Onlangs vroeg iemand mij of ik wel vriendelijk was. Gezien mijn stuurs uiterlijk en nurks voorkomen een heel begrijpelijke vraag. Na wat ongemakkelijk lachen over en weer, begon de vraag tot me door te dringen. Welke wereld zat achter deze vraag? Welke perceptie speelde hier op? 

Hoe meer ik erover nadacht, hoe zorgelijker het mij voorkwam. Welke ervaringen had de vragensteller met onvriendelijkheid, wat was haar allemaal overkomen? Waarom stelde zij mij die vraag? Deed ik haar denken aan andere norse mannen die het vriendelijke woord niet kenden, laat staan er gebruik van maakten? 

Of zijn het de voorbeelden van onvriendelijkheid die dagelijks via het nieuws op ons afkomen? De huidige leiders op het wereldtoneel – of dichterbij huis – lopen niet bepaald over van beminnelijkheid. Niet dat ik me hier wil vereenzelvigen met deze leiders, oh, zeker niet. Maar ik snap dat hun manier van leidinggeven een bepaalde weerslag heeft op ons allen. Als in voorbeeld hoe er tegenwoordig leidinggegeven dient te worden: met stevige stem, gebalde vuist en gefronst gezicht. Vriendelijkheid past daarin niet, vriendelijkheid genereert geen resultaten. De tijdsgeest kent geen erbarmen. 

Nu kennen we in ons werk vele modellen van leiderschap: transformationeel leiderschap, transactioneel leiderschap, situationeel leiderschap, onderwijskundig en dienend leiderschap en nog veel meer. Maar als er in al die modellen geen ruimte is voor vriendelijkheid, mogen ze, wat mij betreft, allemaal de prullenbak in. 

We werken met louter professionals in het onderwijs, ik pleit daarom voor één model: vriendelijk leiderschap.  

Vriendelijk leiderschap is voortaan de maat, waarbij het niet voorbehouden is aan de professionals in functie. Vriendelijk leiderschap betreft ons allen; of je nou leiding geeft aan een onderwijsorganisatie, vierde in de rij bent bij de kassa van de supermarkt of rechts wordt ingehaald omdat je te lang op de linkerbaan reed. Maar laat ik me in dit pleidooi beperken tot het eerste. En laat ik het vooral op mezelf betrekken en op mijn eigen ervaringen, zonder een wijsneus uit te hangen. 

Door de jaren heen heb ik leiderschap ervaren van buitengewoon vriendelijke leiders. Stuk voor stuk vriendelijk, duidelijk, hartelijk, met oog voor de mensen in hun organisaties en de bergen die door hen verzet werden. Ik wist me door hen gezien en voelde me gewaardeerd – ook als ik een keer de plank missloeg. Als vanzelf wilde ik nog meer doen dan alleen het verzetten van bergen, zo werkt dat bij mij. Voor vriendelijke leiders loop ik harder. Onaardige mensen roepen steevast een bepaalde weerspannigheid bij mij op. 

Ik ben ervan overtuigd dat dit ook voor andere mensen geldt. Vriendelijkheid is de motor van elke organisatie. 

Vriendelijk leiderschap versterkt de werkcultuur van de onderwijsorganisatie, waarin gemotiveerde mensen werken die niet gemotiveerd hoeven te worden en zeker niet door onvriendelijke leiders. Vriendelijkheid geeft vertrouwen, een fijne sfeer en ruimte voor samenwerking en de volgende stap in teamontwikkeling. Vriendelijkheid biedt ruimte om de ander iets te vragen als bergen te hoog zijn. Het leidt tot talentontwikkeling en kwaliteit van onderwijs. Als we ons daarin gezien en gewaardeerd weten, stralen we dat uit naar onze leerlingen. Zo werkt dat. 

Er is niets op tegen om vriendelijk te zijn, ook in je leiderschap. Vriendelijk leiderschap is een krachtige manier om samen te bouwen aan een sterke en succesvolle onderwijsorganisatie, waarin medemenselijkheid hand in hand gaat met het begeleiden van leerlingen in hun ontwikkeling. 

Vriendelijk leiderschap, meer is er niet nodig.