procent van de schoolleiders geeft aan dat de leraren op hun school de doelen van het lesplan begrijpen en deze implementeren. 81 procent van de schoolleiders geeft aan dat de leraren op hun school hoge verwachtingen hebben van hun leerlingen;
  • Ook leraren in het basisonderwijs ervaren een grote mate van autonomie. Zo geven bijna negen op de tien leraren aan dat ze het (zeer) eens zijn met de uitspraak dat zij zeggenschap hebben over de inhoud van de lessen en driekwart met de uitspraak dat zij zeggenschap hebben over de selectie van lesmethodes.

TALIS 2018

Aan TALIS 2018 hebben ruim 250.000 leraren en 15.000 schoolleiders deelgenomen uit 48 landen. In Nederland hebben ruim 2.500 leraren en bijna 180 schoolleiders van ruim 160 scholen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs deelgenomen, in het primair onderwijs hebben ruim 2.000 leraren en bijna 180 schoolleiders van bijna 180 scholen deelgenomen.

Nederland doet voor de derde keer mee in de onderbouw van het voortgezet onderwijs en voor de eerste keer in het basisonderwijs. In het primair onderwijs is met een respons van 66 procent helaas niet voldaan aan de responsvereiste (75 procent). Deels is dit te verklaren door de periode waarin het veldwerk plaatsvond, waarin het basisonderwijs met tekorten en stakingen kampte en het deelnemen aan onderzoek niet bovenaan de prioriteitenlijst stond. Daarmee worden de Nederlandse resultaten van het primair onderwijs niet meegenomen in de internationale analyses van de OESO maar zijn ze wel opgenomen in de tabellenbijlage bij het OESO-rapport. Verder heeft het Nederlandse TALIS-team twee nationale rapporten samengesteld op basis van zowel de resultaten van de onderbouw van het voortgezet onderwijs als van het primair onderwijs in Nederland.

In 2024 vindt het volgende TALIS onderzoek plaats.

Links

Gerelateerd nieuws