Laatst stelde iemand de vraag: “Moeten we een studiereis organiseren naar Ghana?”
De reactie die volgde: “Wat zouden wij nou kunnen leren van Ghana?”

Die reactie bleef bij me hangen. Want waarom zouden we denken dat wij – met onze systemen, technologie en goed georganiseerde scholen – niets kunnen leren van een land met minder middelen?

Juist daarom moeten we gaan. In Ghana zetten ze met beperkte middelen iets moois neer. Dat vraagt om creativiteit, samenwerking en vindingrijkheid. Wij hebben geld, methodes en beleid, maar ook tekorten, systeemdruk en stress. Onze manier van werken is niet altijd de beste. In een wereld die steeds internationaler wordt, is het essentieel om open te staan voor andere perspectieven. Dat is even oncomfortabel – en dat is precies wat je blik opent: uit je bubbel stappen en beseffen dat we allemaal gevormd zijn door onze eigen opvoeding en culturele achtergrond. Vaak zonder dat we het doorhebben.

Kinderen kijken van nature veel opener. Ze stellen vragen zonder oordeel. Van die nieuwsgierigheid kunnen wij veel leren. Ik merk het aan mijn zoon. Op zijn school begon een meisje met het dragen van een hoofddoek. De kinderen stelden daar veel vragen over. De juf bedacht iets briljants: ze nodigde de moeder van het meisje uit om uitleg te geven. Iedereen mocht een hoofddoek passen. Mijn zoon vond het fantastisch. Zo eenvoudig kan inclusie zijn, maar het vraagt lef van de leerkracht – én steun van de schoolleider. Want er zijn ook genoeg scholen waar hoofddoeken een complex onderwerp is waar ouders van alles van vinden.

Als schoolleider creëer je een veilige omgeving waarin je team creatief kan experimenteren zonder angst voor fouten maken. Want fouten maken we allemaal, ook jij als schoolleider. Leiderschap betekent niet dat je alles weet. Juist durven zeggen “ik wist dit niet” is krachtig of aan je team vragen “hoe kunnen we dit anders doen?”, om vervolgens op onderzoek te gaan. Dat en vertrouwen hebben in je team, dat is leiderschap. Dat iedereen zijn kwaliteiten kan inzetten.

Zo was ik laatst op schoolbezoek in Vleuten, daar waren ze al druk met het kerstdiner. Een juf had al een lijst gemaakt met gerechten en die verdeeld onder de leerlingen. Pannenkoeken, poffertjes, huzarensalade… veilig, bekend, maar ook beperkend en gedacht vanuit de (Nederlandse) kaders van de juf. Wat als we die kaders loslaten? Wat als je kinderen en hun ouders zelf laat bepalen? Dan krijg je misschien wel een kleurrijk buffet vol smaken, verhalen en trots. Want loslaten is ook leiderschap.

Inclusie begint bij een simpele vraag: Is dit mijn cultuur, of past dit voor iedereen? Dan valt overal iets te leren – Van Ghana tot de klas om de hoek . Als we tenminste durven te kijken, te luisteren en onszelf af en toe even ongemakkelijk laten voelen. Want precies daar begint ontwikkeling.