Beste Ferdinand,

Dank je wel voor je mooie blog. Die doorgeschoten alwetendheid herken ik zeker. Maar doorgeschoten ‘alwetendheid’ en doorgeschoten betrokkenheid zijn volgens mij twee verschillende dingen. Doorgeschoten ‘alwetendheid’ is denken dat je het beter weet dan de ander, doorgeschoten betrokkenheid heeft volgens mij meer te maken met over-bezorgdheid. Een ouder met de combinatie van deze twee maakt het de leerkracht doorgaans niet gemakkelijk.

Doorgeschoten alwetendheid

Algoritmes en de snelheid van internet lijken voor onrust en verwarring te zorgen, zeker als je bezorgd bent. Want ik denk dat ook jij Ferdinand, net als veel Nederlanders inclusief mijzelf, op internet gaat zoeken als je ergens een vreemde plek op je huid ziet of pijn hebt op een bepaalde plek in jouw lichaam. Vroeger namen we al gauw genoegen met het advies om een bijsluiter maar niet te lezen, tegenwoordig zijn er allerlei betrouwbare en misschien nog wel meer onbetrouwbare zogenaamde bijsluiters op internet te vinden. Maar ook deze doorgeschoten ‘alwetendheid’ heeft denk ik te maken met een dieperliggende angst om gehoord, gezien, erkend of vooral gerustgesteld te worden.

Doorgeschoten betrokkenheid

Als het om ouders gaat geloof ik niet zo in meer of minder betrokkenheid en dus ook niet in doorgeschoten betrokkenheid. Volgens mij zijn alle ouders evenveel betrokken, allemaal op hun eigen manier. Misschien niet op de manier die we als school graag zouden willen zien. We vragen of ouders thuis meer met hun kind willen lezen, omdat wij denken dat dit nodig is. We willen ouders graag op een ouderavond, maar veel ouders stellen andere prioriteiten, en al gauw raken we teleurgesteld want deze ouders zouden onvoldoende betrokken zijn. We hebben ouderbetrokkenheid de laatste jaren zo geïnterpreteerd, omdat onderzoeken zeggen dat het meeste effect in ‘ouderbetrokkenheid thuis’ zit. Maar niet verder gelezen wat die ‘ouderbetrokkenheid thuis’ dan precies inhoudt. Recent onderzoek van Van der Heul laat bijvoorbeeld zien dat het gedrag van ouders echter beperkt bijdraagt aan de ontwikkeling in de schoolprestaties van kinderen op begrijpend lezen en rekenen-wiskunde. De grootste effecten zijn in haar studie gevonden bij de verwachting van ouders ten aanzien van het niveau van presteren van hun kind (Van der Heul, 2020).

Volgens Piet van der Ploeg is daarbij ook maatschappelijk gezien de verhouding tussen school en thuis veranderd in de afgelopen decennia. Waar er thuis steeds meer aandacht is voor het (schoolse) leren, krijgen thema’s als sociale en emotionele ontwikkeling, gezondheid, seks, normen en waarden steeds meer aandacht in het onderwijs, iets wat vroeger vooral was voorbehouden aan thuis. Door deze gezamenlijke verantwoordelijkheid op diverse gebieden vervaagt steeds meer de grens tussen school en thuis. En ja, ouders van nu zijn beter opgeleid en kennis is veel toegankelijker geworden. Ook ouders hebben meer kennis van bijvoorbeeld leren, didactiek, intelligentie, motivatie, stoornissen en gedragsproblemen, en daardoor heeft de leraar niet meer het unieke (intellectuele) gezag dat hij vroeger bezat. Dit leidt tot spanning in de verhouding tussen school en ouders (Van der Ploeg, 2018).

Doorgeschoten bezorgdheid

En dan heb je ook nog doorgeschoten bezorgdheid. Ik herinner mij mijn eerste baan toen ik als leerkracht startte in groep 3/4 van de Oranje Nassauschool in Heerde. Een vierdaagse baan van maandag tot en met donderdag. Op de eerste vrijdagmiddag (ik leefde in blijdschap dat ik mijn eerste week had gered) belde een vader van een van de leerlingen in groep 3 dat het niet goed ging met zijn dochter sinds ik voor de klas stond. Deze vader was huisarts en ik kon wel door de grond zakken. Deed ik het echt zo slecht? Mijn directeur reageerde adequaat, maakte meteen een afspraak met de vader en binnen een week gingen we op huisbezoek. Een storm in een glas water, want de tweede week ging heel goed volgens vader. Realiseerde deze huisarts-vader wel hoe ongerust hij mij had gemaakt, vroeg ik me af. Ik heb er later vaak aan teruggedacht toen ik zelf vader werd en ik besefte hoe kwetsbaar en gevoelig je kunt zijn als ouder.

