Ferdinand

Arie en ik hebben nu ruim veertien jaar verkering. We waren al wat ouder toen we elkaars geliefden werden. Hoewel ik een heel leven heb gehad voor Arie, waarin ik door schade en schande wijs geworden ben – hetgeen direct betwist mag worden – heb ik vooral de laatste veertien jaar veel geleerd. Zo bracht Arie het ‘Financieel Weekend’ in, waarin we onze financiële huishouding tegen het licht hielden. Hebben we nog grip op onze uitgaven, moet er bijgesteld worden? Kan er extra worden afgelost, kan dat kekke lampje worden aangeschaft of moet er nog doorgespaard worden? We maakten schema’s, overzichtslijsten, die ons weer een half jaar geruststelden. Vinden we allebei niet het leukste werk.

Het was Aries idee om er een weekendje-weg aan vast te plakken. Verandering van omgeving helpt ons om vervelend, maar noodzakelijk werk te doen. Op zaterdag koopt Arie half Kampen, Zutphen of waar we ook zijn, leeg om op zondagmiddag vast te stellen of dat allemaal wel kon.

Onlangs heb ik het ‘Truttenloopje’ geleerd van Arie. Ze vindt dat we te weinig bewegen. Zo’n Coronatijd is voor ons, luie donders, killing. We groeien dicht en zijn buiten adem als we twee trappen op moeten om naar onze thuiswerkplek te gaan. We tossen als een van ons koffie moet gaan halen in de keuken, twee trappen af.

Het truttenloopje is een kort loopje, vooral ook bedoeld om even de zinnen te verzetten. Meestal doen we het na het avondeten, een halfuurtje, hooguit driekwartier. We wonen in een bosrijk gebied, al wandelend raken we snel in een goede sfeer en bespreken allerlei lopende1 zaken. Het verbaast mij nog steeds; tijdens onze truttenloopjes bespreken we meer dan we gemiddeld doen aan de keukentafel. Alsof buitenlucht ertoe doet, alsof het kijken waar je je voeten neerzet leidt tot grotere onderwerpen dan bij koffie of spaghetti Carbonara met frisse wintersalade.

Het mooiste dat ik van haar heb geleerd, is ‘Norg’.

‘Norg’ staat voor de boshut waar we naar toe gaan voor rust en ruimte, voor de kop leegmaken. Arie en ik doen dat afzonderlijk van elkaar. We zijn elkaars geliefde for life, we hebben elkaar eeuwige trouw bezworen – in ieder geval tot de eerstvolgende Koningsdag. Maar het is van tijd tot tijd nodig om ruimte te nemen voor jezelf. Het is soms nodig om wezenloos uit het raam van een boshut te staren met een dampende kop koffie in de hand, om over zompige bosgrond te lopen, de natte atmosfeer op te snuiven en stil te staan bij het jachtige van ons werk, van ons leven.

Om na drie dagen vast te stellen dat het jachtige leven ons nog prima past, dat uitdagingen in ons werk hard nodig zijn en dat ons hoofd nooit leeggemaakt kan worden.

Ik gun iedereen Norg, een financieel weekend en een truttenloopje. Arie houd ik voor mezelf.

[1] Soms heb ik mijn overdrachtelijk taalgebruik niet eens door