
Als kind van de jaren ’70 en jongste uit een gezin van drie zag ik er in groep 8 enorm naar uit om naar dezelfde middelbare school te gaan als mijn grote zussen. Maar voor het zover was, moest ik eerst nog de Cito-toets maken zoals de doorstroomtoets toen nog heette. Dat was wel even spannend, maar meer ook niet. School maakte zich er niet druk om en mijn ouders al helemaal niet. En ik? Ik vond het vooral fantastisch dat ik, toen de uitslag eenmaal bekend werd, naar dezelfde school als mijn zussen mocht.
Pas later realiseerde ik me hoe bijzonder dat was. In de omgeving waarin ik ben opgegroeid, was het allesbehalve vanzelfsprekendheid dat je naar de havo of het vwo kon en daarna ging studeren. De eindtoets poetste indertijd standen- en inkomensverschillen grotendeels weg en dat bood kansen. Voor mij heeft die eindtoets daarom heel lang symbool gestaan voor de mogelijkheid om je via het onderwijs te emanciperen. Om je te kúnnen ontwikkelen.
Maar ergens in de loop van de decennia is daarin iets veranderd. De eindtoets die bedoeld was om een onafhankelijk en objectief schooladvies te geven (en kinderen daarmee te beschermen tegen vooroordelen en ongelijkheid!), zorgde geleidelijk voor een nieuwe tweedeling. Eentje die onze maatschappij tot op de dag van vandaag zo definieert; die tussen hoog- en laagopgeleiden. En hoe hoger je leerniveau, hoe beter je kansen voor de toekomst, zo luidde de boodschap die bewust en onbewust werd uitgedragen. Naar mate we allemaal meer waarde hechtten aan de uitslag van die allesbepalende toets, nam ook de druk om goed te scoren toe – niet alleen onder leerlingen, ook onder scholen.
Inmiddels dreigt de toets der toetsen genadeloos van zijn voetstuk te vallen. Niet alleen de prestatiedruk en de toename van de kansenongelijkheid zijn daar debet aan. Nadat de eindtoets omgedoopt werd tot doorstroomtoets, is het vertrouwen in de betrouwbaarheid enorm gekelderd. Vrijwel iedereen voelt dat het anders moet, dat het tijd is voor een andere toetscultuur. Maar hoe? Hoe zorg je ervoor dat toetsen recht doen aan de talenten van alle kinderen en dat deze niet als afrekeninstrument gebruikt worden voor scholen onderling? Hoe verminder je de maatschappelijke druk die maakt dat faalangst alom toeslaat?
Wat dat betreft zitten we met ons onderwijs in een uniek tijdsgewricht, eentje waaraan jij als schoolleider misschien wel fundamenteel kan bijdragen. Want het moet anders. Tegelijkertijd is één ding zeker: een bepaalde vorm van toetsing zal blijven bestaan, daar zijn alle experts het wel over eens. Toetsing moet alleen weer ten dienste komen te staan van het kind, van goed onderwijs, de samenleving en onze toekomst met elkaar.