Wat niet helpt

Natuurlijk herken ik wat je schrijft, Ferdinand. Maar wat niet helpt is te oordelen over ouders. Alsof zij de enigen zijn die doorschieten in ‘alwetendheid’. Kijk maar eens hoe velen van ons ongefundeerde informatie en adviezen verspreiden op sociale media alsof zij vaccinatiedeskundigen en bekwame formateurs zijn. En ook voor deze mensen geldt: probeer hun gedachten te doorgronden. Want wie oordeelt stopt met luisteren.

Wat ook niet helpt, is alleen maar begrenzen van ouders. Begrenzen zonder begrip en werkelijke erkenning van gevoelens van de ouder zorgt gauw voor verharding. Op school vechten ouders dan als leeuwen voor hun kind, thuis kunnen ze huilen van machteloosheid. Ik moet denken aan een leerkracht die vertelde dat ze ergens nieuw op school kwam te werken. Met één vader mocht ze geen enkele correspondentie voeren zonder dat de directeur meelas. Want bij het minste of geringste nam de vader zijn advocaat in de arm. Maar het ene gesprek dat deze leerkracht met de vader voerde, bracht een totale verandering teweeg, het gesprek waarin de leerkracht vroeg: “Waar ben je nou ten diepste zo bezorgd over? En hoe kunnen wij jullie daarin helpen?” Deze vragen waren nog nooit eerder gesteld. Natuurlijk mag je ouders begrenzen, maar begrijpen en begrenzen moeten altijd hand in hand gaan.

Wat wel helpt

Maar wat helpt dan wel? Allereerst dat we de rollen van ouders erkennen die ze hebben: die van pleitbezorger en supporter. Laat ouders opkomen voor hun kind en hoge verwachtingen hebben, ook als het gaat om het schooladvies. Als school ga je vervolgens in gesprek om daar deskundige inzichten naast te zetten, in plaats van ouders te overtuigen van het professionele gelijk. En stuur het proces begripvol en deskundig de goede kant op. Laat ouders hun kinderen aanmoedigen en geef ze daarom voortdurend aanleidingen om trots te zijn op hun kinderen om wat ze al (wel) kunnen.

En laat de leerkracht vooral de leerkracht zijn, trots op zijn prachtige vak, deskundig, zelfbewust, niet iemand die vooral vertrouwen vráágt van ouders maar iemand die vertrouwen gééft aan ouders. Ze mogen immers met andermans kinderen werken. En een groot inlevingsvermogen in (over)bezorgde ouders.

Ten slotte

Ouderbetrokkenheid gaat daarom vooral over eigen opvattingen en overtuigingen over ouders, en over kennis van bepaalde psychologische processen. En dat gaat verder dan het oefenen van (lastige) gesprekken met ouders, zoals pedagogiek meer is dan het oefenen van gesprekken met leerlingen. Werken aan ouderbetrokkenheid is vooral werken aan je eigen beroepshouding en -kennis, die basis moet op orde zijn. En daar is nog een wereld te winnen, want ik vind dat we leerkrachten onvoldoende voorbereid het vak insturen en dat nascholing veel te veel gericht is op het oefenen van gesprekken met ouders.

Hartelijke groet,

Peter

Onze andere columnist Ferdinand ter Haar reageert in zijn volgende blog nog op deze bief van Peter de Vries.

Leergang Ouderbetrokkenheid
Wil jij meer profiteren van de kennis expertise van Peter de Vries? Schrijf je in voor de leergang Ouderbetrokkenheid van AVS Academie. Vorm als school een ijzersterk team met ouders, zodat ieder kind optimaal kan leren in een veilig schoolklimaat. We laten je niet gaan zonder een gedegen plan, waarmee je een goede band en omgang smeedt met ouders.