Door: Cordula Rooijendijk | Bekijk archief

Een van mijn leerkrachten kijkt me vragend aan. We hebben een studieochtend in de voorbereidingsweek, als de kinderen nog zomervakantie hebben. Ik heb het team de opdracht gegeven een vragenkaartje te nemen van het Kennismakingssspel van Marijke Verstege (aanrader!) en dat met elkaar te bespreken. En ik doe natuurlijk mee.

‘Ehm,’ zeg ik, want op rake vragen heb je nooit meteen een antwoord. ‘Want je zegt vaak,’ gaat hij verder, ‘dat het beroep van leraar het mooiste ter wereld is, maar wat vind je dan van je eigen vak?’ Ik ben even stil, zeg dan: ‘Nou ja, het is in elk geval nooit saai’ en denk bij mezelf: serieus? Is dat het enige wat je op die prachtige vraag kunt antwoorden? Maar ik mis de woorden. Ik mompel nog wat over dat ik echt van mijn vak houd, en dan is het tijd voor de koffiepauze. Ontevreden over mezelf schenk ik mezelf nog maar een kop in.

De studieochtend is voorbij, de leerkrachten zijn druk met de inrichting van hun lokaal en ik loop een rondje. Op een krukje zit een leerkracht die tot voor de zomer aan de bovenbouw lesgaf en nu een kleuterklas gaat doen. ‘Ik ben best wel zenuwachtig’, zegt hij. Ik knik en vraag wat hij al heeft gedaan. Hij vertelt en ik knik bewonderend. ‘Het klinkt alsof je heel goed bent voorbereid. Ik weet echt zeker dat je dit kunt.’ Een paar dagen later zie ik hem rustig door het gebouw lopen, hij voorop met een schare kleuters twee aan twee in een sliert achter zich aan, als een vadergans met zijn pulletjes. Ik steek mijn duim naar hem op, hij glimlacht.

Die eerste schoolweek breng ik koffie en thee rond bij leerkrachten, zodat ze ononderbroken kunnen werken aan de groepsvorming en de storming-fase zo kort mogelijk duurt. Dat leerden we op die studieochtend die ik had georganiseerd, omdat leerkrachten hierover meer kennis wilden. Ik vang kinderen op die het nog niet lukt om mee te doen met de klas, door ze schoolhond Lou te laten knuffelen of voor te lezen. Ik beantwoord complexe vragen van ouders om leerkrachten in de luwte te houden, zodat ze hun energie kunnen richten op de groep. Ik zie leerkrachten werken aan de schoolplandoelen die we samen formuleerden, ik zie ze steengoede lessen geven, hun leerlingen complimenteren totdat deze bijna uit elkaar spatten van trots.  

Aan het eind van die week heb ik de woorden gevonden. Als schoolleider zorg je ervoor dat leerkrachten het mooiste beroep ter wereld zo goed mogelijk kunnen uitoefenen. Door ze te bevragen, te steunen, te ontlasten, door samen de schoolorganisatie vorm te geven, opdat de kinderen zich zo goed mogelijk ontwikkelen. Als basisschooldirecteur kun je het verschil maken. Daarom houd ik zo van mijn vak.